02-06-08

Hondengevecht

hondjeHet was niet echt druk in het Streekcafé. De habitués hadden zich in groepjes van 4 en groepjes van 2 aan de tafels geïnstalleerd, waardoor aan de toog een vrije strook van ruim twee meter was. Ik nam één van de vrije barkrukken, bestelde een pilsje en observeerde gaande en komende mensen op het rondpunt.

 

Even later kwam een goed in het vlees zittende vrouw het café binnengewaggeld. Ze moest een vaste klant zijn, want nauwelijks was ze de deur voorbij of op de toog stond een blonde Leffe haar al op te wachten. De vrouw, zo bleek later, was een gewezen stewardess die na de onzachte landing van Sabena zelf niet meer van de grond geraakt was en het dan maar op een zuipen had gezet. Het was even na zessen. Ik was aan mijn eerste pilsje toe, zij aan haar twaalfde Leffe van die dag. Ze installeerde zich links van mij.

 

Rijkelijk laat merkte ik op dat zich in haar linkerarm een vreemd soort diertje had genesteld. Heel even dacht ik dat de vrouw last had van melanoom op de linker elleboog. Maar op melanoom staan geen oortjes. Toch geen oortjes die bewegen wanneer een klant elders in de gelagzaal roept omdat hij bij het vogelpikken triple 1 gegooid heeft in plaats van triple 20.

 

Ik deed alsof ik in gedachten verzonken was Maar blijkbaar ben ik niet erg goed in doen alsof, want de vrouw sprak mij aan. Het ding op haar linkerarm zocht een nog comfortabeler positie. Toen pas zag ik dat er ook een staart aan hing.

“Euh…mevrouw…op uw arm, is dat een kat of een hond?”

“Maar enfin, mijnheer, dat is een hond!”

“En van welk merk, als ik vragen mag?”

“Dat is een Chinese naakthond, mijnheer! Een brave Chinese naakthond!”

“Nu u het zegt. Dat het een naakthond is, dat zie ik nu ook. Maar hoe weet u eigenlijk dat het een Chinese naakthond is? Blaft ie Mandarijns? 

De vrouw keek me aan met een blik waarin in alcohol gedrenkt onbegrip doorschemerde. Ze nam een paar gulzige slokken van haar Leffe, maar maakte geen aanstalten om elders te gaan zitten. Ik besloot er nog een schepje bovenop te doen, in de hoop dat ze alsnog zou afdruipen.

“Die oortjes, zijn die er achteraf opgenaaid of heb je die hond echt zo gekocht?”

Ze kijkt me aan met een priemende blik en zoekt vruchteloos naar een fel wederwoord.

“Dat hij braaf is, kan ik best geloven. Alleen jammer dat hij zo mal coiffé is…”  Haar ogen spuwen vuur. “Espèce de connard!” Mijn opzet slaagt: ze druipt af en gaat aan de tafeltjes haar beklag doen over ‘le connard au comptoir’…

14:39 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

foei zo ga je geen nieuwe vriendjes en vriendinnetjes maken, Stof :)

Gepost door: grmpf | 08-07-08

De commentaren zijn gesloten.