 Op een Engelstalige blog vond ik vorige week een subliem werkstuk. De schrijver had 13 wel zeer pertinente vragen over bloggen in de maag gesplitst gekregen en van de antwoorden echt zijn werk gemaakt. Ik weet dat ik de vragen naar een Word-document gekopieerd heb, maar ik kan het document niet meer terugvinden. Jammer, want ik vond de vragen erg goed en ik heb een donkerblauw vermoeden dat ook andere bloggers er iets zinvols zouden kunnen mee doen. Ik vond de vragen nogal confronterend. Niet de openingsvraag “Why do you blog?”, wel vragen als “Wat doe je als je blog in de smaak valt van mensen die een totaal andere opinie of wereldvisie dan jijzelf?” of “Zoek je bijval voor je posts of voor jezelf?”. Als de tijd het me toelaat, ga ik op zoek naar die vragenlijst. Ooit… Waarom blog je? Je kan die vraag op veel verschillende manieren beantwoorden. De simplistische manier: ‘Ach, er zijn zoveel dingen die we doen waarvan we de waarom-vraag niet helder kunnen beantwoorden.’ De makkelijke manier: ‘Iedereen blogt, dus ik ook.’ De therapeutische manier: ‘Bloggen is voor mij een middel om mijn impressies en gedachten te ordenen. Door te schrijven maak ik de wereld om me heen coherenter.’ De existentiële manier: ‘Mijn blog is de werphengel waarmee ik in de grote buitenwereld naar interactie vis.’ De opportunistische manier: ‘Het is gemakkelijker dingen een keer voor allen te schrijven dan ze telkens opnieuw te moeten herhalen.’ Je kan de vraag op meerdere niveaus beantwoorden en op elke niveau domineren weer andere drijfveren. Waarom blog ik? Ik zit me af te vragen wat mensen zouden antwoorden wanneer je ze vraagt ‘Waarom schrijf je gedichten?’ (Er zijn toch al gedichten genoeg?) ‘Waarom maak je lampkapjes in macramé?’ (Die verkopen ze toch in de Blokker voor een appel en een ei?) ‘Waarom ga je wandelen langs het kanaal?’ (Als je geen boot hebt, heb je daar toch niks te zoeken?) of ‘Waarom vul je kruiswoordraadsels in?’ (De oplossing staat op de laatste pagina!) Bloggen is voor 33% een oude hobby van me – schrijvelen – die in een nieuw jasje gestoken werd. Vroeger schrijvelde ik brieven: elke avond enkele vellen vol en volgens de regels van de kunst: met een vulpen, op maagdelijk wit papier zonder lijnen. Zonder doorhalingen, zonder aarzelingen en zonder fouten Het vervelende aan brieven is: als je ze opstuurt, ben je ze kwijt. Vele honderden pagina’s zijn op die manier spoorloos. Het waren brieven aan (correspondentie)vrienden die plotsklaps uit het zicht verdwenen zijn. Leven ze nog? Ik weet het niet. Lezen ze nog? Ik weet het niet. Maar ze schrijven me niet meer. Dat weet ik wel. Toen in 1993 de computer te mijnent zijn intrede deed, veranderde ik van tactiek. Ik schreef brieven op de pc en zette boven de print in handschrift ‘Lieve A.’, ‘Beste B.’ of ‘Waarde C.’. De inhoud was ‘ad hominem’, dus niemand kon mij ervan beschuldigen standaardteksten te recycleren. Dat veranderde enigszins toen ook de printer (en de enveloppes en de postzegels) aan de kant geschoven werd om plaats te maken voor Outlook. Mailen is makkelijk. Het gaat snel en je kan het gauw-even-tussendoor doen. Ook hier was de avondlijke en nachtelijke productie aanzienlijk. Duizend woorden x aantal bestemmelingen x 7 dagen, dat tikt snel aan. Op momenten dat ik geen inspiratie had, deed ik aan kruisbestuiving. A. kreeg het antwoord dat ik eerder aan C. gestuurd had naar aanleiding van drie vragen die B. gesteld had enz. Recyclage? In zeker zin wel, maar met telkens een expliciete gebruikerswaarschuwing erbij. En nu dus bloggen… Ik had niet verwacht dat ik zo de smaak te pakken zou krijgen. Ik hield – en hou nog steeds – niet van het woord ‘blog’, maar voor het overige is er een nieuwe wereld voor mij opengegaan. Little Witch zit er bots op waar ze zegt dat de feedback een belangrijke stimulans is. De reacties op de blog zelf, e-mails waarin bekende én onbekende lezers hun verhaal doen, sms’jes. Leuke sneren – “Ga tandenstokers rapen, jij!” – die naar posts verwijzen… Het zijn allemaal zaken die meer communicatie brengen in een wereld die bol staat van de communicatiemogelijkheden en tegelijk arm is aan echte communicatie. Dat is de grote paradox: om één of andere reden verschraalt de uitwisseling tussen individuen terwijl de mogelijkheden voor uitwisseling exponentieel toenemen. In de afgelopen vijf maanden heb ik hier en elders schitterende blogs ontdekt. Van mensen met verteltalent, van mensen met observatietalent, van mensen met schrijftalent. Elke dag ga ik even kijken of er nieuw leesvoer is. Werkt dat verslavend? Een beetje wel. Sommige dingen zijn zo goed gemaakt, dat ze eigenlijk meer aandacht verdienen. Is bloggen een gesublimeerde vorm van exhibitionisme? Het zou kunnen. Pakweg anderhalf jaar geleden zou ik het niet in mijn hoofd gehaald hebben een fotootje te plaatsen bij een blog (die ik toen nog niet had) of – erger nog – bij een profieltje. Op een bepaald moment dacht ik ‘foert!’ en 5 minuten later stond er een foto op deze blog. En bij die profieltjes. En kijk: ik ben nog niet opgegeten door een vuurspuwende draak, ik heb nog geen piketten voor de deur gevonden, ik ben nog niet overhoop gereden door een tilt geslagen rechtse rakker, nog niet in een drukke winkelstraat de schedel ingeslagen. Wie niet meer zo heel piep is, werd om de oren geslagen met allerhande mythes over het internet. Bijvoorbeeld dat je privacy voor eeuwig en wereldwijd naar de vaantjes zou gaan als je iets van jezelf op het net blootgeeft. Bullshit dus! De wereld maakt zich niet druk om wat ik doe, zeg of schrijf. Wat een opluchting… Net als een goede stripteaseuse speelt elke blogger een spel met zichtbaar-onzichtbaar, vertellen-verzwijgen, rapporteren-fantaseren. Wanneer je, zoals ik, eerder terughoudend van aard bent, heb je regelmatig een duwtje in de rug nodig. Een reactie, een scherp geformuleerde vraag, een milde provocatie… Het helpt allemaal om de schrijftrein aan het rijden te houden. Fijn weekend, trouwens!
10-06-2005, 14:06:09 Stof
|