12-11-09

Kuifje in Pakistan - Deel 4: Het Bordeel

“Naar Lahore…? Zozo…”  De assistant banqueting manager keek ons monsterend aan en krulde de toppen van zijn snor. “Helemaal naar Lahore…?” We voelden ons als twee snotapen die net door ome agent waren tegengehouden met een opgedreven brommertje. Waheed stond ongemakkelijk op zijn hielen te draaien. “Nou ja, jullie zijn natuurlijk ervaren mannen. Jullie kunnen wel wat hebben.” Die avond hebben mijn collega en ik ons op hamburgers gegooid, - alsof het ons laatste avondmaal was.

De volgende ochtend werden we opgewacht door het trio dat ons voor alle langere verplaatsingen begeleidt: een chauffeur, de protocol officer en mijnheer No Pictures, de veiligheidsman. Eerst reden we naar de kust voor een korte rondleiding door en een gastcollega aan de Hogeschool voor Architectuur en Textieldesign. We werden er onthaald door 300 studenten die allemaal whoopie waren over ons bezoek en allemaal met stof_schoolons op de foto wilden. Ik zag de tijd wegtikken en sloeg zelfs lichtelijk in paniek: we werden om 14u. op de luchthaven verwacht, dat zouden we nooit meer halen…

Om half drie stonden we in het portaal van de luchthaven. Probleem: we hebben geen tickets, alleen elektronische reservaties. En je hebt een ticket nodig om het luchthavengebouw binnen te geraken. Een loket van Pakistan Airways? Jazeker, aan de binnenkant van het gebouw, voorbij security check 1. Alternatieven? Op zoek gaan naar een pc met printer en internettoegang, bellen naar de reisagent dat hij de e-tickets mailt en ze vervolgens uitprinten. Niet haalbaar. Toen pas liet onze protocol officer zijn ware identiteit zien. Hij haalde een pasje boven en duwde het onder de neus van de militairen bij de ingang. De blokkade waaierde open en we konden met heel onze bazaar moeiteloos naar binnen. “Geef me jullie paspoorten, jullie bagage en ga daar maar koffie drinken”, zei Riaz van ’t protocol. Hij beende weg en kwam nog geen 5 minuten later met onze boarding passes. Alles was geregeld. Boarding zou om 15u.30 Stof_riazbeginnen, maar wij moesten maar om 16u. aan boord, via een speciale lift die enkel door crew en veiligheid gebruikt wordt. Vier dagen lang was een agent van staatsveiligheid met ons meegereisd zonder dat we in de gaten hadden wat zijn echte functie was.

 Lahore is een stadje met 10 miljoen inwoners. Ik schat dat zowat de helft daarvan zich verplaatst op een rode brommer van het merk Honda. Waar je ook rijdt, overal zie je voor en achter je, links en rechts rode brommers, de ene al wat roestiger dan de andere. Hier geldt geen voorrang van rechts, ook geen voorrang van links, maar voorrang van wie het rapste weg is. Meestal zijn dat de brommertjes, behalve toen we van de luchthaven naar het Pearl Continental Hotel reden. Toen bleef er een brommertje aan het achterste spatbord van onze auto hangen.  Dat vinden ze hier in Lahore niet erg. Meer nog, de motorrijder stond er een beetje bedremmeld bij. “Sorry, ik dacht dat ik al weg zou zijn toen jullie naar links af draaiden.” Ook de politie vond het niet erg. Het chassis van de brommer zag er een beetje verfomfaaid uit, maar met een hamertje en veel geduld zou het allemaal wel goed komen.

Het Pearl Continental is zoals alle goede hotels in Pakistan een versterkte burcht: drie hydraulische roadblocks, een weg die zigzagt tot aan de ingang, snuffelhonden, camionetten met mitrailletten, camera’s, snipers op het dak, scanners voor bagage en personen… Maarmeer nog dan in Kararchi doen ze hier hun best om, eenmaal binnen, de mensen helemaal op hun gemak te stellen. Valies zelf dragen? Geen sprake van! Handbagage zelf dragen? No way! En na drie seconden aan de balie stond ik al met een Ice-Tea in mijn handen. Terwijl de receptionist ons incheckte, overschouwden we de situatie: zeven restaurants en een patisserie, een lobby met live muziek, heel den tsjiek en den tsjak… Dik in orde, zag ik mijn collega denken. We gingen ervan uit dat we opnieuw via veel omwegen een blik voos bier zouden kunnen scoren voor op de kamer. Maar dat was buiten de waard gerekend. Op de kamer hing een bordje dat het STRENG VERBODEN was op de kamer alcohol te gebruiken. Daaronder hing een bordje met de mededeling dat buitenlandse gasten aan de receptie konden informeren naar ‘entertainment for foreigners’. Toen we dat deden, kregen we een soort visitekaartje in handen gestopt waarop te lezen stond dat we ons met ons paspoort konden aanmelden aan Lounge 242 op de tweede verdieping.

Aan de buitenzijde is Lounge 242 in niks te onderscheiden van de andere gastenkamers, behalve dan dat je de deur vanaf de buitenzijde kan openen zonder sleutel of kaart. Aan de binnenzijde doet Lounge 242 denken aan een bordeel uit de jaren zestig, - wat ik wel eens in een film gezien heb: velours behang, pompeuze velours zitbanken, fumé spiegels, gedimd licht. Maar ziet: lounge 242 heeft ongecensureerde versies van MTV en nog een trits andere zenders waar wel eens een stukkie functioneel bloot op te zien is. En vooral: Lounge 242 heeft een echte toog, waar je een blikje echt bier kan drinken.  En je mag er roken. Mijn collega en ik voelden er ons zo gelukkig als een kind in een snoepwinkel. Het is ondertussen een running gag geworden: gaan we eerst naar de hoeren en daarna eten of eerst eten en daarna pas na de hoeren?

Als u me nu even wilt verontschuldigen: de meiden van 242 wachten op ons.

16:01 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.