30-12-11

De Nachtegaal, Wemmels bakermat van natuurwetenschappen en sportkledij

“Ik heb Doppler nog gekend voor hij dat effect uitgevonden had! Hij kwam hier elke middag twee trappisten drinken en van tijd zelfs drie. Straffe pee!”

Klein Mauriceken mengde zich in een tooggesprek tussen twee heren. Een vervelend trekje van hem – sommigen meden bewust de plek in het staminee waar Mauriceken neergestreken was – maar niemand kon het hem echt kwalijk nemen; zo’n klein opdondertje entert elk gesprek, maar het duurt een poos voor je dat doorhebt.

“Doppler zat altijd dààr, aan de kortste kant van de toog. En zijn glas stond altijd zo, met de voet net tegen de rand van het bierviltje waarop het flesje Chimay Bleu stond. Zo’n pietje precies was dat! Ging naar de koer, maar bij het terugkeren AL-TIJD controleren of dat glas nog wel juist stond vis-à-vis zijn kartonneke. Pas op, ik heb meer dan eens tegen hem gezegd ‘Allez, Christian, dat is hier een staminee, geen ambolatorium hé!’ Maar hij wou van geen minderen weten. Altijd meten en passen en schuiven.”

“Op ne zondag zat hij hier alleen op ’t hoekske van de toog. Paping had juist de Elfstedentocht gewonnen en we hadden dat allemaal gevolgd op Brussel-Vlaams. Ik begin tegen hem te vertellen over het grellige koersverloop – ik was daar toen al goed in, kunt ge nagaan – en ineens zegt ie tegen mij ‘Maurice, doe dat nog eens!’
Ik was niet goed mee met de kwestie en zeg tegen hem ‘Christian, wat wilt gij eigenlijk?’
“Doe nog eens Reinier Paping na op dat stuk tussen Franeker en Ootmarsum. Echt, ik smeek het je!”
Enfin, bref, ik ga weer voorovergebogen staan en toon hoe Peping tien kilometer voor Dokkum een gevecht met de bobbelkes in het ijs aangaat en zijn snee steeds kleiner wordt. “Met geluid!”, riep Doppler van aan de toog. Dus ik begin ‘Swoosh, swoosh, swoosh, swoosh…’ Den Dopp heeft zijn trappist in drie slokken leeg gedronken en is daarna spoorslags naar zijn ambolatorium vertrokken. We hebben hem hier drie weken niet meer gezien of gehoord.

Ik ben dan van miserie maar een klappeke begonnen met een tiep die in de turnpantoffelbiesnies zat…”

17:46 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

De Nachtegaal, Wemmels bakermat van natuurwetenschappen en sportkledij

“Ik heb Doppler nog gekend voor hij dat effect uitgevonden had! Hij kwam hier elke middag twee trappisten drinken en van tijd zelfs drie. Straffe pee!” Klein Mauriceken mengde zich in een tooggesprek tussen twee heren. Een vervelend trekje van hem – sommigen meden bewust de plek in het staminee waar Mauriceken neergestreken was – maar niemand kon het hem echt kwalijk nemen; zo’n klein opdondertje entert elk gesprek, maar het duurt een poos voor je dat doorhebt. “Doppler zat altijd dààr, aan de kortste kant van de toog. En zijn glas stond altijd zo, met de voet net tegen de rand van het bierviltje waarop het flesje Chimay Bleu stond. Zo’n pietje precies was dat! Ging naar de koer, maar bij het terugkeren AL-TIJD controleren of dat glas nog wel juist stond vis-à-vis zijn kartonneke. Pas op, ik heb meer dan eens tegen hem gezegd ‘Allez, Christian, dat is hier een staminee, geen ambolatorium hé!’ Maar hij wou van geen minderen weten. Altijd meten en passen en schuiven.” “Op ne zondag zat hij hier alleen op ’t hoekske van de toog. Paping had juist de Elfstedentocht gewonnen en we hadden dat allemaal gevolgd op Brussel-Vlaams. Ik begin tegen hem te vertellen over het grellige koersverloop – ik was daar toen al goed in, kunt ge nagaan – en ineens zegt ie tegen mij ‘Maurice, doe dat nog eens!’ Ik was niet goed mee met de kwestie en zeg tegen hem ‘Christian, wat wilt gij eigenlijk?’ “Doe nog eens Reinier Paping na op dat stuk tussen Franeker en Ootmarsum. Echt, ik smeek het je!” Enfin, bref, ik ga weer voorovergebogen staan en toon hoe Peping tien kilometer voor Dokkum een gevecht met de bobbelkes in het ijs aangaat en zijn snee steeds kleiner wordt. “Met geluid!”, riep Doppler van aan de toog. Dus ik begin ‘Swoosh, swoosh, swoosh, swoosh…’ Den Dopp heeft zijn trappist in drie slokken leeg gedronken en is daarna spoorslags naar zijn ambolatorium vertrokken. We hebben hem hier drie weken niet meer gezien of gehoord. Ik ben dan van miserie maar een klappeke begonnen met een tiep die in de turnpantoffelbiesnies zat…”

17:31 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-12-11

Dweilen (met de kraan open)

frigo2.jpgHet was een beetje dweilen met de kraan open. Maar het was in eerste instantie dweilen. Trekkeren en zwabberen en wringeren en emmers leeggieteren. En het ergste is: ik had het niet zien aankomen. ’t Is te zeggen: ik wist wel dat het op een dag zo ver zou zijn, maar ik kon niet bevroeden dat het nu al het moment zou zijn. Mensen die een beetje koppig zijn, gaan doorgaans langer achteruit dan dat ze ooit vooruit zijn gegaan. Ik denk aan Leonid Breznjev, ik denk aan maarschalk Tito, ik denk aan Fidel Castro… Vorige week is de Geliefde Leider Kim Yong Il vertrokken naar het Grote Partijsecretariaat In De Hemel. Ik kan niet zeggen dat ik daar bittere tranen om geplengd heb – zó goed kende ik hem nou ook weer niet – maar blijkbaar heb ik me alleen al daardoor in een minderheidspositie gemaneuvreerd. Op televisie zag ik ontstellende beelden van huilende Koreanen en Koreanessen wier gemoed volgelopen was door het plotse heengaan van hun Geliefde Leider. In de straten en de huizen van Pyongyang was het gesnotter en gesnik vorige week zondag voorzichtig begonnen om gisteren dan te culmineren in een gehuil dat door merg en been ging. Het zoute tranenvocht van Li met de pet mengde zich met de zacht neerdwarrelende sneeuw terwijl de stoet met kist, portret en boeket traag voorbijtrok. Kim Yong heeft mij altijd op het verkeerde been gezet en daar ben ik eigenlijk nog steeds een beetje kwaad voor. Met zo’n naam, Il, lijkt het wel alsof je een voorganger hebt gehad die ook Kim Yong heette, namelijk Kim Yong De Eerste (en de meest Geliefde, - je weet hoe Koreanen zijn wat dat betreft), kortweg Kim Yong I. Awel, dat is dus niet zo! Zijn voorganger was zijn vader en dat was gewoon Sung! (Er moet me nog iets van het hart: ze zeggen dat Kim Yong Il ziek of ziekelijk of toch minstens een beetje ziekjes was. Dat lijkt me heel erg onwaarschijnlijk, want dat had hij zichzelf wel Kim Yong Sick genoemd in plaats van Kim Yong Il.) Wat me sinds het heengaan van Den Tweeden enigszins bezighoudt, is de vraag hoe je de ‘u’ uitspreekt in het (Noord-)Koreaans. Als een Nederlandse ‘u’, zoals in bruudruuster? Of als een Duitse ‘u’, zoals in Oe-boot? Als het dat tweede is, dan zijn we volgens mij slecht vertrokken met het jongste zoontje, Kim Yong Un. Plotseling is ie van tussen de coulissen opgedoken als de boswachter in een slecht geregisseerde poppenkast, maar geen mens weet waar Un vandaan komt, laat staan waar hij desgevallen heen wil. Gelukkig hebben ze ergens nog een orthodoxe nonkel kunnen porren om het land te bestieren tot Un min of meer weet waarheen. ’t Was dus een beetje dweilen met de kraan open. Ik heb thuis een formidabele koelkast, - eigenlijk moet ik het een ‘koelwerk’ noemen want er zit een FIFO-mechanisme in: alles wat ik erin stop, komt – magic! – achter de spullen terecht die er al in zaten. Ik heb dat op de kop kunnen tikken bij LG, die een tijdlang geëxperimenteerd hebben met een Noord-Koreaanse FIFO, een klein keuteltje van een mannetje dat achterin het toestel gehuisvest wordt om systematisch de reeds lang in de koelkast verblijvende eetwaren naar de voorste posities te schuiven en de nieuwe potjes naar achteren. Ze hadden dat gedaan voor de goedkoop natuurlijk, - mede daarom is dat toestel ook bij mij terecht gekomen. En, pas op, dat toestel werkt al drie jaar picobello. Zuinig, geruisloos, als je de deur opentrekt, gaat het licht aan… Echt niks op aan te merken. Tot vorige week. Plotseling stond er een grote plas water onder mijn koelwerk. Ik dacht eerst nog dat het iets te maken had met de zachte winter die we op dit moment kennen, maar neen…bij nader toezien bleek dat mijn Fifo-ken achteraan in de koelkast zat te snikken en te snotteren om het heengaan van De zoon van de 21e eeuw, De redder van het vaderland, De zon van het socialisme, De onoverwinnelijke generaal, De vader aller Koreanen, De grootste man die ooit heeft geleefd, Hij die verscheen uit het licht van zon en maan (allemaal zíjn woorden, hoor!). Enfin, hij snikte zo ontroostbaar, dat ik hem in al mijn goedertieren een flesje Kriek aanbood dat al enige tijd in de rayon ‘dringend opgebruiken’ stond. Echt opfleuren deed hij niet, maar het snikken ging over in jammerend snotteren. Ik zeg het, het was een beetje dweilen met de kraan open…

15:52 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |