20-12-10

Peper & zout

salt_pepper.jpg“Jiehahoe! Olé olé! Congé!”

Er waren gelukkig niet al te veel omstaanders toen ik in de woonkamer een achterwaartse flikflak tot een goed einde probeerde te brengen. Geen enkele eigenlijk, - en dat was maar goed ook, want de poging was amechtig. Als kind heb ik het nooit verder geschopt dan een wip tot halfweg de bok. En dertig jaar later is er van progressie geen sprake. Mijn flikflak beperkte zich tot de ruggengraat gevaarlijk ver achterover buigen. Het gekraak kwam gelukkig van de plankenvloer…

Het is maandagmiddag. Ik heb er al een halve dag vakantie op zitten en de euforie die zich vrijdagavond van mij meester had gemaakt, is langzaam plaats aan het ruimen voor een vreemd soort onbehagen. Ik moet me tot en met 3 januari 2011 onledig houden, bij voorkeur op een nuttige manier, maar de grote vraag is: hoe?  Er moeten wel een paar dingetjes gebeuren, ik kan hier en daar zelfs nog een halve dag huiselijke activiteit verzinnen en ja, ‘In Europa’ van Geert Mak light verleidelijk naar me te glimlachen, maar verder...  

Mensen die deze dagen vrij hebben, houden zich naar verluidt met twee dingen bezig: het tooien van het huis (binnenkant én buitenkant) en het aanschaffen van geschenken. Over dat eerste kan ik kort zijn: de kerstpimp beperkt zich te mijnent tot een kunstig geplaatste boomstronk met daaronder de mededeling ‘Ceci est un arbre de Noel!’ Geen ballen (behalve die van mij), geen flikkerlichten (behalve aan de router), geen slingers… Wie zich niet in mijn minimalisme kan vinden, wordt vriendelijk verzocht mijn penaten te verlaten.

Kerstgeschenken dan… Er waren jaren dat ik anderhalve dag – tegen heug en meug – de baan op moest om voor iedereen een geschikt kerstgeschenk te vinden. Meestal op 24 december of op de zaterdag die eraan vooraf ging. Een gruwel. Dante is een hellekring vergeten: die van de kerstshoppers. Een hellekring waar caddies ratelend tegen je schenen aan rijden, waar op bankkaartbakjes voortdurend de boodschap ‘Saldo ontoereikend’ verschijnt, met op de achtergrond de kerst-CD van Enya, met lange rijen wagens die aanschuiven voor een parkeerplaats. En met jengelende kinderen, - dat was ik bijna vergeten.

Toen ik ontdekt had dat je in de Standaard Boekhandel ook spullen vindt voor mensen die niet (graag) (kunnen) lezen, werd dat mijn one-stop-shop. Kookboeken, drinkboeken (wijn/bier), kijkboeken, kalenders, games… Met dozijnen heb ik ze in Standaard Boekhandel laten inpakken door een geduldig winkeljuffrouw. (Ik ben niet seksistisch, maar geschenken inpakken is echt wel des Weibes.) Dankzij vorig jaar is het leven dankzij mijn schoonbroer nog makkelijker geworden. Hij decreteerde dat voortaan elk familielid nog slechts één geschenkje zou kopen voor een ander familielid dat door het lot aangewezen zou worden. Mijn schoonbroer is een reus van een vent, dus niemand durfde hem tegenspreken. Makkelijk zat…

Morgen of overmorgen (of de dag daarna, het hangt er een beetje van af hoe goed ik er in slaag mijn moed bij elkaar te schrapen) kan je mij dus spotten in het soort winkel waar ik anders NOOIT zou komen. Het soort winkel waar sherry-drinkende vrouwen met graagte hun BMW X5 op de pui parkeren om er een halve dag te spenderen met het kiezen van een ecru tafellopertje dat goed combineert met hun Mies van der Rohe bankstel. U ziet de scene ongetwijfeld zo voor u: een tafel met vijftien toiletborstels van Philip Starck in evenveel kleurtjes, en zij ervoor in diep gepeins. De strogele? Of toch maar de kardinaalsrode?...  Uit dat soort winkels ga ik meestal naar buiten met een potje om tandenstokers in te bewaren. Feestelijk verpakt, dat wel.

Ik kan honderd redenen opsommen waarom ik absoluut niet van deze periode van het jaar hou, maar bovenaan staat toch wel: (feest)gedoe. De vrienden waar je anders binnenloopt met de woorden “Kijken jullie maar verder naar Benidorm Bastards, ik haal zelf wel een biertje uit de koelkast”, begroeten je nu met klamme handen. Feeststress. De gastvrouwe verschijnt af en toe lijkbleek in de keukendeur, je hoort gegrom en gegrim, een enkele keer hoor je tussen de geluiden van een staafmixer door echtelijk gekissebis. Rillend en bevend als een espenblad laat de gastheer je de wijn proeven. Angstzweet parelt op zijn bovenlip. ‘Prima wijntje!’ ‘Ja maar, is ie niet te koud?’ ‘Neen, perfect zo!’ ‘Ja ik begrijp het wel. Hij is niet koud genoeg…’  In normale omstandigheden zou ik mijn maat dan iets toewerpen van het genre “Allez, kindje, hebben we goesting om moeilijk te doen?” Maar ja, je bent op een feest en dus moet alles…euh…feestelijk.

Ik overweeg overigens ernstig om voortaan mijn eigen peper- en zoutvaatje mee te nemen naar feestelijke etentjes. Op het moment dat de gasten aan tafel gaan, hebben de gastheer en de gastvrouw meestal 4 dagen van noeste arbeid achter de rug: spinnenwebben verwijderen, stofzuigen, dweilen, brandhout aanvullen, (dus) opnieuw stofzuigen, tafellaken strijken, geborduurde servetten in de vorm van een grijze garnaal plooien, tafelboeketjes schikken, kristallen glazen oppoetsen, servetten opnieuw strijken, sokken vanonder de sofa halen, alle afstandsbedieningen samen in een bakje, kerst-CD van onderin de stapel halen, (dus) opnieuw stofzuigen, in de papierbak op zoek naar die Flair met servettenplooitips, bakken cola en bier van de kelder naar het terras, extra scheut WC-eend in de pot, toch nog een klein dweilke slaan, kaarsen aansteken, lichtjes in de boom in derde versnelling zetten… En dan ga ik er nog van uit dat al het eten van een cateraar komt. Na 4 dagen werken dus, durf jij, onverlaat, het aan om al die toegewijde arbeid in het niets te doen verdwijnen met die ene vraag: ‘Hebben jullie eventueel een zoutvaatje?’ De gastvrouw gooit zich loeiend te neder, de gastheer loopt rood aan en rukt zich de haren uit het hoofd. ‘Godverdemiljaarde, hier staat geen zout op tafel!!! Heel ons diner naar de kloten! Dit is een rampjaar waar Haïti en Pakistan klein bier bij zijn. Waarom moet dit ons weer overkomen? Here god, wat hebben wij misdaan dat gij ons zo zwaar straft? Geef mij een koord, dat ik een eind kan maken aan deze lijdensweg…’

Het jaar na dit vreemde voorval heb ik me van de weeromstuit onzichtbaar gemaakt tussen 22 december en 2 januari. Ik was er niet, - en bijgevolg niet beschikbaar voor feestjes en feestelijkheden. Ik lag doelbewust op het strand van Hurghada, lezend te niksen. Met een bar en een gewillige barman op fluitafstand. Geruggedekt door een all-in formule. Met een zout- en peperstel op alle tafeltjes.

14:40 Gepost door Stof | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Commentaren

Eerst een haai aan de feesttafel, daarna in Sharm el Sheik en nu in Hurgada ;-)

Gepost door: Lazyman | 23-12-10

Lang geleden, maar belange ni vergeten! Nog steeds "schitterende" vertelsels, Stof!

Gepost door: chinezeke | 31-01-11

tja, ik lees blijkbaar van boven naar onder...ben ook al wat ouder, vergeef me!
Dus eerst dit, daarna het degoutante verhaal hieronder om tenslotte te lezen dat je uiteindelijk terug bent!We zijn intussen bijna februari, waar blijf je?

Gepost door: chinezeke | 31-01-11

De commentaren zijn gesloten.