04-09-09

Haan moet gaan

roosterIk ken hem niet persoonlijk, maar ik wil wel dit over hem zeggen: zijn tijd van gaan is gekomen. Of liever: ik en al wie met mij is zullen al onze energie en vindingrijkheid aanwenden om hem monddood te maken. Het liefst voor lange tijd. Eeuwig zou fijn zijn, jàren en jàren lijkt me ook wel oké.

 

Het zit zo. Vriend W. heeft een slaapkamer met een raam. Ik heb dat zelf nog niet kunnen controleren, maar ik ga ervan uit dat zijn versie van de feiten tot hier toe klopt. ’s Zomers of zodra het weer het enigszins toelaat, zet vriend W. het slaapkamervenster open. Ik zou dat, me dunkt, ook doen. Een open raam bevordert de uitwisseling zuurstofarme lucht met zuurstofrijke lucht en daar worden we beter van.

 

Het probleem waar W. mee worstelt, is dat ergens in de tuin van een niet-belendend perceel een haan huist. Een haan met een ietwat verstoord bioritme, die er genoegen in schept des ochtends voor dag en dauw kraaiconcerten ten beste te geven. Kraaiconcerten die door merg en been gaan, zo vertrouwde W. me toe. En door dubbel glas! Ik voelde een mengsel van meelij en strijdvaardigheid in me opwellen toen W. zijn door slapeloosheid verzwaarde hoofd in zijn samengevouwen handen te rusten legde.

 

Een paar kroegtijgers hadden ons gesprek opgevangen. Eén van hen, kroegtijger K., staat in Wemmel als ‘natuurmens’ geboekstaafd. Dat ben je in Wemmel al snel; een enkel reservaat niet te na gesproken, beperkt de natuur in Wemmel zich tot bakken begonia’s op vensterbanken en een enkele muur die zich tussen twee plavuizen door heeft weten te wurmen. K. is bijberoepshalve in dat soort natuur actief en dat merk je ook wanneer hij ’s middags ’s avonds na een lange werkdag  bij Staaf komt bijtanken. Meestal hangt er dan nog een beetje natuur aan zijn bottines. Ook op zijn t-shirt zie je soms een streep natuur. Zijn broek? Zo meegenomen uit de natuur, geen twijfel mogelijk. K. voelt zich ongetwijfeld thuis in de natuur, zeker wanneer hij in pure Rambostijl bomen, takken en twijgen te lijf mag gaan met een motorzaag, heggenschaar of scherp mes.

 

“Kom, manneke. Vanavond gaan we dat beest van kant gaan maken. Kapot moet-ie! En dan: fretten!” K. maakt een wijds gebaar, als iemand die met brute kracht een schroefdop van een fles haalt. Hij popelde zichtbaar van ongeduld om de kukeleku met de blote handen te lijf te gaan en de rood aangelopen hanenkop van de rest van het lichaam te scheiden. Het (verre) vooruitzicht van vol-au-vent maakte hem enthousiast en je zag dat hij nauwelijks kon wachten tot de duisternis ingezet was.

 

“Ik moet eerst nog mijn camouflagepak gaan aantrekken en mijn gezicht zwart maken”, stamelde vriend W. in de hoop de nachtelijke slachtpartij af te wenden. “Camouflage?”, schamperde K., “dat heb ik niet van doen!” Daar kon ik hem enigszins in bijtreden. K. heeft een wat gebrouilleerde relatie met zijn scheerapparaat, waardoor zijn gezicht vrijwel altijd achter een schaduwrijke baard verborgen zit. Combineer het met schoenen met een slijklaagje, kledij met groene vegen en nagels met zwarte randen en er is inderdaad maar één conclusie mogelijk: dressed to kill, ready for combat.

 

Vriend M., nooit te beroerd om wat leven in de brouwerij te brengen, spoorde W. en K. aan: “Zoudt ge eerst eens niet een haka dansen, kwestie dat dat beest een beetje onder de indruk is?” Schijn bedriegt natuurlijk, maar ik had de indruk dat W. niet zo heel erg door het idee geporteerd was. Vriend W. is pacifist en Limburger – een pleonasme, ik wéét het – en niet bepaald het type dat zich middels geschreeuw en ritmisch stampen met de voeten een slachting verbeidt.  Ik zag mijn kans schoon om de raid in de kiem te smoren: “We gaan ons allemaal eerst nog wat moed indrinken, Staaf, zet je nog een rondje?”

 

Naarmate de glazen pils elkaar opvolgden, deemsterde de krijgshaftigheid weg. En de trefzekerheid van de ingeoefende beweging waarmee de Gallus Gallus naar de Elyzeese velden geholpen zou worden. Met name K. begon wat last te krijgen van vreemde rolbewegingen die je normaal niet verwacht van een huurdoder.  Het kan uiteraard ook aan de barkruk gelegen hebben.

 

Na pakweg twee uur konden vriend W. en ikzelf opgelucht ademhalen. Het moorddadige plan was verijdeld zonder dat er een spatje bloed was vergoten. Maar daarmee was het probleem van de krijsende haan natuurlijk nog niet van de baan. Ik vermande me. Ik kneep mijn ogen dicht en sprak op investigatieve toon: “Er moet… Er moet… Er moét een manier bestaan om een haan het zwijgen op te leggen zonder dat hij er het loodje bij laat. Wat zeg ik? Er zijn waarschijnlijk tientallen trucs om van dat ellendige gekraai af te komen en toch nog een – bij voorkeur vruchtbare – haan over te houden.

 

U voelt mij al komen, lieve lezer: ik heb vriend W. beloofd dat ik drie technieken, tactieken of trucs zou vinden om de haan het zwijgen op te leggen. En ik heb er nog maar eentje: hem kleine stukjes gefrituurde spons voederen. Dat zijn er dus twee te weinig. Halo? Iemand daar? Kùkelekù!

 

 

Naschrift:

Wees bedachtzaam! Mij leek het een goed idee iets meer te weten te komen over de morfologie van de haan. Kwestie van te weten te komen waar zijn stembanden zitten, hoe ze aan de rest van het lichaam zijn vastgemaakt en hoe je ze bijgevolg (in theorie) ook zou kunnen losmaken. En dus tikte ik in Google Images de zoekopdracht ‘cock morphology’ in. Ik heb redelijk lang moeten zoeken voor ik een prentje van een haan vond…

15:24 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Hmm... En bij het zoeken naar 'Rooster' wordt een soort BBQ gesuggereerd.

Gepost door: Coltrui | 13-10-09

De commentaren zijn gesloten.