13-11-09

Kuifje in Pakistan - Deel 5: Krabbie-krabbie

Allah is zo doof als een kwartel en de jute onderbroeken staan in promotie. Dat zijn mijn twee belangrijkste conclusies na een weekje Pakistan. Ik zou natuurlijk honderduit kunnen vertellen over de fantastische avonden met Snoezeke en zijn collega’s, die zich echt in alle mogelijke bochten wringen om een goed imago van hun land op te hangen. Soms is het op het gênante af: elke keer als ik mijn ‘cannassière’ wil vastnemen, sputtert er iemand voor mij om dat in mijn plaats te doen. Gisteren tijdens de lunchbreak ging ik op mijn duizenden gemakjes buiten een sigaret roken; ik wist niet dat binnen 30 mensen stonden te wachten tot ik mij als eerste aan het buffet zou bedienen. (Dat hebben ze ondertussen afgeleerd: ‘You eat chicken tika and drink Sprite, I smoke a sigaret outisde.’) De iuffrouwen aan de receptie, de liftboy, de garde aan de metaaldetector, de vegers en de dweilers…allemaal stellen ze elke keer opnieuw dezelfde vraag: ‘Good morning, sir. How are you doing, sir? Is everything to your looking? Need anything?’  Mijn college, een Hollander, is wat minder geduldig dan ikzelf; als we tijdens het eten meer dan twee keer worden gestoord met de vraag of we het lekker vinden, staat hij op, slat zijn arm rond de schouder van de ober en zegt: ‘No, I don’t like it. It is kut met peren. So why don’t you join us, you eat the kut and I eat the peren.’

Het is/was vandaag vrijdag de dertiende. Wat grappig. Onze chauffeur kwam niet opdagen en na een kwartiertje stopt er een auto met twee baardmansen. ‘Tiedèp?’  Ik herkende er de naam van onze counterpart in, gaf een teken aan mijn collega dat deze mannen ons naar het leslokaal zouden brengen en stapte in. De auto kreeg clearance aan de uitgang, maar vertrok in een totaal andere richting. Ik begon een beetje nerveus te worden en trok een bedenkelijk gezicht naar mijn collega. Waren we in de val gelopen. Zouden we weggevoerd worden naar een onbekende plek van waaruit vervolgens verschrikkelijk veel geld gevraagd zou worden om ons nog levend terug te zien? Wie zou zijn duit in het zakje doen? Zou er binnenkort een eetfestijn georganiseerd worden in een niet nader te noemen horeca-etablissement aan het Graffplein ten voordele van mijn vrijlating? En zo ja, wat zou er op het menu staan? En wie zou de kaarten in voorverkoop regelen. Ik was in gedachten al alle vragen aan het oplossen toen mijn collega mij een por in de lenden gaf. ‘We sitteuh weer choed hoor.’ (Mijn collega is een Hollander, maar dan van het goede soort dat dicht bij de Belgische grens woont.) Ik was nog steeds niet gerustgesteld; de afgelopen dagen werden we rondgereden door afwisselend proper volk en gladde kerels. En nu ineens door twee gevaarlijk uitziende baardmansen in soepjurken. Achteraf bleek dat er een klein ‘probleempje’ was: de Pakistaanse pompstations zijn gisteren in staking gegaan. ‘Tiedèp’ heeft de eerste de beste buur met een auto en een nog volle tank opgetrommeld om ons te komen oppikken. Prettig opgelost alweer.

Maar goed, ik zou het over Allah hebben, die volgens mij potdoof is. Dat Pakistan een islamitische republiek is, daar waren we ondertussen al achter gekomen: hotels waar een stom blikje bier in het grootste geheim naar je kamer gebracht wordt door een ober die wat meer wil verdienen dan zijn collega’s omdat hij in de schulden zit; dames die wel hun diploma in ontvangst nemen maar geen hand willen geven, een ontbijtbuffet met ei en kippenworstjes in plaats van spek…  Alleen de muhedin – of hoe heten die jongens die zo hoog van de toren blazen? – hadden we nog niet gehoord. Nou, die hebben vanavond hun achterstand flink ingehaald. Vriend M. komt niet verder dan ‘Allah akbar’, maar ik heb hun hele liedje gehoord. Inderdaad, hun, want ze zijn met zijn tweeën. De ene zingt tien minuten, daarna neemt een tweede over en daarna zingen ze samen nog een airke. Het is mooi en beangstigend tegelijk. Mooi omdat het tamelijk melodisch is. Beangstigend  omdat je tijdens hun optreden niks anders kan doen dan luisteren. En daar hou ik niet van. Zo hou je de mensen klein. Het is vrijdag? Even over half vier? Awel, nu ga jij eens naar mij luisteren, zie. Akkoord of niet akkoord, zelfs achter het dubbel glas van een hotelkamer. Luisteren zal je. (De de-islamisering van Pakistan stond op mijn to do-lijstje, maar ik vrees dat dat een werk van lange adem wordt. Ik vermoed dat ik nog eens zal moeten terugkomen.) Dit gezegd zijnde: Allah is zo doof als een kwartel. Overal ter wereld zijn miljoenen mensen die op hetzelfde moment hetzelfde vooiske zingen. Het wordt via luidsprekers de wereld in gestuurd, het gaat door merg en been. Maar hij hoort het blijkbaar niet.

Ten tweede: jute onderbroeken staan in promotie. De traditionele outfit van Pakistani bestaat uit een loszittende broek – een soort campingsmoking, maar dan met meer stijl – en een even los zittend lang overhemd dat ongeveer tot aan de knieën komt. Die spullen worden gemaakt uit zacht katoen, - ik weet het omdat ik er heb mogen aan voelen. Zacht en comfortabel, goed en wel, en toch loopt de helft van de Pakistaanse bevolking het grootste deel van de dag aan het kruis te krabben. De politieagent op een bangelijk druk kruispunt heeft in zijn linkerhand een walkie-talkie en een boekje om ‘amendes’ op te schrijven. Zijn rechterhand is vrij. En waar zit die rechterhand? Juist! Krabbie-krabbie. Door de hotellobby lopen voortdurend jongens met een megabrede borstel. Waar zit hun vrije hand? Juist! Krabbie-krabbie. Bij de ingang staat een veiligheidsagent met een pistool en een handscanner. Wat doet ie nog snel wanneer je de auto uit stapt en richting ingang wandelt? Inderdaad! Krabbie-krabbie. In het restaurant Bukhara speelt een kerel op een Yamaha-orgel waar hij de mooiste melodieën uit haalt. Om het half uur zet hij dat orgel even op automatische piloot. Om wat te doen? Twee slokken water drinken en even krabbie-krabbie. Overal waar ik kijk, zie ik krabbie-krabbie, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Bloemen water geven? Spuiten met die tuinslang en ondertussen lekker krabbie-krabbie met de vrije hand.

Iedereen heeft wel eens jeuk op de meest onverwachte plaatsen. Maar dit kan echt geen toeval meer zijn. Het ligt aan die goedkope jute onderbroeken van de Zeeman, zeg ik u. Of aan de specerijen. Ik zoek dat nog wel even uit…

 

22:38 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.