10-04-09

Aimez-vous Mira?

Vroeger kon je als volwassene probleemloos een kind op schoot nemen en er wat mee dollen. In het post-Dutroux-tijdperk pas je beter wat op je tellen; één aarzeling, één slecht gecontroleerde beweging en het parket staat voor je deur, met in hun zog de fijne luiden van Het Laagste Nieuws en een horde paparazzi. Ik hou het zekere voor het onzekere en sla spontaan op de vlucht van zodra kinderen mijn perimeter betreden. Mij zal dat geteisem niet liggen hebben. Niet letterlijk en niet figuurlijk!

 

Het is mij een volslagen mysterie waarom ik over kinderen begonnen ben, want ik wou het eigenlijk hebben over de Vlaamse chanteuse Mira. Ik woon in een Franstalige ‘patelin’ en het duurt meestal een hele poos voor Vlaamse cultuuruitingen hier doordringen. Ik zou overdrijven als ik zeg dat we hier veel last hebben van Christoff of Laura Lynn of K2. Wemmel zal tot lang na hun dood het dorp van Nicole & Hugo blijven en daardoor hebben we hier sinds enkele decennia wat last van de Wet van de Remmende Voorsprong. Ter illustratie: vorig jaar was Stef Bos een topact in de programmatie van het culturele centrum alhier. En in 2007 ook. En in 2006 ook. En in 2005 ook. En in 2004 ook, - al had ie toen af te rekenen met Johan Verminnen.

 

Maar we zouden het over Mira hebben. En om meteen alle twijfel weg te nemen: ik lust haar niet. Ik krijg meer bepaald ‘pellekes’ van haar karamellenverzen. Noem het schurft, eczema of de sijskes… In elk geval is het een fysieke reactie die je als hedonist te allen tijde probeert te vermijden. En toch moet ik heel even door de zure appel heen bijten. U heeft het recht om te weten waarom ik Mira en haar liedekens niet lust.

 

Laten we beginnen met het soort verkavelingsvlaams dat La Mira hanteert. Het kind kan er natuurlijk ook niet aan doen dat ze uit Antwerpen komt en er aan de Studio Herman Teirlinck school gelopen heeft. Ik ben voor vrijheid en voor blijheid en dus vind ik dat iedereen vooral dat taaltje moet spreken waar hij of zij zich het best bij voelt. Alleen kakkebroekjes durven niet kiezen voor ofwel standaardtaal ofwel dialect en brabbelen dan maar iets wat tussenin zit. Ze doen maar… Helaas is het taalgebruik in de Mira-teksten nog ergerlijker: het is gewoon de luie versie die door bakvissen en tieners ook bij het chatten gehanteerd wordt:

            kga wsl ni mogen = ik zal waarschijnlijk niet mogen.

 

Bij Mira wordt dat:

            Zegt mij wa dak moet zeggen
            Welke steen dak moet verleggen
            Van wie te houden en wie te haten
            Wat dak moet doen en wa dak moet laten
en ook:

            ik ken mijn grenzen ni, ik ken mijn grenzen ni
            grenzen zijn voor mensen die ni weten waar naartoe
            en ik weet da zo goe
 

Ook inhoudelijk roepen de tekstbrouwsels niks dan vragen op. Laten we nog even naar de voorgaande verzen kijken: ik ken mijn grenzen niet; grenzen zijn voor mensen die niet weten waarheen; en dat weet ik net wel goed. Dit is natuurlijk psychologie van de kouwe grond. Er zijn over grens- en normbesef heel veel zinvolle dingen te zeggen. Maar niet op rijm en dus is de kans dat we die zinvolle reflecties ooit in een liedje van Mira terugvinden heel erg klein.

 

Zullen we – whilst we are at it – ook de filosofie eens lekker verkrachten?

Komt Mira weer:

            u zat zeker te dromen vanachter in de klas,
            toen de meester de zin van het leven voorlas

 

We weten allemaal dat het lager en secundair onderwijs in  de metropool hoge toppen scheren, maar een (school)meester die de zin van het leven voorleest, daar zit de wereld al lang op te wachten. De zin van leven, Mira meiske, is niet iets wat ergens in een boek staat en voorgelezen kan worden. De zin van het leven ontdek je, gaandeweg, door dingen te doen en dingen te laten, door naar jezelf en naar anderen te kijken en te luisteren, door beslissingen te nemen en – vooral – door veel te twijfelen.

 

Mira meiske, schrijf vooral lekker verder al die versjes met een hoog Lolita-gehalte:

            Ik moet dringend ergens nen berg gaan beklimmen
            Of aan een stuk of twintig losse relaties beginnen
            Want anders kruip ik in mijn kist
            Met het jammerlijk gevoel
            Dat ik iets heb gemist

maar stop met ons er op de radio mee lastig te vallen. Later, als je groot en een tikkeltje verstandiger bent, mag je het nog eens proberen.

17:09 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

De gnoes zetten grote ogen

Oké, ik geef het toe: het is een beetje lang geleden dat hier nog iets verscheen. Van 5 december 2008 om precies te zijn. Dat is Sinterklaasavond. En overmorgen is het Pasen. Kwatongen zouden kunnen beweren dat het ritme op deze blog bepaald wordt door de kerkelijke feestdagen. Vergeet dus vooral niet om op 21 mei terug te komen kijken!

 

Bon, wat is er gebeurd tussen 5 december 2008 en vandaag? Not much, - after all. Ik ben hard en flink en naarstig aan het werk geweest om een boek af te krijgen. (Het is nog niet te koop op Amazon.com, maar ik zal laten weten wanneer het zover is. Hou u in afwachting hier mee bezig.)

 

Wat is er nog meer gebeurd? Ik ben een paar dagen les gaan geven in Madagaskar. En toen ik het laatste diploma uitgereikt had, is daar een volksopstand begonnen die uiteindelijk zou leiden tot de afzetting van Ravalomanana en de installatie van Rajoelina. Kijk, alleen al om de naam vind ik dat goed nieuws. De Malgassi hebben iets met lettergrepen. Hier heet iemand An Vandamme of Jos Peers. Op Madagaskar moet een naam – zeker een familienaam – minstens uit zes lettergrepen bestaan, anders deugt ie niet. Dus An Vandamme wordt  Yvonne Andriamanantegerana. En Jos Peers wordt Moïse Randrianarimanana. Leest u de namen gerust een paar keer opnieuw en probeert u ze dan zonder haperen uit te spreken. Ik heb het ook moeten leren, - al is die vaardigheid mij hooguit 4 dagen van pas gekomen.

 

BLOG_Mada


Over Madagaskar kan ik kort zijn: het is een prachtig eiland, met een uitzonderlijke fauna en flora en paradijselijke stranden. Alleen heb ik daar geen flikker van gezien. Het strand ligt op 350 kilometer rijden van de hoofdstad Antananarivo – telt u de lettergrepen even? – en dat bol je niet af in die paar avondlijke vrije uren. Zeker niet in de typisch Malgassische taxi, een aftandse Renault R4 waarvan de portieren dicht worden gehouden met een koordje dat door de ramen en over het dak loopt. Zelfs de relatief korte rit van hotel Panorama in de residentiële wijk naar het stadscentrum van Tana was bepaald hachelijk. Nooit wilde de taxi starten, altijd moest er onderweg van het betaalde voorschot anderhalve liter benzine bijgetankt worden, regelmatig kletste het kofferdeksel open.

 

Ik ken u een beetje: u zit zich al de hele tijd af te vragen hoe het op dat paradijselijke eiland eigenlijk zit met de drank en de wijven en alle andere vormen van vertier. Eerlijk gezegd: ik weet het niet. In hotel Panorama bestond de enige animatie uit een zwarte die aan de toog van de bar een kruiswoordraadsel zat in te vullen, in afwachting dat iemand zou binnenkomen om iets te drinken te bestellen. Dat moest je dan wel precies timen: de bar ging open om 18u. en om 20u.30 opnieuw dicht. Wie zich een stuk in de kraag wou drinken, moest dus aan een behoorlijk tempo doorhijsen.

 

Alle kamers waren keurig uitgerust met een minibar. Die van mij was op slot. Toen ik de receptie daarover belde, stond binnen de twee minuten iemand met een sleuteltje en een brede glimlach aan mijn kamerdeur. De minibar bleek leeg en het koelelement had zijn beste tijd al lang achter de rug. Maar goed, veel meer dan een fles mineraalwater had ik niet te koelen.

 

Mijn nobele taak bestond erin Malgassi in 4 dagen iets bij te brengen over vakbeurzen in Europa en hoe eraan deel te nemen. Niet zomaar jan en alleman, maar allemaal mensen die beroepshalve in de fruitsector actief zijn.  Op Madagaskar is veel fruit, - dat heb zelfs ik met mijn eigen ogen kunnen vaststellen. Het groeit er zomaar aan de bomen. Bomen die van niemand zijn. Bij ons vraagt die oplichter van een Louis Delhaize 10 euro voor een halve kilo litchi’s .  Daar neem je gewoon een plastic zak – die hebben ze daar nog – en je gaat gewoon een stukje wandelen. Je plukt een handvol litchi’s, doet er en passant nog een paar mango’s en papaya’s bij en iedereen vindt dat prima. Fruit zat!

 

Zat. Het woord is gevallen. Veel meer dan een (duur) glas rode wijn en een fles Three Horses pils viel er op Madagaskar niet te versieren. U kunt zich dan ook het enthousiasme voorstellen waarmee in de KLM-lounge op de luchthaven van Nairobi de Heineken verwelkomd werd. Een blikje. En nog één. En nog één. En nog één… Tot plotseling duidelijk werd dat we nog pakweg 6 uur te overbruggen hadden. Er werd overlegd, gewikt en gewogen, prijzen vergeleken. Uiteindelijk hebben twee Hollanders en een Belg met de glimlach een transitvisum betaald, een taxi geroepen, zich naar het dichtstbijzijnde wildpark laten rijden en er – in pak en das – een safari meegemaakt. De gnoes,  de waterbuffels en de flamingo’s wisten niet waar kijken toen ze ons zagen naderen.

15:47 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |