10-04-09

De gnoes zetten grote ogen

Oké, ik geef het toe: het is een beetje lang geleden dat hier nog iets verscheen. Van 5 december 2008 om precies te zijn. Dat is Sinterklaasavond. En overmorgen is het Pasen. Kwatongen zouden kunnen beweren dat het ritme op deze blog bepaald wordt door de kerkelijke feestdagen. Vergeet dus vooral niet om op 21 mei terug te komen kijken!

 

Bon, wat is er gebeurd tussen 5 december 2008 en vandaag? Not much, - after all. Ik ben hard en flink en naarstig aan het werk geweest om een boek af te krijgen. (Het is nog niet te koop op Amazon.com, maar ik zal laten weten wanneer het zover is. Hou u in afwachting hier mee bezig.)

 

Wat is er nog meer gebeurd? Ik ben een paar dagen les gaan geven in Madagaskar. En toen ik het laatste diploma uitgereikt had, is daar een volksopstand begonnen die uiteindelijk zou leiden tot de afzetting van Ravalomanana en de installatie van Rajoelina. Kijk, alleen al om de naam vind ik dat goed nieuws. De Malgassi hebben iets met lettergrepen. Hier heet iemand An Vandamme of Jos Peers. Op Madagaskar moet een naam – zeker een familienaam – minstens uit zes lettergrepen bestaan, anders deugt ie niet. Dus An Vandamme wordt  Yvonne Andriamanantegerana. En Jos Peers wordt Moïse Randrianarimanana. Leest u de namen gerust een paar keer opnieuw en probeert u ze dan zonder haperen uit te spreken. Ik heb het ook moeten leren, - al is die vaardigheid mij hooguit 4 dagen van pas gekomen.

 

BLOG_Mada


Over Madagaskar kan ik kort zijn: het is een prachtig eiland, met een uitzonderlijke fauna en flora en paradijselijke stranden. Alleen heb ik daar geen flikker van gezien. Het strand ligt op 350 kilometer rijden van de hoofdstad Antananarivo – telt u de lettergrepen even? – en dat bol je niet af in die paar avondlijke vrije uren. Zeker niet in de typisch Malgassische taxi, een aftandse Renault R4 waarvan de portieren dicht worden gehouden met een koordje dat door de ramen en over het dak loopt. Zelfs de relatief korte rit van hotel Panorama in de residentiële wijk naar het stadscentrum van Tana was bepaald hachelijk. Nooit wilde de taxi starten, altijd moest er onderweg van het betaalde voorschot anderhalve liter benzine bijgetankt worden, regelmatig kletste het kofferdeksel open.

 

Ik ken u een beetje: u zit zich al de hele tijd af te vragen hoe het op dat paradijselijke eiland eigenlijk zit met de drank en de wijven en alle andere vormen van vertier. Eerlijk gezegd: ik weet het niet. In hotel Panorama bestond de enige animatie uit een zwarte die aan de toog van de bar een kruiswoordraadsel zat in te vullen, in afwachting dat iemand zou binnenkomen om iets te drinken te bestellen. Dat moest je dan wel precies timen: de bar ging open om 18u. en om 20u.30 opnieuw dicht. Wie zich een stuk in de kraag wou drinken, moest dus aan een behoorlijk tempo doorhijsen.

 

Alle kamers waren keurig uitgerust met een minibar. Die van mij was op slot. Toen ik de receptie daarover belde, stond binnen de twee minuten iemand met een sleuteltje en een brede glimlach aan mijn kamerdeur. De minibar bleek leeg en het koelelement had zijn beste tijd al lang achter de rug. Maar goed, veel meer dan een fles mineraalwater had ik niet te koelen.

 

Mijn nobele taak bestond erin Malgassi in 4 dagen iets bij te brengen over vakbeurzen in Europa en hoe eraan deel te nemen. Niet zomaar jan en alleman, maar allemaal mensen die beroepshalve in de fruitsector actief zijn.  Op Madagaskar is veel fruit, - dat heb zelfs ik met mijn eigen ogen kunnen vaststellen. Het groeit er zomaar aan de bomen. Bomen die van niemand zijn. Bij ons vraagt die oplichter van een Louis Delhaize 10 euro voor een halve kilo litchi’s .  Daar neem je gewoon een plastic zak – die hebben ze daar nog – en je gaat gewoon een stukje wandelen. Je plukt een handvol litchi’s, doet er en passant nog een paar mango’s en papaya’s bij en iedereen vindt dat prima. Fruit zat!

 

Zat. Het woord is gevallen. Veel meer dan een (duur) glas rode wijn en een fles Three Horses pils viel er op Madagaskar niet te versieren. U kunt zich dan ook het enthousiasme voorstellen waarmee in de KLM-lounge op de luchthaven van Nairobi de Heineken verwelkomd werd. Een blikje. En nog één. En nog één. En nog één… Tot plotseling duidelijk werd dat we nog pakweg 6 uur te overbruggen hadden. Er werd overlegd, gewikt en gewogen, prijzen vergeleken. Uiteindelijk hebben twee Hollanders en een Belg met de glimlach een transitvisum betaald, een taxi geroepen, zich naar het dichtstbijzijnde wildpark laten rijden en er – in pak en das – een safari meegemaakt. De gnoes,  de waterbuffels en de flamingo’s wisten niet waar kijken toen ze ons zagen naderen.

15:47 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.