09-03-06
Graptje!
Ik vind mezelf veruit het dankbaarste slachtoffer om in de zeik te zetten, maar deze domme blondjes-mop vond ik hilarisch. Echt waar!
13:11 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (2) | Email dit |
Facebook |
07-03-06
Tijd

Almettekeer heb ik veel werk.
Het lijkt wel alsof iedereen tekstdingen nodig heeft.
Drrrrrrrrrrringend.
In het Nederlands, astemblieft. En in het Engels ook, maar dan tegen gisteren. En kan je ook een vertaling naar het Duits, het Spaans en het Italiaans regelen? O ja, en een perslijst. We hebben een gespecialiseerde perslijst nodig. Lukt dat tegen donderdagmiddag? ’s Namiddags is eventueel ook nog goed….
En dus ben ik me al drie weken aan het ingraven in de meest onwaarschijnlijke materies: antiterrorisme, olie- en gaswinning, Europese visserijpolitiek, audiovisuele presentatietechnieken, ordehandhaving, ouders met jonge kinderen… Ik doe zomaar een greep uit het to do-lijstje…
Ik weet niet of er geslaagde excuses bestaan om (heel even) niet (meer) te bloggen. Te veel werk is er misschien één. Als ik de hele dag met mijn twee pollen boven een keyboard gehangen heb, dan hebben die twee pollen ’s avonds zin in iets helemaal anders. Bijvoorbeeld: zich rond een pilsglas klemmen. Of zich te rusten leggen op een toog of op de tafel in een eettent. Als er maar geen toetsenbord aan te pas komt…
Nu ik er over denk, heb ik nog een tweede excuus: ik ben de winter beu! Ik hou niet van de winter; hij is met net iets te koud en te nat en te donker. En dit jaar rammelt hij serieus met ons voeten. Eerst doen alsof ie het voor bekeken houdt en dan in volle glorie terugkomen. Met sneeuw en ijs en hagel en rijp… Waar slaat dat op? Ik was al volop mijn dikke truien aan het opbergen en dan komt hij nog eens een doos witte prut uitstrooien. Ik heb gevloekt. In mijn binnenste.
Enfin, dit even om te zeggen dat ik eigenlijk geen tijd had om dit te schrijven.
Dit gezegd zijnde…
09:23 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (2) | Email dit |
Facebook |
27-02-06
Een spelletje...

Ken je Marten Hoepla?
Ik niet, maar vandaag las ik in Taalpost een stukje over zijn blog. Hoepla heeft anagrammen bedacht voor de namen van de Amsterdamse metrostations. Knap staaltje taalknutselarij, hoor! Of wat dacht je van het ‘Edammer thermostaten-etswerk’ gedistilleerd uit het Amsterdamse metronetwerk.
In het Taalpost-item wordt gevraagd wanneer een dergelijke kunstgreep wordt toegepast op het Brusselse metronetwerk. Dat moeten ze vaneigenst geen twee keer vragen!
Ik begin waar ik bijna elke metrorit begin: op het kopstation van lijn 1A (Herman-Debroux). En in welk station stap ik daar op? Waarlijk, in ’n bonkig oude wijn.
Voila, de kop is eraf. Wie zet de volgende stap?
15:12 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (4) | Email dit |
Facebook |
22-02-06
Zomergevoel (Troela strikes again!)
Doorgaans heb ik een eerder beperkte rol wanneer nieuwe artikelen getest moeten worden. Er wordt mij al eens gevraagd op een sofa te gaan zitten of mijn mening te geven over een nieuw type folderrek, maar ik heb te weinig technisch inzicht om iets zinvols te kunnen zeggen over de degelijkheid ervan – het breekt of het breekt niet -, de stapelbaarheid, de repareerbaarheid, de kuisbaarheid of het design van de spullen die aangekocht worden. Maar deze keer is het anders.
Gisteren werd hier een proefmodel van een ‘rookpunt’ binnengebracht. Stel je een soort bartafel voor die in het midden doorboord wordt door een flink uit de kluiten gewassen, buisvormige koolstoffilter met een doorsnede van 25 cm en een lengte van anderhalve meter. Of liever nog: stel je een actieve koolstoffilter voor! En stel je bovenop die filter een krachtige, maar geruisloze turbine voor die bovenaan de filter lucht aanzuigt en onderaan lucht wegblaast. Vuile lucht erin, propere lucht eruit, - dat is het basisprincipe.
Stel je vervolgens een soort terrasparasol voor die bovenop het gevaarte gemonteerd wordt. Op de parasol staat dat roken onder de parasol wél toegestaan is. Dit is immers een rookpunt. De sigarettenrook verdwijnt in de kolom en komt er onderaan als propere lucht weer uit. Je moet gewoon, voor je begint te roken, de stekker in het stopcontact steken en de schakelaar aanzetten. Meer is er niet aan…
“Wil jij tijdens de pauzes dat ding even uittesten?’ vroeg mijn baas. Ik geloof dat ik nooit eerder zo gretig geantwoord heb. Het koude en natte weer van de jongste weken hangt lelijk mijn kloten mijn keel uit, die misthoorn jaagt mij de stuipen op het lijf en de plek buiten bij het rode deurtje is tochtig en nat. De man had het rookpunt binnen geïnstalleerd. (Uiteraard, want buiten heeft zoiets weinig zin!) Beschut tegen weer en wind. En tegen de inspecteurs van die akelige Rudy Demotte, die op elk willekeurig moment kunnen binnenvallen om te checken of je adem zuiver genoeg is om collega’s in je omgeving niet ziek te maken.
Ik geniet al twee dagen met volle teugen (pun intended!) van ‘mijn terraske’. Er zijn geen exotische cocktails voorradig, echt bruin word je er ook niet (behalve de toppen van je vingers, misschien), er is geen strand waarover bruingebronsde kerels en knappe meiden in krappe bikini’s paraderen, het ruisen van de zee is er vervangen door het ‘mhrreeeeeuuuuut’ van een toeter die aangeeft dat de pauze afgelopen is, maar alla… Met een beetje fantasie is het best een gezellig plekje. Zo gezellig dat zelfs mijn baas vandaag een paar keer het terras heeft opgezocht. Daarnet kwamen zowaar enkele niet-rokende collega’s even een kijkje nemen.
In de kantine was de nieuwe faciliteit blijkbaar hét onderwerp van gesprek. Toch knap gevonden, was de mening van (bijna) iedereen. Welgeteld één (1!) collega was van mening dat je het tòch kon ruiken. Wie dat dan was? Kan je het echt niet raden? Haar naam begint met een T en eindigt op –roela. I kid you not! Meerdere oorgetuigen hebben mij van haar commentaar op de hoogte gebracht. “Je kan het wel degelijk ruiken (in een magazijn van 28.500 m³; nvdr) en dus zal het wel niet reglementair zijn”, heeft ze zich laten ontvallen. Voor mij is dat een regelrechte oorlogsverklaring. Vanavond schrijf ik die gefrustreerde dorpskut een filippica waarin ik alle registers opentrek. Mooi zal het niet zijn, maar ik moet die bitsige tette(n)bel mores leren. Al was het mar in gedachten. Al was het maar blog-gewijs…
16:01 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (6) | Email dit |
Facebook |
19-02-06
Ministerie van Grote Werken
Het heeft me een halve (zon)dag gekost, maar hij staat er, ineengestoken en volledig operationeel: de Powermaxx Vibrations. Mijn allereerste trilplaat. een dikke week heeft die doos hier wat triestig en verlaten in de kamer gestaan, maar deze middag ben ik in de aanval gegaan. Ik zou geen rust kennen voor ik minstens enkele tellen op de plaat had gestaan.
Ik was er me niet van bewust dat ik een zo gevaarlijk toestel in huis had gehaald. Bij de trilplaat zit een boekje dat bol staat van de waarschuwingen. "Veiligheid voor alles!" staat er bovenaan pagina 4 van het boekje en meteen daaronder "Bij het niet in acht nemen van deze voorschriften bestaat kans op levensgevaar." En er achteraan twee pagina's met allerhande dwingende voorschriften zoals daar zijn: Gebruik het trainingsapparaat pas dan als het volledig gemonteerd en gebruiksklaar is." Stel je voor dat iemand, uit louterr ongeduld, alvast met de montageschroefjes begint te trainen! "Het apparaat is niet geschikt voor therapeutische doeleinden!" "Zorg ervoor dat de oefenruimte gedurende de trainig goed geventileerd wordt. Maar pas op voor tocht, daar deze snel kan leiden tot kou vatten." "Spring niet op de trilplaten."... En verder werd mij ook aangeraden kinderen weg te houden van het apparaat en zeker ook van de verpakkingsfolie, vermits die verstikikingsgevaar oplevert.
Ik begon zowaar een beetje bang te worden van het toestel. Doe het voorzichtig aan, schreven de mensen van Powermaxx, ga niet meteen het rund uithangen door - ongeoefend - het toestel in zijn hoogste versnelling te zetten. En zorg dat je je niet stoot aan wanden of kasten. Bij de eerste tonen van duizeligheid of zwakheid de training ONMIDDELLIJK onderbreken! Een uur voor de training en een uur na de training niet eten! En eigenlijk raadpleeg je het best een arts voor je op dat ding stapt.
"Is dit eigenlijk wel iets voor mij?" vroeg ik me af terwijl ik de schroeven en de moeren en de klemringetjes uit het plastic zakje haalde. Ik zag mezelf al, op sterven na dood maar trillend dat het een lust is, onderuitgezakt op die Powermaxx hangen. Op het nippertje gered door mijn onderburen die vonden dat die wasmachine wel erg droogslingerde. Geslachtofferd op het altaar van de goeie fysieke conditie. Gesneuveld op het fitness-slagveld. Er was echter geen weg terug: de doos was open, de schroefjes lagen in de palm van mijn hand, het montageboekje opengevouwen in de sofa.
Wanneer ik een Ikea-kastje in elkaar moetr steken, hou ik aan het einde van de rit meestal wat onderdelen over. Een plankje met drie gaatjes in, wat bouten, wat klemringetjes... En meestal ook een wankel kastje. Ik neem aan dat montagehandleidingen op het niveau van de gemiddelde tienjarige geschreven worden, maar ik kan er niet mee overweg. Als ik iets in elkaar moet steken, zitten de poten aan de bovenkant of de deurtjes gaan anders open dan op het schema of ze gaan helemaal niet open. Daarom koop ik liever iets dat al in elkaar steekt. Dat transporteert misschien wat moeilijker, maar ik heb tenminste de zekerheid dat ik mijn spullen niet gewoon in een doos zal moeten opbergen.
'Niet zeuren', dacht ik en ik keek op plaatje 1 van de montagehandleiding. Schuif stuk A in stuk B tot op ongeveer vijf centimeter. Makkelijk. Trek nu het snoer door de onderplaat en klik de stukken A en B volledig in elkaar. Klaar. Lef het toestel nu op zijn zij zoals in de schets en monteer de steun op het motorblok met de bijgeleverde moertjes en klemringetjes. Fluitje van een cent! Zet de rest van het snoer vast met de snoerklem. Zo geflikt! Monteer het steun met de zwarte inbusschroeven en dek ze af met de afdekdopjes. Voila! In pakweg een half uur had ik dat ding in elkaar gezet. Alleen had ik 4 inbusschroeven over. 'Die hebben ze er vast als reserve bijgeleverd', dacht ik en ik reed mijn trilplaat tot bij het stopcontact. Ik stak de stekker in. Er gebeurde niks. Geen lichtjes, geen piepje, nada.. Ik werd zelfs geen lichte trilling gewaar. Ik vloekte binnensmonds. Al die moeite voor niks! En hoe geraak ik in godsnaam van een niet-functionerende trilplaat af?
Aan de onderzijde van het bedieningspaneel bleek een schakelknop te zitten. Ik drukte de knop in en op het paneel gingen lichtjes branden. De timer bood de keuze tussen 30, 60 en 300 seconden schudden en beven. Ik koos voorzichtig voor een half minuutje. En voor snelheid 1, - mij zouden ze niet liggen hebben. Onmiddellijk begonnen de rubberen noppen onder mijn voeten te vibreren. Hoha, hihi, haha...dat kietelt! Woeha....hou op! Ik beet op mijn tanden probeerde het niet uit te gillen. Hemeltjelief, moest ik dààr elke dag ettelijke minuten op door brengen voor de rest van mijn dagen? Dat zou nooit wat worden, want mijn lijf kriebelt ervan.
In een tweede boekje stond een overzicht van alle oefeningen die je op en rond de trilplaat kan doen: van gewoon ervoor op een stoel gaan zitten en je voeten op de plaat laten rusten (voetmassage) tot halsbrekende toeren waarbij je een been tot achter op de onderrug hoort te trekken (adductormassage). Die voetmassage leek me wel wat. Ik haalde er een stoel bij en ging een minuutje met mijn voeten op de trilplaat zitten. In mijn hele lichaam werd ik een aangenaam warme prikkeling gewaar en het kriebelen nam af. So far so good...
Het enige nadeel aan het toestel was dat het behoorlijk wat kabaal maakt. Met mijn voeten nog steeds op de rubbernoppen bladerde ik door het instructieboekje. Helemaal achterin stond dat bij storend geluid de schroeven even aangedraaid moesten worden. Plotseling besefte ik dat ik de stukken A en B van de handsteun welsiwaar in elkaar geschoven had, maar helemaal niet had vastgeschroefd. Oeps...plaatje overgeslagen. De vier inbusschroeven bleken alsnog nut te hebben. Met een paar halen zette ik de schroeven muurvast. Het toestel werd als bij toverslag een stuk geruislozer.
Ik ga straks nog een minuutje schudden en beven...
17:56 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (3) | Email dit |
Facebook |
17-02-06
GSM-perikelen
Dat die Finnen je zo met existentiële twijfel kunnen opzadelen, daar stond ik zelf toch even van te kijken. Gisterenmorgen was er een kleine hapering in mijn ochtendritueel geslopen. Mijn elektrische tandenborstel vertoonde een lelijke barst in het onderste deel van het toestel. Tanden poetsen, daar komt water aan te pas. En een elektrische tandenborstel, daar komt elektriciteit aan te pas. Die zit voor het grootste deel in het ‘docking station’ (denk ik), maar het idee dat stroomstoten van 12 volt via de barst en de tandpasta door mijn gehemelte tot halfweg mijn slokdarm zouden lopen, maakte het poetsen er niet bepaald prettig op. Ik ben een watje, ik wéét het!
Een normaal mens zou bij de vaststelling van een gebarsten tandenborstel een flesje secondenlijm nemen, een druppeltje lijm in de barst doen, die even dichtklemmen en het zaakje laten uitharden. Niet zo ik. De afgelopen 3 jaar ben ik er tot 2 keer toe in geslaagd mijn broek vast te lijmen aan mijn bil, in plaats van een loszittende zool aan de schoen waar ze aan vast hoort te zitten. Twee keer was het scheiden van broek en bil een nogal pijnlijke aangelegenheid: ofwel blijft er een stukje broek aan de bil zitten, ofwel een stukje bil aan de broek. Beide zijn pijnlijk. Het handige van een bil is dat ze zichzelf repareert. Na enkele weken is je bil als nieuw. Bij een broek is dat niet het geval. Waar eerst de lijm (en het stukje bil) zat, ontstaan algauw een scheur. Op die manier ben ik eigenaar geworden van twee Levi’s met een horizontale scheur, zo’n 15 centimeter boven de linkerknie. Niemand anders heeft daar een scheur. Ik wel, omdat ik zo slecht met secondenlijm om kan.
De tandenborstel op dit ochtendlijke uur verlijmen was geen optie. Ik had al een pak aan en moest dus ofwel opnieuw uit de kleren ofwel in de nabije toekomst evolueren in een pak met een scheur in de broek. Dan nog liever zo’n druktemakerst-shirtje van Bikkembergs…
Ik was al een flink eind gevorderd op de A12, toen ik plotseling vaststelde dat ik thuis mijn gsm vergeten was. Die lag waarschijnlijk nog op het wankele badkamerkastje, naast de gehavende tandenborstel. Miljaar! Aan de overzijde van de A12 was een ongeval gebeurd. Nu terugkeren naar Wemmel en daarna opnieuw naar mijn tekstsuperette zou mij minstens anderhalf uur kosten. Dat kon ik me vandaag onmogelijk veroorloven.
Ach wat? Op het werk wacht een nagelnieuwe telefooncentrale met –tig mogelijkheden en opties. Als mensen mij willen bereiken, weten ze waarheen ze kunnen bellen. Een half etmaal zonder gsm is geen ramp. Het kan dat niet zijn. Het mag dat niet zijn. Doe niet zo flauw, Stof! Voor je het weet is de dag om en dan zal je tot je eigen ontgoocheling kunnen vaststellen dat die gsm niet één keer gebeld heeft. Gemiste oproepen? Niemendal! Ontvangen berichten? Nada! Door het weer loop ik de afgelopen week al een beetje sikkeneurig en zeurderig, maar de gedachte aan een gsm die de hele dag kik gegeven had (zou hebben) maakte me nog depressiever. Ik zag het tafereeltje al voor me: Stof die rond half elf zijn appartement binnenkomt, op de tast de thermostaat wat hoger zet, het licht aan doet, zijn pet in de sofa gooit, zijn jas over de haak, gauw zijn schoenen uitgooit en dan op zijn sokken naar de badkamer beent. De gsm op het wankele kastje. Het schermpje van de gsm. Op het schermpje het uur (22:42), de woorden ‘Proximus’, ‘menu’ en ‘namen’ en twee streepjes-balken. Mijn knorrige opmerking “Suckers, als ik niks van mij laat horen, zijn jullie ook te beroerd om te bellen!”, de fles wijn, een veel te vol glas…
De hele dag heb ik op hete kolen gezeten. Een ‘strategic meeting’ rond vijven, een bezoek aan een feestelijke opening en een bezoek aan een nocturne zorgden ervoor dat ik pas rond tienen mijn pitta kon gaan soldaat maken bij de plaatselijke Griek. Normaal blijf ik nog even hangen om een stukje te lezen (op dit moment Secretum van Monaldi & Sorti) of om een babbeltje toen met de baas. Hij praat graag over ‘les affaires’, ‘les motos’ en ‘les nanas’. Op geen van de drie terreinen ben ik deskundig, maar misschien is het net dat wat hij leuk vindt.
Mijn glas was nog maar net leeg toen ik al mijn hand opstak om de rekening te vragen. Tien minuten later was ik thuis. Op het schermpje van de gsm stond ‘6 gemiste oproepen’. Ik slaakte een zucht van opluchting. En toen ik de gemiste oproepen weggewerkt had, verscheen een nieuwe mededeling: 11 berichten. Ik begon zowaar te glimlachen, vermoed ik.
Is het ijdelheid? Ja, en nog geen klein beetje. Maar het is ook een gevoel van je beschermd of geborgen weten in een nogal anonieme voorstad. Ik ben zo’n kwiet die zijn gsm 24 uren per etmaal aan laat staan. Ik word graag ‘lastig gevallen’, any time, any place. (Als ik in gezelschap ben, zet ik mijn gsm doorgaans op alleen trillen. Bereikbaarheid en discretie hoeven niet elkaars tegengestelden te zijn.) En ik durf diep vanbinnen meewarig glimlachen wanneer iemand gemaakt verveeld doet wanneer zijn of haar gsm piept. Zo’n ‘Goh-kijk-eens-hoe-nodig-ze-me-hebben’-gezicht is waarlijk kostelijk.
13:23 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (3) | Email dit |
Facebook |
14-02-06
Valentijn!
Grapje!
13:03 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (3) | Email dit |
Facebook |
Bij Toutatis! (2)

Ik ben een fan van Wittgenstein. Toen ik voor het eerst over zijn Sprachspiel-theorie hoorde – veel begreep ik er niet van, maar dat kon ik uitstekend verbergen – had ik een gevoel van herkenning. ‘Yep, dit is het! Hij zit er boenk op.’ Er zijn mensen die veel beter dan ik kunnen expliqueren waar Wittgenstein zo’n beetje over gaat, maar heel kort komt zijn Sprachspiel-benadering hier op neer: wanneer mensen informatie met elkaar willen uitwisselen doen ze dat steeds binnen de context van een specifiek ‘taalspel’. Zo’n taalspel is een geheel van regels en conventies die bepaalt hoe de boodschap verpakt kan/moet worden, hoe ze overgebracht kan/moet worden, hoe ze door een ontvanger begrepen kan/moet worden en welke implicaties de transfert kan/moet hebben.
Een gemene por van je echtgeno(o)t(e) brengt je terug met je hoofd bij de weg. Natùùrlijk, denk je, dit is helemaal geen instructie voor al dan niet gemotoriseerde aardbeien! Ik zat gewoon in het verkeerde taalspel. Dat bord behoort niet tot het taalspel Wegcode maar tot het taalspel Commerciële Mededeling door Lokale Neringdoeners. En vervolgens vraag je aan je partner “Zin in aardbeien, schat?”
De reden waarom de theorie van de Taalspellen zo’n knappe vondst is, is dat ze voor elk taalspel een terrein afbakent en dat terrein beschermt tegen claims die op dat terrein niet op hun plaats zijn. Als je in het taalspel Wetenschappelijk Exposé beweert dat het smeltpunt van ijs om en bij de 0°C ligt, dan moet je dat op één of andere manier kunnen bewijzen. Als jein het taalspel Valentijnsgeknuffel van je partner zegt dat hij of zij het mooiste poepke ter wereld heeft, dan worden daar niet meteen harde bewijzen (pun not intended) van gevraagd. En als je morgen een haiku op je blog post die eindigt op ‘lente zucht’, zal niemand je komen vragen hoe lang, hoe vaak of hoe luid de lente dan wel zucht. Het taalspel Poëzie bepaalt dat alles kan, - zelfs een lente die zucht.
Ik neem deze gigantische aanloop omdat ik mij dit weekend opnieuw geërgerd heb aan a) het protest tegen de Mohammed-cartoons, b) het protest tegen het protest, c) de wijze waarop de media verslag doen van het protest en het protest-protest en de ‘steunacties’ van extreem-rechtse signatuur. Het stinkt allemaal een beetje, als je het mij vraagt.
Ik heb ondertussen een twintigtal websites gevonden die gespecialiseerd zijn in spotprenten van de profeet Mohammed. En volgens mij komen er telkens er een ambassade in brand gestoken wordt vijf bij. Zo werkt het internet nu eenmaal. Zo werkt communicatie vandaag. Viraal, zoals vogelgriep. De uiting die je vandaag hier de kop indrukt, schiet morgen op één, twee of duizend willekeurige plekken opnieuw uit de grond. Dreigen helpt niet, - integendeel zelfs. Dreigementen verhogen de voortplantingssnelheid.
Ik heb een flink deel van de cartoons bekeken en ben tot de conclusie gekomen dat de kwaliteit ervan nogal ongelijk is. Een goeie cartoonist laat zich niet verblinden door zijn eigen emoties en dat is bij veel van de inzendingen op bijvoorbeeld Draw Mohammed wél het geval. Blijkbaar zit het hele incident veel mensen erg hoog. Zo hoog dat ze niet (meer) in staat zijn een onderscheid te maken tussen spotten en schelden, - en dus in dezelfde fout vervallen als hun ‘tegenstanders’. Toch zitten er ook een paar knappe cartoons tussen, subliem zout op de wonde, etherische olie op het vuur.
Binnen pakweg 10 jaar zullen sociologen een interessante studie kunnen maken over de gevolgen die het cartoon-incident heeft gehad op de positie van de Islam, de verhouding tussen islamieten en andere sektes en de wijze waarop de gelaïciseerde samenleving in Europa met godsdiensten omgaat. Ik heb het gevoel dat de Islam behoorlijke averij aan het oplopen is. De cartoons waarin Aïsha, de 8-jarige echtgenote van de profeet, een rol speelt zijn legio. En met de dieren die seksuele omgang hebben met de profeet, kan je makkelijk een ark van Noah vullen. En we weten allemaal hoe het mechanisme werkt: een keer je het etiket opgekleefd hebt gekregen, geraak je het nauwelijks nog kwijt.
Hoe druk wil ik me hier over maken? De afgelopen weken heb ik mezelf een paar keer die vraag gesteld. Zou het kunnen dat ik tegenwoordig van overhitte moslims een en ander gewoon ben? Uitgebrande wagens? Daar hebben we verzekeringen voor. Kapot gegooide ruiten? Zolang er zand is, kunnen we vlakglas maken. En dat gewauwel in die megafoons? Ach, misschien word je van te sterke koffie net zo dronken als van te sterk bier. (Het leukste vind ik trouwens spandoeken met taalfouten op: “Let’s us fihgt back!”) Blijkbaar lopen er daaro nogal wat mensen rond die graag op straat komen en daar ook de tijd voor vinden.
Voor de Denen vind ik het een beetje knudde. Ze zijn al niet met zovelen, dus ze hebben een heel groot buitenland. En daarvan krijgen ze nu plotseling een derde vol over zich heen. Misschien drink ik vanavond uit louter sympathie wel een Carlsberg of twee. Of wie weet sputter ik effe met mijn Nilfisk door de slaapkamer om me daarna in mijn Fritz Hansen stoel neer te vleien en een stukje bleu dannois te verconsummateren. Sowieso ben ik meerdere keren per week in deze Deense burcht te vinden, - moslimprotest of niet.
Her en der zag ik banners ‘Steun Denemarken’ op blogs. Helaas ging het telkens om blogs van extreem-rechtse rakkers en ander tuig dat plotsklaps, out of the blue, vurig pleitbezorger van de vrije meningsuiting geworden is. Ik ben, als ik me voorzichtig uitdruk, een klein beetje op mijn hoede daarvoor. Hoe heeft de wolf grootmoeder te grazen genomen? Juist, door een rood kapje op te zetten en een mand proviand onder de arm te nemen. En de Debieën en Verstrepens en Deridders en Noensen zijn net zo bezig. Ik trap er niet in. De vos preekt de passie, dus ik let op mijn ganzen.
Wat moét ik ermee, met het protest van de enen en het weder-protest van de anderen? Wie draait wie een rad voor de ogen? Wie zet wie een neus? En wie doet waar zijn profijt mee? Ik geraak er niet uit dus stel ik voor dat alle partijen het vuren staken tot ik gedaan heb met nadenken.
Constructief voorstel, toch?
12:28 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |
Facebook |
11-02-06
Traagheid
Het is een soort traagheid, vrees ik. Zo snel en doortastend ik op bepaalde vlakken ben, zo weifelend en aarzelend en treuzelend ben ik op weer andere vlakken. Een voorbeeld? Ergens begin oktober heb ik een frietketel(tje) gekocht. De bedoeling was op daar op koude herfst- en winteravonden een handvol bitterballen of kippereepjes of twee garnaalkroketten in te flikkeren en die te degusteren met een glas wijn in de hand en een goed boek op tafel. Gezelligheid, weet je wel... In mijn fantasie zag ik mezelf reeds vogelnestjes klaarmaken. Beetje puree, tomatensausje met sjalotjes, een greep courgettes erbij... Ik ben met weinig tevreden.
Er zijn geen foto's van, maar ik kan me voorstellen dat ik een behoorlijk triomfant bakkes op had toen ik die zaterdagmiddag de Carrefour buitenwandelde met een grote Nova-doos onder de arm. Toen ik het aluminium kleinood op de achterbank van de wagen zette, drong het tot me door dat in een frietketel frietvet hoort. Terug de Carrefour binnenwandelen was echter geen optie. Ik had shoppende gezinnen met jengelende kinderen getrotseerd en leipe aanvallen van caddies op mijn scheenbeen, dus ik had mijn portie zaterdagse ellende wel gehad. 'Frituurolie koop ik straks wel', dacht ik en ik ging bij Georgette een koffie drinken.
Ik geloof dat de frietpot een viertal dagen in mijn auto geresideerd heeft. En twee weken later heb ik twee liter frituurolie gekocht. Beide staan keurig naast elkaar op het rek in de keuken. De fles olie onaangeroerd, de frietketel nog in zijn oorspronkelijke verpakking. En de winter is bijna voorbij.
Woensdagavond heb ik dankzij vriend J. voor een prikje een Power Maxx Vibrations trilplaat op de kop kunnen tikken. Ik had al visoenen van een Stof met een borstkas van heb ik je daar liggen. Ik zag mezelf al ter linker en ter rechter zijde geflankeerd door twee bicepsen om u tegen te zeggen. Ik kon de stilte al horen vallen op het moment dat ik het fitness-center binnentreed. En wat zou dat volgende zomer niet worden op het strand. Scènes!
De donderdag ben ik er in geslaagd de doos uit de wagen te halen - voor anderen zonder sleutel dat zouden doen - en beneden in de gang te plaatsen. De doos langs de trap helemaal tot de vierde verdieping sjouwen zag ik niet zitten, want ik was nog in werktenue (pak en das) en dat manoeuvreert wat minder makkelijk. Gisteren was ik iets te tipsy moe om de doos naar boven te brengen. Deze morgen heb ik op mijn tanden moeten bijten om mijn vege lijf in een trainingspak te hijsen en alsnog het gevaarte naar boven te brengen. En hier staat ze dan, midden in de kamer, een grote doos met een trilplaat erin. Hoe lang zal ze hier staan? Geen mens die daar op kan antwoorden. Ik vind dat ik vandaag al genoeg 'geode' gedaan heb. En morgen ben ik er niet, dus als alles goed gaat, haal ik die Power Maxx er maandag uit. Of dinsdag. Of woensdag. Of begin maart.
We zien wel...

12:44 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
10-02-06

De wereld zit vol met dingskes: voorwerpen en voorwerpjes die door iemand gemaakt werden, maar waar ik geen naam voor heb. Een beetje geïnspireerd door Franstaligen – voor wie het gezichtsveld voortdurend krioelt van ‘choses’, ‘machins’ en ‘trucs’ – wil ik een repertorium aanleggen van dingskes.
Het eerste dingske in de reeks is een soort autostaartje, een soort lint dat onder aan het koetswerk van een auto hangt en dient om de statische elektriciteit van een auto weg te geleiden. Dat zou dan weer goed zijn tegen reisziekte. Zelf heb ik nog nooit van reisziekte last gehad en ik weet dan ook niet zo goed wat de symptomen van reisziekte zijn. Je ziet als eens iemand met een groen aangelopen hoofd in de berm staan kokhalzen en ik hoor die verhalen over mensen die ook bij – 5°C met het raampje open moeten rijden, maar persoonlijk ben ik nog nooit met reisziekte geconfronteerd geweest. Houden zo, vind ik…
Botsautootjes hebben een soort antenne waarmee ze stroom betrekken van een net dat boven het platform gespannen is. Miniatuurautootjes op een circuit betrekken hun stroom met een koperen borsteltje onderaan van een geleider op het circuit. Omdat het ‘in mijn tijd’ (de seventies) vooral Nederlanders waren die zo’n wagenstaartje hadden, dacht ik dat die zûnige Ollanders er weer iets op gevonden hadden om geen benzine te hoeven kopen. Ik was ervan overtuigd dat hun wagens met elletriek reden en dat ze die op één of andere manier uit het asfalt ‘zogen’. (Nu begrijp ik overigens waarom ik in fysica nooit een groot licht geweest ben. Ik het voorlaatste en laatste jaar secundair onderwijs heeft dat vak mij telkens een buis opgeleverd. De eerste keer omdat ik tijdens een proef een ‘toestel’ – een soort winkel-weeg-haak met een roestige veer erin; hoe heette dat ding ook al weer? – naar de Filistijnen geholpen had. De tweede keer omdat ik voortdurend in slaap viel door de dreinerige stem van meneer Messiaen. Maar dit allemaal geheel ter zijde.)
Vijfentwintig jaar lang zijn de wagenstaarten uit mijn gezichtveld verdwenen. Gisteren was de ISO-auditeur hier wééral. Toen ik haar wagen zag – én de autostaart die eronder hing – moest ik weer aan dat malle idee van vroeger denken. Ik kan ondertussen ietsje meer van fysica, maar toch raakte ik er niet helemaal uit. Waarvan is dat ding gemaakt? Als het van rubber is, dan geleidt het geen statische elektriciteit. Is het van een geleidend, hard materiaal gemaakt, dan breekt het af van zodra je even achteruit rijdt. En hoezo word je van statische elektriciteit wagenziek?
Vragen, vragen, vragen… Iemand een oplossing?
16:07 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |
Facebook |
07-02-06
Bij Toutatis!
Met Mohammed valt niet te lachen, - dat weet ondertussen zowat iedereen. Gisteren heb ik – rijkelijk laat - een poging gedaan om de veelbesproken cartoons te googlen. De actie leverde vijftien pagina’s afbeeldingen op. Ruim twaalf daarvan toonden boze mensen. Schreeuwende mensen met hun vuist in de lucht. Kwaaie baardmansen die met schietijzers staan te zwaaien. Tulbanden die sakkerden dat met die Denen geen land te bezeilen valt. Ratjes en rotjochies van 12 die met zichtbaar genoegen een ambassade in de fik steken.
Er was een krant en die publiceerde een paar spotprenten. Maanden later was er iemand aardappelen aan het schillen op een oude krant en hij of zij maakte zich druk over de spotprenten in die oude krant. Hij of zij moest zijn/haar kwaadheid kwijt en sprak daar dus iemand anders over aan. Toen waren ze met tweeën kwaad. En kort daarna met drieën en toen al met vier of vijf. En toen er vijfhonderd kwaaien waren, vroeg iemand van een andere krant “Waar gaat het eigenlijk over?” “Over die schandelijke spotprenten”, zei één van de kwaaien. “Hier, kijk maar!” “Dat moet ik aan mijn lezers tonen!”, dacht de man van de tweede krant en hij liet de spotprenten ten tweede male publiceren.
“Daar gebeurt iets in Denemarken”, zei de man van een derde krant. En om het verhaal te illustreren, publiceerde hij – ter lering – de spotprenten. Het aantal kwaaien steeg van 500 naar 5.000 en ook andere media kregen er lucht van. “Waar zijn jullie zo boos over?” vroegen ze aan het immer aanzwellende legioen kwaaien. “Over die schandelijke spotprenten”, zei de woordvoerder van de kwaaien. “Welke spotprenten?”, vroegen de mensen van de media. “Deze hier!”, zei de woordvoerder van de kwaaien en hij haalde een krantenknipsel uit zijn broekzak kaftan. In één klap zagen twintig miljoen mensen waar het over ging, - ook zij die nooit een krant kopen.
Hoe lang duurt die affaire nu al? Een week? Hoe lang gaat ze nog duren? Doen we er nog een week bovenop? Een maand? Ik bedoel: deze morgen wist het VRT-nieuws te melden dat de Deense krant die als eerste de Mohammed-cartoons had gepubliceerd, in 2001 geweigerd had om Jezus-cartoons te publiceren. Daar was ik even niet goed van! Dat die Denen het zo goor zouden spelen, dat had ik niet durven denken. “De cartoons waren niet eens grappig”, zei de hoofdredacteur te zijner verdediging. “Ze waren wèl grappig”, weerlegde de cartoonist, want zelfs clerici vonden ze geslaagd.
Fuckerdefuckerdefuck! In wat voor een wespennest zijn we nu weer verzeild geraakt! Ik heb het gevoel dat de halve wereld tegelijk van de pedalen geschoten is. Er wordt geschermd met grote woorden als respect en vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid, terwijl in de discussies heen en weer noch het ene noch het andere aan de orde is. Het gaat om het recht op lachen. En daar wil ik een lans voor breken.
Zelf mijd ik het Meiserplein als de pest. Ooit heb ik er drie keer over gemoeten, op zoek naar het kot van een vriendin van een vriend en de derde keer heb ik gewoon mijn ogen gesloten en gas gegeven, - zo gevaarlijk is dat daar. Toch waren er zondag enkele honderden moslims samengetroept. Doel van de bijeenkomst was aan de RTBf duidelijk te maken dat het maar eens uit moest zijn! Uit met wat? Dat werd uit de straatinterviews niet helemaal duidelijk. “We zijn het beu! En vooral: we zijn tégen! Nah!” Wat ze beu waren en waar ze tegen zijn, moeten we zelf maar uitzoeken.
De woordvoerders van de Belgische kwaaien deden me aan mijn 2 jaar jongere zus denken. Toen zij en ik nog kinderen waren, werden we – bijvoorbeeld wegens aanhoudende flinkheid – wel eens collectief beloond met een halve Mars. De reep werd minutieus in twee gelijke delen gesneden, maar mijn zus moest altijd mijn helft hebben. Waarom? Omdat de helft van iemand anders altijd groter lijkt dan wat je zelf in de hand houdt. Een beetje op dezelfde manier zei één van de kwaaien: “Als jullie De Profeet – Vrede zij met hem – belachelijk maken, beroepen jullie je op de vrijheid van meningsuiting. Als wij hetzelfde zouden doen Jezus, zou het land te klein zijn.” Volgens mij is dit een syllogisme dat kant noch wal raakt.
Ik zie mezelf nog niet zo snel met een geweer de straat optrekken omdat in pakweg een Jordaanse krant een cartoon verschenen van Jezus-als-deelnemer-aan-een-travestieshow (Ik verzin maar wat.). Ten eerste heb ik met Jordanië niks te maken en bovendien ben ik niet in het bezit van een geweer. Kous af!
Als je in de westerse wereld een probleem hebt of meent te hebben, kan je een paar dingen doen. Je kan een (zeer) boze brief schrijven naar Het Laatste Nieuws of Dag Allemaal. Met een beetje geluk krijg je een redacteur aan de lijn aan wie je je hele verhaal kwijt kan. Ja kan ook een praatgroep oprichten waar je samenkomt met andere mensen die hetzelfde probleem hebben om een avond erover van gedachten te wisselen. Of je neemt een advocaat onder de arm om het probleem voor een rechter te laten oplossen. Maar wat doe je niet? Huizen in brand steken, mensen terroriseren, schieten met schietgeweren, een paar miljoen mensen tegen alle andere mensen in het harnas jagen. Daar komen sowieso vodden van.
(Wordt vervolgd, tenzij één of ander leeghoofd heethoofd mij weet te vinden.)
12:22 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (3) | Email dit |
Facebook |
01-02-06
Erratum: Lekkele Kip
“Hey, couillon, ge zijt mis met uwen ‘Lange Muur’!” Vriend M. was niet zuinig met decibels toen hij me gisteren op een ernstige fout in mijn verslaggeving wees. “De Lange Muur is in Jette, die Chinees met zijn toffe dochters hier op den avenue heet China Garden! ’t Zal wel zijn, want ik kèn die dochters. Die mokkes zitten regelmatig op de bus.”
Ik wou nog opwerpen dat het hier ‘slechts’ blog-verslaggeving betreft: ik neem de vrijheid om één en ander naar mijn hand te zetten en te kneden tot het in het opzet past. Niks is gelogen, maar evenmin is ook maar iets echt wat het is. Ik pen wat impressies bij elkaar. Het eindbeeld is helemaal anders dan wat de parketfotograaf bij elkaar fotografeert. De grote lijnen zijn belangrijker dan de details. Duidelijk, toch?
Vriend M. wou van geen wijken weten. “Ge zijt een proper mènneke. Eerst goed gaan eten en dan op uwen blog reclame maken voor de concurrentie. Madam zal content zijn!” Daar had hij natuurlijk een punt en daarom deze rechtzetting:
Voor een lekkere Chinese schotel, besteld in het Nederlands en opgediend met de glimlach, moet je in China Garden zijn. En die tuin der lusten bevindt zich langs de De Limburg-Stirumlaan 161 in 1780 Wemmel. Telefoon: 02-569.86.83. Gesloten op dinsdag. Ze aanvaarden maaltijdcheques en Visa.
Nah!

P.S. Ik zou nog kunnen een grapje maken over het feit dat honden toegelaten zijn (tot na het aperitief), maar ik doe het lekker niet!
P.S. 2: De foto is niet van China Garden in Wemmel, doch van China Garden in Järvenpää, Finland, wat een stuk verder rijden is. Het interieur lijkt er wel goed op.
09:42 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (4) | Email dit |
Facebook |
Badineren over vis
“Doe maar zoiets als de vorige keer”, had de klant gezegd, “maar dan over een ander onderwerp. Dat zullen de mensen leuk vinden…”
Die vorige keer, dat was een stukje over auto’s. Nou ja, stukje… Het was het feature artikel. De cover zat helemaal in de autosfeer en het stuk zelf ging over de relatie Belg-automobiel. Het was lichtvoetig en badinerend genoeg om aangenaam om lezen te zijn. En tegelijk ging het toch over auto’s - zelfs over het autosalon – en was de ondertoon: doe niet zo flauw en ga ook eens een kijkje nemen.
Zelf heb ik weinig met auto’s. Als ie rijdt en op tijd stopt, vind ik het al lang goed. Vooral aan dat laatste hecht ik, na twee ongevallen in 4 jaar, veel belang. Voor het overige zijn mijn eisen aan de minimalistische kant. Natuurlijk, het mag niet binnenregenen en het voertuig in kwestie maakt bij voorkeur niet al te veel kabaal. Ik muis er graag stilletjes vanonder en dat is nogal moeilijk als iedereen je hoort vertrekken.
Vroeger had ik nog een bijkomende eis: het voertuig moest voldoende ruimte bieden om mijn persoonlijke spulletjes te etaleren: een kaart van Brussel, een kaart van België, een dertigtal cd’s, de krant van gisteren en eergisteren en de dag daarvoor, een halve fles mineraalwater, een vol en een leeg pakje Marlboro, een USB-a-USB-b-kabeltje, een zonnebril, twee notitieboekjes en vier balpennen, het boek dat ik aan het lezen ben en een boek dat ik al lang had willen lezen, een zak wine gums, parkeergeld, een tubetje zalf tegen rode huid, een verzekeringspolis, een fotoapparaat, een pakje papieren zakdoeken, een paar catalogi, een regenjas, een mp3-speler, een aansteker, een paar schoenen… Vroeger was het altijd een heel gedoe wanneer ik onverwacht een passagier wou meenemen. Dan moest ik even de wagen induiken om een zitplaats te heroveren. Het dubbele ongewenste bezoek aan/in mijn auto heeft van mij een ander mens gemaakt: alles zit nu keurig weggeborgen in twee plastic dozen in de koffer. En niemand – behalve jij nu – weet dat!
Ik heb niks met auto’s, maar toch had ik eind november een leuk stukje uit mijn mouw geschud over de typetjes die je op het autosalon vindt: de dromer, de freak en de snuffelaar. “Doe maar net zo iets”, had de klant gezegd, “maar dan over een ander onderwerp.” Een korte blik op de redactionele agenda leerde me dat ik de keuze had tussen ‘hedendaagse kunst’ en ‘zeevis’. Badineren over vis, - hoe doe je dat in godsnaam? En wat voor gestileerde, thematische foto zouden we daarbij kunnen verzinnen? Neen, dan nog liever hedendaagse kunst!
Gisteren heb ik twee pogingen ondernomen om op een mild-ironische manier over kunst, kunstenmakers, kunstkenners en kunstverzamelaars te schrijven. En zal ik je wat verklappen? Dat gaat dus niet! Ik rij mezelf voortdurend vast. Zonder te begrijpen waarom. Kijk, Jan Hoet vind ik persoonlijk een ongelofelijke humorist. Maar probeer eens een leuk stukje te maken over hem. Panamarenko? idem dito. Daniël Buren? Van hetzelfde laken een broek. En over alles wat tussen Panamarenko en Buren in zit mag je je al evenmin enigszins vrolijk maken. Niet leuk!
Pffffff, ik weet het niet. Mocht iemand een geniale inval hebben, heel graag! Eeuwige dankbaarheid en een goed glas zullen uw deel zijn.

09:03 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |
Facebook |
31-01-06
Verkouden

Het was Het Laatste Nieuws bijna een volledige pagina waard: de
Ik kan de quitters enigszins begrijpen, - vandaag dan toch. Ik ben snipverkouden en die tien minuten in de snijdende noordoostenwind doen er écht geen deugd aan. Na enkele minuten voelt mijn kale knikker als een ijsco, ik ril over mijn hele lijf en mijn vingertoppen voelen bevroren aan. Edoch… Dat stoppen met roken is net zoiets als een cinemazaal verlaten. De meeste mensen sputteren naar de uitgang van zodra de aftiteling begint, om dan opeen gedrukt naar de uitgang te schuifelen. Ik blijf gewoon zitten tot bijna iedereen buiten is. Zo zie ik niet alleen wie de muziek schreef, welk orkest de muziek uitvoerde en in welke studio dat opgenomen werd, maar ook welke lenzen gebruikt werden, welk technisch labo de pelicule ontwikkeld heeft en wie de wasknijpers op de drogende cuts gezet heeft. Allemaal informatie waar ik absoluut niks mee aan kan, maar ik heb een hekel aan aanschuiven, dus kan ik net zo goed blijven zitten in het knusse pluche van de zaal.
Sinds enige tijd hebben wij een akkoord met een beschuttende werkplaats. Vier van hun jongens komen twee dagen per week bij ons werken. Dat is goed voor hen: zo leren ze wat dat is, in een bedrijf met min of meer normale mensen werken. En dat is goed voor ons: zo leren we omgaan met mensen die iets minder vief van geest zijn dan wijzelf. Omdat ik mijn tekst-toko alleen run, kom ik met ons dream team nauwelijks in aanraking. In mijn winkel valt voor hen weinig te beleven. Ik ‘doe in papieren’ en daar zijn ze blijkbaar als de dood voor. En dus is hun plek beneden, op de mat, in de productie-unit.
Al snel na hun aankomst alhier hadden de jongens van de instelling een bijnaam: de Daltons. Vier in getal, variërend van een korte dikke met een eetprobleempje tot een lange magere, - waarschijnlijk ook met een eetprobleempje. De korte dikke komt ongeveer tot aan het middel van de lange magere. Zelfs zittend kijkt de lange magere nog over het hoofd van de korte dikke heen.
Eén van de twee tussenliggende Daltons – laat ik hem voor het gemak Leopold noemen – rookt. Het heeft een hele tijd geduurd voor ik wist hoe hij heette, want Leopold stottert. En niet gewoon stotteren, neenee, Leopold stottert zoals iemand die een stotteraar probeert te imiteren. Een beetje zoals een middelmatige moppentapper een stotteraar uitbeeldt. De eerste keer wist ik niet wat ik hoorde. Letterlijk…
In het begin vroeg ik nog “Excuseer…?” telkens ik iets niet begrepen had. Maar toen was het nog herfst en relatief warm buiten, dus die paar minuten meer deerden mij niet. Leopold wou zijn verhaal doen en ik wou luisteren tot ik alles begrepen had. Van wijlen koning Boudewijn had ik die tic geërfd glimlachend-goedmoedig-geduldig te luisteren naar allerhande verhalen. Dat maakt Leopold zo enthousiast dat hij zich nog meer vergaloppeerde in zijn eigen woordenvloed. Zelfs met de beste wil van de wereld kan ik niet typen zoals hij spreekt. Van de zin “ Tussen 1977 en 1982 heb ik in een school in Wetteren als onderhoudsman gewerkt.” begreep ik “Tutu twee acht etteren man werk.”
Naarmate de buitentemperatuur zakte, zakte ook mijn aandrang om volledig te begrijpen wat Leopold wil zeggen. Tegenwoordig stel ik me tevreden met een “Allez, gij!”, wat steevast de repliek “E-echt echt waar, ma-man!” oplevert. Of ik mik er een voor hem exotische, West-Vlaamse “môh!” tussen. In de hoop dat hij ‘gewoon’ verder gaat met zijn exposé. Want het is koud. En als je verkouden bent, komt dat dubbel hard aan.
Als ik ooit stop met roken, zal het waarschijnlijk zijn om van Leopolds gezeur verlost te zijn.
15:35 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
30-01-06
Lekkele kip!

Kort samengevat komt het hier op neer: ik ben dik tevreden dat ik in een
Ik had het niet voor mogelijk gehouden: dat je in een Chinees restaurant in het Nederlands bediend wordt. Door een vrouw die er verdraaid Chinees uit ziet. Nou ja, Nederlands... Ze spreekt Neidelands. Nederlands met een flinke scheut soyasaus erover. Het meeste van wat ze zegt, begrijp ik. Het begint bij het binnenkomen: "Meneel, wat fijn dat u komt!" Dat doet ze met een heel brede glimlach om de mond. Nergens ter wereld neem je dat soort glimlach ernstig, - behalve in je thuishonk.
Oude gewoontes hadden mij geleerd bij de Chinees altijd véél te bestellen. Met zijn tweeën? Dan neem je elk een voorgerecht (24 en 27) en samen drie hoofdgerechten (62-74-76). Toen ik de eerste keer in de Lange Muur binnen kwam - ik onwennig, zij ook een beetje onwennig - deed ik dat ook: een voorgerecht en twee hoofdgerechten. Dat vond ze moedig van mij. Het was niet nodig geweest, - zo bleek achteraf. Ik heb mijn bordje niet leeg gegeten, maar ik ben met een grote smile huiswaarts gekeerd.
Madame De Lange, vrouw des huizes, had even gespiekt en gezien dat mijn kop in een magazine stond. Het was aanleiding geweest voor een gesprekje over waar een mens zoal zijn brood mee verdient. De ene maakt Nasi-Goreng, een ander schrijft artikels over vakbeurzen in Hongarije. De kans dat we ooit concurrenten worden, is nogal gering. Me thinks...
Ze leek erg in haar schik om mij na meerdere weken nog eens terug te zien. "Heeft u boek zelf geschreven?", vroeg ze, wijzend op 'Secretum' van Sorti & Monaldi. Neen, lieve dame! Vijfhonderd woorden in mijn tekstsuperette, daar draai ik mijn hand niet voor om. Maar 766 pagina's is echt wel veel. . Zij waren met zijn tweeën, Francesco Sorti en Rita Monaldi. En samen hebben ze heel hard moeten werken om dat ding drukklaar te krijgen.
"Vele leze?" 'Ja, ik lees graag', antwoordde ik. Dat vond ze tof. Zo tof, dat spontaan en ongevraagd de dochters erbij gehaald werden: Mi, Li en Iang. Drie meiden van de wereld die in Antwerpen school gelopen hadden en ook niet meteen begrepen waarom ze aan mijn tafel flink moesten komen wezen. "Ons moe heeft dat van tijd", zei Mi of Li, terwijl Madam De Lange schaapachtig lief stond te wezen." Vader De Lange bracht redding: mijn bami-goreng met dlie soolten vlees was klaal. Hoela! De dochters konden weer elk naar hun kamer, moeder kwam nog even de wijn bijschenken. Om verder met een beate glimlach op de hoek van de toog te staan wachten tot ik vol en voldaan achterover zou leunen.
Moeder De Lange, je eigen kippetjes zal je aan mij niet kunnen slijten, maar zo'n bami met drie soorten vlees gaat er altijd in.
Zonder vrees...
Naschrift voor mevrouw B.: Ik ga op Google achter een prentje aan en onder de zoekterm Chinees krijg ik jouw tronie te zien. You sure kick ass...
21:35 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |
Facebook |
27-01-06
Kwartet

Door een onvoorzichtigheid ben ik op de blog van
Grmpf ten prooi gevallen aan “katje d’eraan”. Ik heb het zitten en beantwoord beleefdheidshalve vragen in rotten van vier.vier baantjes die je in je leven hebt gehad:
- aardappelschiller-wortelrasper-afwasser in de zaak van ma & pa
- vliegende reporter voor De Weekbode / Krant van West-Vlaanderen
- Europese liaison voor de New Zealand Kiwi Marketing Board
- Correspondent voor de Gazette van Detroit
vier films die je niet vaak genoeg kan zien:
- The cook, the thief, his wife and her lover
- The madness of King George
- JFK
- iets van Johnny Hazard
vier plaatsen waar je gewoond hebt:
- Brugge
- Oostende
- Zwevezele
- Gent
vier televisieprogramma's waar je graag naar kijkt:
(Ik heb a) geen kabel en b) een tv-toestelletje dat na 20 jaar de geest gegeven heeft. Dit lijstje is dus volledig gespeend van enige actualiteit. Toch durf ik al eens stelen met mijn ogen wanneer ik op een ander ben en dan blijf ik kijken naar:
- Allo-allo
- Carnivale
- De Zevende Dag
- Have I got news for you
vier plaatsen waar je op vakantie ging:
- Hurghada, Egypte
- Bali, Indonesia
- Alcaucin, Andalucia
- Firenze, Italië
vier websites die je dagelijks bezoekt:
- Yahoo (email)
- Skynet (email + blogs)
- De Exhibitions portaalsite
- Gaydar
vier dingen die je graag eet:
- Kalfszwezerik
- Goed geaffineerde kazen
- Traditioneel gedroogde ham (Parma, Serrano, San Daniele…)
- Echte ‘ballekens in tomatensaus’
(Eigenlijk zijn er slechts 4 dingen die ik NIET graag eet. Not to mention them: schorseneren, niertjes, rundstong en ‘andouillettes’)
vier plaatsen waar je liever bent dan nu:
(Het is - 3°C buiten, dus ik heb niet veel moeite om een paar plekken te verzinnen.)
- In Spanje, in het onooglijke dorpje Alcaucin, vlakbij Velez-Malaga, op het terras van vriendin L. haar landgoed, met een glas goedkope rosé in de ene en een goed boek in de andere hand.
- Aan de toog bij Georgette van La Chaumière, links en rechts geflankeerd door een maatje dat een aangename werkdag achter de rug heeft en nu veel zin in een glas heeft. Dat mag overigens ook bij Staaf aan de toog zijn.
- Aan een goeie tafel, in het gezelschap van een paar goeie vriend(inn)en.
- In een warme saunacabine (95°C) waar verder iedereen zijn snavel houdt of hooguit zacht fluistert.
15:38 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (7) | Email dit |
Facebook |
Zorgwekkend filmpje

Ik was er gisteren niet goed van en ik ben er nog steeds niet goed van. Het gaat over een filmpje. Een filmpje dat mij behoorlijk van mijn melk gebracht heeft, - ook al duurde het hooguit 10 minuten. Het was een stil filmpje – ik was aan het kijken op een pc waarvan het geluid af stond – en zelf ben ik er ook heel erg stil van geworden. Raar, want van de meeste filmpjes denk ik “Ach, het is maar een filmpje!”
Het kleine filmpje met de grote impact toont een rituele steniging. Er zijn landen waar de wet voorschrijft dat je voor misdrijven X, Y en Z gestenigd wordt. Zelf kom ik nooit in dat soort landen – ik geloof niet daar ik daar iets te zoeken heb – en ik ga er een beetje van uit dat elke natie de wetten krijgt die ze verdient. No big deal! Hier in België hebben we een wet die zegt dat je niet mag roken in werkplaatsen, dus doe ik dat ook niet. Vind ik het een leuke wet? Neen. Respecteer ik die wet? Ja, ik moet wel…
Waarschijnlijk zijn er een paar Amerikanen die het een beetje lullig vinden dat je een pépé-tje van 79 alsnog de doodstraf geeft. Ik bedoel: je kan net zo goed nog een paar jaar wachten tot dat sukkeltje er spontaan en uit eigen beweging mee ophoudt. Maar net zoals er iets als therapeutische volhardendheid bestaat (Is dat de correcte term voor het tegen beter weten in blijven behandelen van terminale patiënten?), bestaat er ook een soort juridische volhardendheid. Den bompa is in beschuldiging gesteld, voor de rechtbank verschenen en schuldig bevonden, dus moet de straf uitgevoerd worden. Koste wat het kost.
Tot in de 18de eeuw was het in diverse Europese gebruikelijk om zelfmoordenaars voor de rechtbank te sleuren – letterlijk in dit geval – te veroordelen en te straffen. Ze mochten zo dood als een pier zijn, gestraft werden ze. Omdat ze stout geweest waren. Want je mag niet zomaar de hand aan jezelf slaan. Als iedereen dat begint te doen, is het hek van de dam en valt de samenleving in duigen. De strafmaat voor zelfdoding verschilde van land tot land, van ‘sleepinghe’ (ritje door de stad, met een koord vastgemaakt achter een paard) tot hondsbegrafenis (in niet gewijde grond) tot vierendeling en radbraking (je monteert de aflijvige op een liggend wiel en met ijzeren staven breek je de beenderen in alle ledematen). Gezellig is anders, maar er was in die tijd nog geen televisie en je moest de mensen toch een portie amusement kunnen bieden.
Het filmpje dat ik gisteren gezien heb, stamt uit het begin van de 21ste eeuw of het einde van de 20ste eeuw. Op een zanderig plein zie je een menigte samentroepen. Vier mensen worden verpakt in een soort linnen zak, terwijl verderop een tiental mensen met een schop vier kuilen maakt. Eén voor één worden de in linnen verpakte individuen rechtop in een kuil gezet, waar ze met hun bovenlichaam uit blijven steken. De rest van de kuil wordt opnieuw met aarde aangevuld en dicht aangestampt. Wie ooit prei heeft geplant of zien planten, kan daar een beetje mee vergelijken.
We hebben nog steeds een menigte, we hebben nog steeds een zanderige vlakte en we hebben nu ook vier veroordeelden die in een zak verpakt zijn en in de grond werden geplant. Ze staan erbij als paddestoelen die net iets te snel uit de grond geschoten zijn en nu een beetje versuft zijn door het lawaai en het gedoe.
Als het planten en aanstampen achter de rug is, gaat iedereen – behalve de vier paddestoelen – in een halve kring staan en begint het steentje-smijt. Nou ja, steentje… De Koran preciseert dat de voor steniging geschikte stenen niet te klein mogen zijn. Het gaat om stouteriken, - en dat zullen ze voelen. De Koran zegt verder nog dat de stenen ook niet te groot mogen zijn. Het is niet de bedoeling dat de gestenigde al bij de eerste worp het leven laat. Meteen dood is niet leuk, zegt de Koran.
Op het afgesproken teken begint zo’n mannetje of zestig met stenen te gooien. Eerst naar de eerste paddestoel, daarna naar de tweede, daarna naar de derde en tot slot naar de vierde. Telkens zo’n paddestoel een salvo krijgt, zie je hem eerst vervaarlijk om zijn as wiebelen. Van voor naar achter, van links naar rechts. Al na enkele tellen begint de steel van de paddestoel hier en daar rood te kleuren. Na een dikke minuut is ie helemaal rood. Van voor en van achter. Bloedrood.
Het filmpje toont helaas niet wat er na de steentje-werp gebeurt. Je ziet nog net dat één paddestoel weer uitgegraven wordt. Naar de rest heb je het raden. Maar fraai zal het vermoedelijk niet zijn.
O ja, voor ik verder ga even dit. Om diverse redenen wil ik hier geen rechtstreekse link naar het bewust filmpje zetten. Wie wil, kan hier gaan grasduinen en komt er wel op.
Het filmpje heeft me een beetje verweesd achtergelaten. Over die Sharia wil ik me niet uitspreken. Als de mensen ginderachter daar content mee zijn, dan is het voor mij al lang goed. Persoonlijk vind ik het een heel gedoe met die sluiers en die lange rokken – vooral bij 40°C in de schaduw – maar het zal ongetwijfeld wel ergens goed voor zijn, - al was maar voor de lokale confectieateliers. En ach, die mullah’s en ayatollah’s… Ieder land heeft ze en overal ter wereld vind ik ze enigszins gênant. Neem nou ‘onze’ Pieter De Crem. Daar wil je niet mee op straat gezien worden. Als ik aan een buitenlander moet vertalen wat hij aan het uitkramen is, krijg ik het schaamrood op de wangen, maar ja…hij is verkozen en dus heeft hij recht van spreken. En die Dewinter ook. En André Flahaut ook.
Wat me het meest tegen de borst stoot is de gretigheid waarmee ‘vrijwilligers’ vier mensen verkleden in paddestoel, kuilen graven en stenen smijten. Er was –gelukkig – geen geluid bij toen ik het filmpje bekeek, maar ik kan mij voorstellen dat de ‘Jieha’s!’ en de ‘Jupla’s!’ niet uit de lucht waren. Het leek ei zo na niet op een feestje. Het zou me niet verwonderen dat in de marge van een steniging links en rechts een hotdogtent en een karikollenkraam opgetrokken wordt. Hotdogs op basis van rundvlees, zou dat bestaan?
Nog niet zo lang geleden verzuchtte ik hier dat de mens den mens een wolf is. De moorddadige bloedzucht in de ogen van de stenengooiers, het perverse genot op die verweerde gezichten, het beestachtige enthousiasme waarmee de goegemeente zich op die sadistische kwellingen stort… Het maakt me allemaal bang. Verschrikkelijk bang. Zo bang dat het me in verwarring brengt. Het ene moment denk ik ‘We moeten ijveren voor een totaal verbod op godsdienstbeleving buiten de muren van de eigen woning’, een andere keer vind ik die remedie al even kwezelachtig als de kwaal. Het ene moment denk ik ‘Iran is tamelijk ver van mijn bed’, een ander keer bekruipt me het ongemakkelijke gevoel dat ook hier zo’n gevaarlijke gekken rondlopen en dat ze ook hier een stille meerderheid vormen.
Ik weet me omringd door fantastische vrienden. Als we elkaar straks zien, zullen ze me een dikke knuffel geven, mij eens goed vast pakken en mijn worries smoren in een goed glas bier. En toch… En toch….
13:37 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (2) | Email dit |
Facebook |
25-01-06
Mersiekes

Even niet opletten en het is gebeurd. Toen ik zopas mijn blog opende – dat was al sinds vrijdag niet meer gebeurd, ik zou mezelf een dreun voor mijn hersenen moeten verkopen – zag ik dat het laatste bericht zowaar 10 reacties opgeleverd had. En niet van ‘oude bekenden’, maar van nieuwe namen/pseudoniemen. Tot ik de inhoud van hun reacties las: proficiat met je vermelding op de startpagina? Op welke startpagina? Die van Skynet? Moi? Ik heb niks gezien. Eigen schuld, dikke bult, - ik weet het. Ik zat naar de vogeltjes te kijken terwijl de meester mijn naam riep. Ik heb mijn eigen moment de gloire gemist. Dedju…
Vroeger – voor de Grote Bloghervorming van enkele weken geleden – kon je maander ver terugbladeren in de blog-promoties van Skynet. Die promoties bestonden telkens uit een beeld, een aardig (vleiend) tekstje en een link. In de nieuwe versie kan je niet meer terugbladeren. Ik weet dus niet hoe de Skynet-redactie mijn kleine tekstsuperette omschreven heeft en welke foto ze daarbij gebruikt hebben. Dat had ik eigenlijk best wel graag willen weten. (hint!)
Dit gezegd zijnde, moet ik ook schuld bekennen. Drie weken geleden had ik een lumineus idee: ik zou (opnieuw) een breedbandverbinding aanschaffen voor thuis, een paar flessen rode wijn bunkeren en bloggende huismus worden. Gedaan met bijna avond te blijven hangen in deze of gene slijterij, gedaan met babbelen en discussiëren tot mijn tong lam hangt, gedaan met te laat naar bed gaan. Tweeënhalf weken verder dringt een eerste evaluatie zich op en..euh…het is een mager beestje geworden. Ik geloof niet dat in die periode al meer dan een uur online gewest ben. Gelukkig kunnen breedbandverbindingen niet roesten, anders was ik er nu al gloeiend bij.
Ik wou dat ik kon zeggen dat het deze week nog verandert. Dat ik vanaf vandaag, morgen of overmorgen keurig om 19u. achter mijn pc zit om te schrijvelen en lezeren, maar enig realisme gebiedt mij die belofte met minstens een week uit te stellen. Vanavond wil ik na de sociale verplichtingen een lang, warm bad nemen. Overmorgen is er een feestje met de medewerkers. Morgenavond heb ik een inhaal-borrelpartijtje. Zaterdagavond staat er belotte op het programma…
Soit. Als u er kunt mee leven, dan ik ook. Merci Skynet voor de vermelding. Merci alle reactieschrijvers voor de reacties. Merci voor iedereen die er zelfs een mailtje voor over had. Het is prettig om lezen én het is een krachtige stimulans om te blijven schrijven.
15:37 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (2) | Email dit |
Facebook |
20-01-06
Illusie aan flarden
- de blog met de wedstrijduitslagen van een (kleine)(pré)miniemen(zaal)voetbalclub uit Boven-Achter-Over-Bachten-Beke;
- de blog van iemand die godzijdank ongelukkig is zodat hij/zij daar elke dag à rato van 750 woorden over kan zeuren;
- blohs va gastn die skreuvn lik dasse klapn èn oossan fotoots van brietnie spiers drip zetn;
- blogjes van mensjes die overal diminutiefjes van maken en vaak(jes) berichtjes posten waarin ze je een fijn dagje/avondje/nachtje/weekendje/jaartje wensen
- blogs over verbouwingen met veel ‘voor en na’-posts;
- blogs van Blokkers en bijna-(even-erg-als-)Blokkers;
- blogs die middels de instructies copy & paste nieuws publiceren dat ondertussen oud(s) is;
- blogs die hetzelfde doen met fotomontages of – god verhoede het – belegen moppen;
- blogs van verenigingen, - inclusief feitelijke verenigingen;
en vele andere.
Gelukkig schieten er zelfs na dit lijstje nog vele honderden blogs over. Het meest hou ik van de mannen en vrouwen die op een blauwe maandag op hun schrijftafel een balpen met een afgeknabbeld dopje zien liggen en daar een verhaal over vertellen of verzinnen. Pure bellettrie die nergens over gaat, nergens heen wil en geen of weinig ambitie heeft. Dingen die je schrijft om het plezier van het schrijven en die weer andere mensen lezen om het plezier van het lezen. Het leven zit bol van de ogenschijnlijk futiele voorvallen. In de handen van getalenteerde bloggers – en zo zijn er hier echt wel een aantal – worden het pareltjes van anekdotes.
Een tweede categorie blogs wordt geschreven door mannen en vrouwen die compleet van de pot gerukt zijn. Sommige bloggers hebben een zo ongebreidelde fantasie dat ze op hun kousenvoeten de meest onwaarschijnlijke verhalen uit hun mouw schudden. Verraad en arglist op de Galapagos-eilanden, schrijnende tearjerkers over een ongelukkige jeugd met elke dag weer aardappelen op het menu, heroïsche taferelen op de snelweg tussen twee veraf gelegen planeten, monologues intérieurs door hun eigen pik, ooggetuigenverslagen van historische veldtochten… Niks van dat alles hebben ze zelf meegemaakt, maar ze schrijven erover alsof het allemaal haarscherp op hun netvlies gegrift staat. Respect! Al moet ik er eerlijkheidshalve aan toevoegen dat ik al eens halverwege een verhaal durf afhaken. Ik moet hier en daar een aanknopingspunt hebben, anders loop ik al snel verloren.
Ik ben behoorlijk afgeweken van het oorspronkelijke opzet. Ik wou hier iets kwijt over een blijkbaar nieuwe blog die de bizarre naam IJsverwachting draagt. Op deze blog wordt voorspeld hoe groot de kans is dat we in Vlaanderen kunnen schaatsen op natuurijs. (Enfin, we… Het zal toch vooral over anderen gaan, vrees ik.) En wat staat daar in hun meest recente post? ‘Kans op schaatsijs wordt groot!’ Komaan, zeg! Ik was al net een beetje hoopvol gestemd omdat het deze morgen al 9-klein bolletje-cee was toen ik buiten mijn sigaret wou gaan roken. Negen graden is een stuk menselijker dan nul graden en de optimist in mij was er al stilletjes van uit gegaan dat we volgende week de kaap van 10 graden zouden overschrijden en de week daarop 12 en de week daarop 15. Kortom, ik zag mezelf medio februari al in een heerlijk lentezonnetje staan. Maar die illusie is nu dus ook weer aan flarden geschoten. Courtesy Skynet Blogs.
16:05 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (10) | Email dit |
Facebook |
Paniek in Wemmel
Er heerst een lichte paniek in mijn geliefde gehucht. Enfin, paniek is misschien een te groot woord. Het is eerder een soort gespannen verwachting, gekruid met enige onzekerheid over wat komen gaat. En ik ben zelf de aanstoker van die gespannen verwachtingsgolf. Onbewust dan nog wel…
Eergisteren had ik tegen enkele kroegkennissen gezegd dat ik nog niet wist hoe mijn vrijdagavond er zou uit zien en of ze me dus vanavond te zien zouden krijgen. Ik heb deze avond twee logés. Eén ervan – een uiterst sympathieke dame met wie ik bijna 20 jaar bevriend ben – zal al in Wemmel zijn op het ogenblik dat ik nog aan het werk ben. Ik zal haar dus ergens moeten ‘parkeren’, maar ik wil vermijden dat ze daarbij ten prooi valt aan de Wemmelse extravaganza, aangevoerd door Silly Willy. Het is vrijdag voor iedereen, zeker voor de mannen van de groendienst.
Hoewel de vriendin in kwestie ABSOLUUT NIET tot het type kruidje-roer-mij-niet behoort en zelf nogal bedreven is in het “mensen doen gaan” – menig maal heeft ze met arglist een onschuldig Kortrijks café omgetoverd in een poel van liederlijkheid en luid gezang – wou ik toch verhinderen dat de cultuurschok al te groot zou zijn. Daarom probeer ik vandaag in de vooravond enkele fijne luiden bij Staaf te posteren, als een soort dam tegen het gespuis. Mensen met standing en savoir-faire, die een dame als dame behandelen en niet meteen vragen “Oe lang paasde dat aave koko nog op de rienk goa vaststoan?” (Vertaling: hoeveel tijd heb je nodig voor een snelle wip?)
Mensen – vrienden – in absentia in een gekend en geliefd etablissement parkeren is altijd een riskante onderneming. Natuurlijk kan het meevallen. Ik meen mij te herinneren dat mijn bloedeigen vader ooit incognito een aantal van mijn pleisterplaatsen bezocht heeft en uiteindelijk goed in de wind naar huis is gegaan zich die namiddag goed geamuseerd heeft. Maar voor hetzelfde geld valt het flink tegen. Er zijn altijd mensen die ‘nieuwkomers’ op een aparte, zelfs wat achterdochtige manier bejegenen. Dat begrijp ik niet goed, want uiteindelijk is een horeca-etablissement toch een handel die het voor een groot deel van mensen op (door)tocht moet hebben. Vooral in het zogeheten volkscafé wil het wel eens een tijdje duren eer je enigszins aanvaard wordt. In de ‘ontluizingsperiode’ die daaraan vooraf gaat, heb je vooral contact met – ik wik mijn woorden – de meer kleurrijke figuren die het etablissement bevolken. Op zich vind ik kleurrijk oké, maar doorgaans is de spankracht van het sociale contact met dat soort types eerder aan de lage kant. Je raakt er snel op uit gekeken en op den duur ga je dat soort contacten zelfs min of meer mijden.
Deze namiddag gooi ik mijn beste vriendin voor de leeuwen. Een Romeinse keizer zou daar zijn hand niet voor om gedraaid hebben (- of net wel?), mij maakt het een tikkeltje zenuwachtig. Ik hoop dat ze straks een goed plekje aan de bar kan veroveren, geflankeerd door aangenaam volk dat vlot converseert. De mensen die ik over Haar komst ingelicht heb, zijn een klein beetje nerveus: er komt een VIP naar Wemmel. Leuk dat ze het zo bekijken, maar ergens ver in mijn achterhoofd blijft er dat klein beetje ongerustheid.
Zal ik een kaarsje branden?
10:28 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (3) | Email dit |
Facebook |
19-01-06
Een geweldige vrouw
Soms lees je van die dingen… Het partnergeweld in Vlaanderen is toegenomen. En steeds vaker is het madam die mijnheer
onder zijn kloten van de matrak geeft. De diepvriesafdeling van de supermarkt bulkt van de deegproducten, je kan in de bakkerijafdeling kant-en-klare taarten kopen, pizza laat je gewoon door zo’n snorfietsje tot aan de voordeur brengen en toch piekt de verkoop van deegrollen als nooit te voren. Elke dag sneuvelt een stuk regenwoud ter grootte van een voetbal basket tennis jokariveld alleen maar om de voortdurend stijgende vraag naar deegrollen te kunnen bijbenen.
Er wordt meer nuptiaal gemept. En – leve de gelijkheid der seksen – het zijn allang niet meer uitsluitend de dames die incasseren. (V)echtgenoten die het te bar maken, moeten in een praatgroep. En in die praatgroepen zitten ook heel wat vrouwen met losse handjes. Dames van stand die al eens een scherp keukenmes in de richting van mijnheer durven slingeren. Ontstuimige ka’s die hun gietijzeren cocottes misbruiken om ze hard over het hoofd van hun echtelijke sooi te trekken. Grimmige amazones die graag de taal van de vuisten spreken. Takkewijven die zich enkel roepend en krijsend verstaanbaar wensen te maken.
De volgende keer dat iemand tegen me zegt “Ik heb een gewéldige vrouw” zet ik meteen een paar passen opzij. En ik doe een helm aan.
09:27 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |
Facebook |
18-01-06
Conchita II

We hebben een nieuwe koffie-Conchita. Niet dat de oude versleten was, hoor. Het Andes-meisje was zwanger en is ondertussen bevallen van een gezonde baby. Daar moet ze nog een beetje van nahijgen en dar doe je beter thuis. Dus hebben wij zolang een andere Conchita. De nieuwe Conchita is een stuk minder zonnig dan de vorige. Ze komt nochtans ook uit een warm land: Marokko. Alleen hebben ze het daar blijkbaar niet zo voor goeiemorgen zeggen wanneer je een bedrijfskantine binnenkomt. Conchita II zegt steevast “grrrrmmmmbl mmmmbbbl”. Misschien is dat Arabisch voor “goeiemorgen”…
Vorige week heeft Conchita II koffie gezet met water waar nog een zakje ontkalker in was. Die was niet zo lekker. Je kreeg er een branderig gevoel in de keel van en een gloeiende tong. Gelukkig had iemand het telefoonnummer van het Anti-Gifcentrum bij de hand. Daar weten ze weg met branderige kelen en gloeiende tongen.
Deze morgen ging ik in de kantine op zoek naar een mok. Maar die was er dus niet. Alle mokken zaten in de vaatwasser. ’s Avonds alle mokken in de vaatwasser steken vind ik een goed idee. ’s Ochtends alle mokken in de vaatwasser steken niet. Conchita II heeft een eigen mening over hoe sterk koffie moet zijn, wanneer koffie gedronken wordt en wat daar behalve water en koffiebonen nog aan toegevoegd moet worden.
Ik lust haar niet echt, vrees ik.
08:59 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (5) | Email dit |
Facebook |
17-01-06
Prietpraat
Muzieksmaak verraadt de persoonlijkheid
(Belga) "Zeg me welke cd u draait en ik zeg u welk type mens u bent", zo luidt de conclusie van een onderzoek naar de band tussen muzikale smaak en persoonlijkheid, waarover Der Spiegel Online op gezag van het vakblad Psychological Science heeft bericht.
Zo zijn liefhebbers van energierijke en enthousiaste gezongen muziek als correct en extrovert getypeerd. De deelnemers aan de test beschouwden de fans van country als emotioneel stabiel en jazzfanaten als intellectueel, wat ook klopte. Gezien het een Amerikaanse test betreft, is het niet duidelijk welk persoonlijkheidprofiel bij de fans van Jo Vally, Urban Dance Squad en Sacha Distel zou worden herkend. De vorsers zijn er naar eigen zeggen gerust in dat men redelijk betrouwbaar op de muzikale smaak van iemand kan afgaan om diens persoonlijkheid in te schatten. (dwm)
Oké. Dat Der Spiegel – zowel online als in hard copy – af toe serieus uit zijn nek lult, is algemeen geweten. Op het vakblad Psychological Science ben ik niet geabonneerd, dus ik heb er een beetje het raden naar waar dat onderzoek nu precies over ging. Maar ik daag iedereen uit. Hieronder staat een lijstje met 9 cd’s die op dit moment bij mijn cd-speler en/of in de wagen liggen:
- Juan El Lebrijano Peña, ‘Casablanca’
- Roy Paci, ‘Parole d’Onore’
- Loudon Wainwright III, ‘Here come the choppers’
- Stacey Kent, ‘Close your eyes’
- Michael Bublé, ‘It’s time’
- Carlos Gardèl, ‘Las 60 mejores canciones de Carlos Gardel’
- Madeleine Peyroux, ‘Careless love’
- J.S. Bach, The French Suites (G. Gould)
- Nusrat Fateh Ali Khan, Ali Khan à Paris
Een hele mijnheer/mevrouw die hier mijn persoonlijkheidsprofiel uithaalt, hoor!
Anyone?
10:51 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |
Facebook |
Ochtendrituelen

Er klopt iets niet. Normaal loopt wekker 1 om 05u.59 af. Dan veer ik recht en maak ik een spurtje tot aan de kamerthermostaat. Die krijgt een fikse draai, van 15°C naar 22°C. Ongeveer drie seconden later lig ik opnieuw in bed, onder de nog warme donsdeken. Van het radionieuws van 6 uur neem ik alleen flarden mee en ook de actualiteit die tussen 6u. en 6u.30 geserveerd wordt, gaat grotendeels aan mij voorbij. Heeft De Gught Kofi Annan ‘een voos negerken’ genoemd? Het zou kunnen. Als het een item was tussen 6 en half zeven, weet ik het al niet meer.
Om 06u.29 begint wekker 2 kabaal te maken. Opnieuw vat ik een spurtje aan, - deze keer richting Senseo en daarna opnieuw snel beddewaarts. Het nieuwsbulletin van 6u.30 absorbeer ik wél, net als de belangrijkste krantentitels die onmiddellijk na het bulletin op een rijtje gezet worden. Na het nieuws en de krantenkoppen is het eigenlijk de hoogste tijd om op te staan en in actie te schieten. Daar wijst wekker 3 – een klein, venijnig piepertje op batterijen – mij op. Om wekker 3 het zwijgen op te leggen, moet ik het bed uit. En omdat de Senseo ondertussen gebruiksklaar is, slaag ik daar meestal ook in.
Het is ondertussen 6u.40. Met een kop koffie in de hand ga ik op de rand van het bad zitten. Zomaar. Tien minuten lang. Want om 6u.50 wijst het alarm van mijn gsm mij er fijntjes op dat ik me eigenlijk al aan het scheren moest zijn. De voorbereidingen voor het scheren zijn het begin van een martelgang die nat-natter-natst-zeep-zeper-zeepst heet. Ik ben altijd blij als ik er heelhuids en met een aanvaardbare zuurtegraad uit kom.
Om 7u.25 – ik functioneer ondertussen autonoom en word niet langer door weksignalen aangestuurd – moet ik volledig opgepoetst, gepolijst en aangekleed zijn. Veel marge heb ik dan niet meer, want om 7u.30 wil ik vier verdiepingen lager in mijn wagen zitten kleumen, helemaal klaar voor het nieuwsbulletin van 7u.30 en de aansluitende perscommentaren. Daar doe ik het allemaal voor. Daar is mijn hele ochtendritueel op afgestemd: die heerlijke perscommentaren op radio1.
Deze morgen verliep alles keurig volgens bovenstaand schema. Alleen werd mij om halfzeven het persoverzicht onthouden. Dat vond ik een beetje knudde. Bovendien was ook klimatologische grapjurk Frank Deboosere verhuisd, van even na zevenen naar even na halfacht. Op het tijdstip van mijn perscommentaren dus! En de perscommentaren? Die worden nu uitgezonden op het tijdstip dat mijn wagen al op de parking van het bedrijf staat: rond kwart voor acht. Maar ik blijf zitten! In mijn auto, op de parking, in het zicht van de binnendruppelende collega’s. Want ik wil Marc Vande Looverbosch horen. En Guy Poppe. En Ben Van Heukelom. En Johny Van Sevenant. Elke werkdag. Maar dan liefst voor ik begin te werken...
10:08 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (2) | Email dit |
Facebook |
15-01-06
The New Foundland Fiddler

Het zat in een verre uithoek van mijn geheugen, in een donkere lade, bedolven onder een laag stof. Een flard van een liedje, een stem, een vaag beeld van een gezicht en heel veel associaties. Een handvol kilobytes op de grote harde schijf in mijn hoofd. En dankzij Nana Mouskouri heb ik ze teruggevonden. Dat mens duikt altijd in de tweede helft van december op om her en der haar Minuit Chrétiens ten gehore te brengen. Zij heeft me kwelenderwijs op het goede spoor gezet.
Waar gaat het over? Over 'Vive la rose', een traditioneel Frans-Canadees lied dat overigens ook door la Mouskouri onder handen genomen is. Over haar versie wil ik het niet hebben. Het mens heeft ondertussen de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en ik hoop dat ze nog lang van haar pensioen mag genieten. Ook Mireille Mathieu heeft zich ooit aan de roos vergrepen en ook dat wil ik met de mantel der liefde bedekken.
Die greep verloren kilobytes gaan over 'Vive la Rose', in een uitvoering door wat ik dacht een tandenloze zwerver te zijn. De versie was/is ruw, onaf, beverig, breekbaar, maar ze is tegelijk van een onaardse schoonheid. Telkens ik het lied hoor - en dat kan nu, want ik heb ze gevonden - springen mijn ogen vol.
Het eerste wad ik gedaan heb toen mijn ClearWire functioneerde - bemerk overigens het vakkundig gebruik van paragrafen in deze tekst! - was op zoek gaan. Wanneer heb ik het lied voor het eerst gehoord? Wie zong het? Waar vind ik een opname? Bestaat er überhaupt een opname? Het heeft me een paar uur gekost, maar ik heb op bijna alle vragen een antwoord.
In 1992 heeft de Canadese bard Emile Benoît met enkele vrienden een plaat opgenomen, enkele maanden voor hij stierf. Emile Benoît werd in 1913 geboren in Terra Nova, als zoon van een visser. Zelf werd hij - hou u vast - visser, timmerman, smid, veearts, tandarts en huisarts. En hij kocht een viool. En zijn vrouw kocht 13 kinderen, - je vraagt je af waar ze daar nog de tijd voor vonden.
Emile Benoît was/is voor de Acadiens een soort kruising van Willem Vermandere, Walter De Buck en Wannes Vandevelde.
Zijn pareltje vind je hier: <http://www.ambermusic.ca/media/Emile%20Benoit%20-%20Vive%...>. Schoon-schoon-schoon, al zeg ik het zelf.
11:57 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
13-01-06
Air on a shoe box

Ik surf op een schoendoos. Echt waar. Alle contact met de buitenwereld (en met deze blog) hangt af van een schoendoos. Die zorgt ervoor dat de megabits de wereld in geslingerd worden.
Eergisteren ben ik op het spitsuur twee keer dwars door Brussel gereden om op de Louisalaan mijn nieuwe modem te gaan oppikken. 'Je hebt geen kabels nodig', hadden ze bij ClearWire gezegd. Naderhand zou blijken dat dat een beetje voorbarig was.
Toen ik na veel aanschuiven in de file thuiskwam, was ik blij als een klein kind. Gauw-gauw de modem uit de doos, stekker in het stopcontact, kabeltje naar de netwerkkaart van mijn pc en starten maar. Op de modem flikkerden lichtjes. Véél lichtjes. Ik werd er zowaar vrolijk van. Maar een internetverbinding kreeg ik niet. Natuurlijk niet, want ik had vanalles fout gedaan. Daar kom ik later uitgebreid op terug.
"Jamaar, je moet twéé lich
tjes hebben!", zei een attente jongeman op de helpdesk. Eén lichtje is niet genoeg. Ik heb met die modem ten tweede male het hele huis rondgelopen op zoek naar een tweede signaallichtje. En in de slaapkamer had ik 'touche'. Bij het raam, op buikhoogte. Bleek dat de afstand tussen de modem en de vensterbank ongeveer die van een rechtop staande schoendoos was. En dus surf ik nu vanop een schoendoos.
15:49 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
12-01-06
Homo homini lupus
Het leven is een schouwtoneel. Zelf heb ik weinig te maken met het systeem en de pecking order in de firma waar ik werk. Mijn tekstwinkeltje heeft – op het eerste gezicht – niks met de core business van de onderneming te maken. Alsof je in een hoek van de koekjesfabriek van Lotus een afdeling zou hebben die zwangere vrouwen begeleidt. Zwangerschapsbegeleiding heeft op het eerste gezicht niks met koekjes te maken. Maar hoe meer te voeden mondjes er zijn, hoe meer kans de koekjesfabrikant maakt dat hij een doosje slijten kan.
De eerste twee jaar bij mijn nieuwe werkgever heb ik thuis gewerkt. Eén à twee keer in de week kwam ik de post ophalen en verslag uitbrengen, maar voor de rest zag je mij hier nauwelijks. Daarna ben ik om allerhande praktische redenen in het ‘normale’ systeem gestapt: elke dag keurig in mijn schrijf- en denkhok, - zij het met één groot verschil: ik hoef niet te prikken. Als ik ’s avonds van een beurs of een interview kom, hoef ik niet eerst nog eens naar de firma om een kaart in een klok te steken. Ik kan linea recta naar mijn geliefde Wemmel om een pintje te pakken met de maatjes om gezellig thuis te zitten. Makkelijk, al heeft het als nadeel dat ik geen overuren kan maken.
Uit de tijd dat ik slechts af en toe binnenwipte voor de post en een briefing stamt de gewoonte om mijn auto te parkeren op de klantenparking vlak bij de ingang. Dat was een goed idee, vond ook mijn baas. Op die manier werd iedereen die de firma bezocht aan het bestaan van mijn tekstwinkeltje herinnerd.
Ook toen ik op een normaal regime overschakelde, bleef ik mijn auto op de klantenparking parkeren en niet op de verderop gelegen personeelsparking. Tot op de dag dat iemand op de werkvloer daar een opmerking over had en de personeelsverantwoordelijke mij enigszins gegeneerd kwam vragen of ik er bezwaar zou tegen maken in de toekomst…misschien…als het kan…eventueel mijn auto naast de auto’s van de andere personeelsleden te plaatsen. Enkele minuten nadat ze het gevraagd had, heb ik mijn karretje met een hele grote glimlach op de mond verplaatst. Met dat soort bigotterie kan je me niet uit mijn lood slaan.
(Ik ben ondertussen een beetje de draad kwijt en weet niet meer waar ik eigenlijk heen wou. Zou dat de leeftijd zijn?) Ik weet niet of het eigen is aan de menselijke aard of aan georganiseerde vormen van samenleving, maar blijkbaar moeten minkukels zich af en toe kunnen afreageren op nog grotere minkukels. Hier in huis hebben we een (autochtone) minkukel die de telefoon opneemt en verder allerhande papier in klasseermappen stopt en bezoekers koffie schenkt. We hebben ook een (allochtone) minkukel die de kantoren schoonmaakt, de planten water geeft en de kantine runt. Eén van de taken van minkukel B is de papierbakjes legen en het papier in de grote papiercontainer doen. Eén van de taken van minkukel A is zorgen dat iedereen bij het begin van het jaar de meest recente prijslijsten heeft en zorgen dat alle vervallen prijslijsten in….de papiercontainer terecht komen. Voel je de bui al hangen?
Ik heb hier deze morgen live én in stereo een fijn, zij het enigszins droevig stemmend staaltje van menselijke kleingeestigheid geserveerd gekregen. Gratis en plukvers. Minkukel A moest minkukel B vragen om vooral de dozen met oude prijslijsten niet te vergeten wanneer de grote papiercontainer opgehaald zou worden. Gelàchen dat ik heb! En daarna ben ik ook wel een beetje verdrietig geworden. Ik bedoel: er zijn heel wat moeilijker problemen op te lossen dan dozen oude prijslijsten meegeven met een ophaalbeurt. En die moeilijke problemen moeten opgelost worden door mensen die elkaar minder kennen dan minkukel A en minkukel B. Dus als zij elkaar al ei zo na in de haren vliegen om een stomme doos oud papier, hoe zal dat dan gaan als we pakweg het gat in de ozonlaag, de Palestijnse kwestie of de noord-zuid problematiek willen oplossen? Ik zie dat eerlijk gezegd niet goed zitten.
De mens is den mens een wolf. Vanmorgen heb ik twee wolvinnen aan het werk gezien. Het spektakel heeft me een kleine cultuurschok gegeven. Man-man-man, wat kunnen mensen achterbaks zijn! Man-man-man wat kunnen mensen kleinzerig zijn! Man-man-man wat kunnen mensen zich opwinden over akkefietjes! En vooral: man-man-man, wat staat ik daar ver van af! Af en toe overvalt me het gevoel dat ik van Neptunus, van Pluto of van een nog verdere planeet kom. Het geeft me een zeer ongemakkelijk gevoel , met een zweem van eenzaamheid zelfs.
Pfff, een whisky’tje zou misschien helpen…
13:33 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
09-01-06
Stof International Cyclo Cross Academy

Nedstat, de statistiekjesmachine waarop deze blog geabonneerd is, blijft een bron van vermaak en verbazing. Eén van de dingen die Nedstat doet, is tonen hoe bezoekers hier terecht gekomen zijn. Dat wil zeggen: via welke zoektermen. En die zijn af en toe hilarisch.
Goed, mijn fysieke conditie, mijn uithoudingsvermogen, mijn longinhoud, mijn technisch meesterschap en mijn vechtlust zijn uiteraard legendarisch. Ik geraak - op één keer na - nog zonder moeite vier hoog de trap op en ik moet ’s morgens maar een beetje hoesten. Eidoch, een grote naam in het veldrijden zal ik waarschijnlijk niet meer worden. Ik hou om te beginnen niet van fietsen. Ik vind het op de openbare weg al een heel gedoe, maar als het langs modderpoelen en hellingen gaat, zie ik het al helemaal niet zitten. Ik vind het een beetje uitsloverij eigenlijk: fiets op, fiets af, fiets op de schouders, fiets van de schouders, weer fiets op, uitglijden… Bovendien krijg je voortdurend de modder van de renners voor je in je gezicht. (Behalve als je de eerste rijdt natuurlijk.)
Uit hoeveel ronden bestaat een veldrit eigenlijk? Laten we veronderstellen dat er langs het parcours 4 hotdogkramen en 3 glühweinstalletjes zijn. Als er 10 ronden gereden worden, is dat dus 40 keer de geur van warme hotdogs (pleonasme?) en warme zuurkool die in je neus slaat. En 30 keer de geur van warme wijn en kaneel en kruidnagel. Je zou van minder mistroostig worden, me dunkt.
Ik heb niks met veldrijden. Ik hou er niet van, ik kijk er niet naar, ik ken er niks van en ik vind dat gewone renners mooiere (lees: bruinere) benen hebben dan veldrijders. Veldrijden? Neen, bedankt! En toch is één netsurfer hier terecht gekomen door de vraag te stellen:
14. | www.google.be/search?q=ik wil veldrijder worden&hl=nl&lr=&cr=countryBE&start=20&sa=N |
Tja, ik kan dat joch niet verder helpen. Volgens mij is het een goede start als je alvast zo’n veelkleurig lycrapakje koopt en je ergens in de nabijheid van een grote modderpoel gaat opstellen. Telkens daar een vrachtwagen doorgereden is even controleren hoe je huid reageert. Als je geen rooie vlekjes krijgt, is het wellicht tijd voor de volgende stap: een fiets kopen. Maar opgepast: nog niet mee rijden! Dat is voor de gevorderden. Eerst leren lopen met een fiets op de schouders.
Het is een rare sport, dat veldrijden…
16:41 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |
Facebook |
Wintermärchen

Ik ril. Ik sidder en ik beef. In de loop van deze week word ik aan een evaluatiegesprek onderworpen. Brrrrrrrrr… Niet dat ik bang ben van evaluatiegesprekken hoor! Ik vind ze een beetje lullig, dat wel. Een heel jaar lang zit ik met de personeelsverantwoordelijke te gekkebekken. Samen dokteren we allerhande fijne acties uit om deze kippenren enigszins leefbaar te houden. Als ik twijfel over een Frans zinsconstructie ga ik bij haar te rade. Zij vraagt mij om een leuke tekst te schrijven voor de onthaalbrochure… Kortom: een schoolvoorbeeld van leuk collegiaal samenwerken. Always with a smile and a whisper. Ook buiten het werk trekken we prima met elkaar op. Maar één keer per jaar zit ik dus tegenover haar in plaats van naast haar. En dan heeft ze een blad mee met ‘puntjes’. Ik hou niet van puntjes. Puntjes zijn voor schoolmeesters.
In de loop van de week word ik dus aan een evaluatiegesprek onderworpen. Niks erg, ik weet wat me te wachten staat en ik heb een verdedigingsstrategietje klaar. Wat ik wél erg vind, is dat het meer dan waarschijnlijk ook over het rookverbod zal gaan. En dat is op zich nog niet zo erg, maar ik moet daar straks ook een mening over hebben. Dàt vind ik pas erg! Ik wil helemaal geen mening hebben over het rookverbod. De wet is de wet. Punt uit. Ik kan net zo goed een mening hebben over de zwaartekracht. Zelfs als ik goeie argumenten tégen de wet van de zwaartekracht heb, ga ik op mijn smoel.
Ik ril. Ik sidder en ik beef. Dat komt omdat ik net terug ben van een koffiepauze. Die koffie drink ik gewoon de hele dag door in mijn schrijfhok. De pauze gebruik ik om een sigaret te gaan roken. Buiten. Niet meer bij het rode poortje met de luide toeter, zoals in de tweede helft van 2005. Dat was nog doenbaar. Er stond een grote asbak – big mama – bij het poortje, aan de binnenkant. Met de deur dicht kon kou noch wind ons deren. Maar sinds vorige week zondag mag dat niet meer van minister Rudy. Hij wil geen big mama’s meer aan de binnenkant van gebouwen.
De big mama’s moeten buiten en alle rokers die zich er zo gezellig rond scharen ook. In de zomer is dat geen probleem. In de lente en de herfst meestal ook niet. Maar in de winter is dat k-k-k-koud. Ik kan toch moeilijk tegen mijn collega’s zeggen “Ik neem even een koffiepauze” en vervolgens een dikke jas en handschoenen aandoen, een sjaal omslaan en een wollen muts opzetten. Dus ga ik zo een sigaret roken, gewoon met een trui aan en met niks op mijn hoofd. Dan sta ik daar dus aan weer een ander rood poortje een beetje te….niksen. Aan dat poortje is geen fuck te zien, behalve een GSM-mast en, wat meer in de verte, de A12. Dus sta ik twee keer per dag te kijken naar het langsrijdend verkeer. Ik hoop dat dat mij ooit poëtisch stemt. Hebben jullie er ook nog wat aan…
11:06 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
06-01-06
Franse rendieren

Elk jaar neemt het aantal sms’jes dat ik in de laatste week van december krijg, hand over hand toe. Acht jaar geleden kon ik ze tellen op de vingers van één hand; vorige week waren het er een zestigtal. En ik wil graag vriendelijk en lief zijn, dus probeer ik al die berichtjes ook te beantwoorden. Ja, ik heb een drukke week achter de rug! En veel geschreven ook nog…
Sommige van die berichtjes zijn best wel grappig, - heel even. Een concreet voorbeeld schiet me nu niet te binnen, maar ik herinner dat ik heel even geglimlacht heb. Het wordt wel een beetje knudde wanneer je, van uiteenlopende afzenders, een paar keer na elkaar hetzelfde grapje toegestuurd krijgt. Zo kreeg ik eind 2005 liefst 6 (zes) keer dit bericht:
WWWWWWWWWW
Dat zijn de 12 rendieren van de kerstman, langs achteren gezien.
Stuur ze snel weg , want als ze beginnen te schijten,
zit je begin 2006 al in de stront.
De eerste keer dat ik het bericht kreeg, dacht ik: toch wel leuk gevonden. Of zo iets… De tweede keer dacht ik: hé, daar heb je die kakbeesten weer. En vanaf de derde keer deed ik zelfs niet meer de moeite om het bericht helemaal door te lezen. Dat vind ik een gepaste straf voor mensen die te beroerd zijn om zelf een witz te verzinnen en die ze dan maar van internetsites plukken.
Ik zon op een subtiele wederpoets. Op 1 januari stuurde ik ’s avonds rond tienen een sms’jes naar al wie me op die schijtende rendieren getrakteerd had:
Lig nog tot 5 jan. in het AZ Jette (kamer 512)
…
Die rendieren van jou hebben heel de trap vol gescheten en ik ben wéér uitgegleden…
Ik vertel er voor de volledigheid even bij dat ik bijna 2 jaar geleden eens een nogal spectaculaire traptuimeling gemaakt heb. Daar kwam een hersenschudding en bewusteloosheid en een open wonde en dus een paar dagen hospitalisatie aan te pas. Blijkbaar lag dat iedereen nog fris in het geheugen, want de volgende ochtend heb ik een paar mensen op het hart moeten drukken dat het echt wel goed met me ging, en dat ze niet naar Jette hoefden te komen en dat ik geen pyjama van doen had. (Een druif daarentegen sla ik nooit af.)
Toen ik op 2 januari ’s avonds mijn stamcafé binnenkwam, keken een paar mensen raar op. “Comment? T’es pas à l’hôpital? Ils ont dit que tu as fait une chute et que…” Ik had de keuze: ofwel uitleggen waarom ik niét in het hospitaal lag – alsof dat mijn natuurlijke habitat zou zijn ofwel mij van den domme houden. In het eerste geval zou ik moeten achterhalen wat het Franse woord voor rendier is en een flink stuk van mijn persoonlijke levensgeschiedenis vertellen. Dat leek me wat teveel van het goede. En dus zei ik: “Neen, het ging vast over iemand anders…”
08:42 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (2) | Email dit |
Facebook |
