29-03-08

1 aprilgrappen

sdfIk heb de jongste tijd een paar keer zeer ernstige twijfels gehad over het aantal dagen dat de maand maart telt. De jongste keer was gisteravond (vrijdag 28 maart volgens de kalender). Ik zapte een beetje langs de –tig kanalen van Belgacom TV en kwam terecht in een schrijnende reportage over een beroepspoliticus die zelfs niet over een eigen kantoor(tje) beschikt. Gebiologeerd bleef ik kijken en luisteren naar het relaas. De man was en stoemelings benoemd tot staatssecretaris, maar de regeringsleider en zijn staf hadden blijkbaar over het hoofd gezien om de man ook een plekje toe te kennen in de grote gebouwen waar de kabinetten huizen. De man moest zijn noeste regeerarbeid uitvoeren in zijn auto. Een dienstauto met chauffeur uiteraard, maar dan nog... Probeer maar eens een vergadering te organiseren met twee eigen medewerkers en drie externe consultants in zo’n krappe plek. Het wordt vooral wurmen als om 10 uur ook de koffiemadam er nog bij moet, me dunkt...

 

Even later kwamen man en functie in beeld. Het bleek te gaan om Frédéric Laloux, staatssecretaris van armoedebestrijding. Op de RTBf heet dat ‘lutte contre la pauvreté’.Ik veerde recht uit de sofa en schreeuwde het uit: “Ik héb hem! Ik héb hem! De 1 aprilgrap van de RTBf, ik héb hem! Haha, ik had het meteen door! Goed verzonnen, hoor!” Ik maakte triomfantelijk een dansje rond de salontafel en stootte daarbij een glas wijn om. Wijn maakt vlekken, maar dat kon mijn uitgelaten feestvreugde niet smoren. Apetrots was ik op mezelf dat ik dit jaar het mediatieke 1 aprilverzinsel zo snel ontmaskers had.

 

Zouden er licentiaatsverhandelingen bestaan over het fenomeen 1 aprilgrappen? Als knaap van zeven ben ik ooit naar de plaatselijke ijzerwarenwinkel gestuurd om botijnnagelgaten (en onverrichter zake terug naar huis gekomen). Het staat me voor dat in de stoere macho-omgeving waarin mijn vader toen nering had, het klunsje onder bulderend gelach van zijn collega’s bij de neus genomen werd (“Eric, breng dit pak ingevroren ossenkloten eens naar beenhouwerij Vandamme...”).  Maar het heeft een hele poos geduurd voor ik door had dat ook radio, televisie en de kranten aan die vreemde traditie mee doen. Op 1 april smokkelen ze een ‘Schwalbe’ binnen in hun algemene berichtgeving, tot vermaak van velen.

 

Gaandeweg ontdekte ik dat er in de 1 aprilgrappen op de radio en in de kranten een zeker patroon zit. Een 1 aprilgrap sluit steeds af met een ‘call for action’: ga naar..., bel naar het nummer..., zet vanavond een ... voor uw voordeur. De media nemen er immers geen genoegen mee dat hun slachtoffer zichzelf een klap voor de hersens geeft om zoveel naïviteit; de sukkel moet ook publiekelijk voor lul staan. Vaak komt er zelfs een cameraploeg aan te pas die de slachtoffers een beetje smalend interviewt: “Haha, ù hebben we lekker beet, hé!” Ik ben niet iemand die blindelings naar 0900-nummers belt of in de wagen stapt op een aalmoes te scoren, maar op 1 april ben ik dubbel op mijn hoede. Mij mogen ze niet liggen hebben...

 

Nadat ik de wijnplas had weggedept en ondertussen overgeschakeld was naar een boeiend dieetprogramma op Vitaliteit, begon het me plotseling te dagen. ‘Maar we zijn vandaag nog helemaal geen 1 april! We zijn vandaag vrijdag 28 maart. 1 april, da’s pas dinsdag...’ Enigszins verbouwereerd ging ik opnieuw zitten. Een staatssecretaris voor armoedebestrijding die zelf geen dak boven het hoofd heeft, het is me wat...

 

Deze morgen kwam de ontnuchtering. Het schrijnende verhaal van de staatssecretaris voor armoedebestrijding en van de RTBf was van a tot z verzonnen. “Het was maar om aan te tonen hoe schrijnend het met de armoede in ons land gesteld is”, zei de weldoorvoede koorknaap Laloux. En de RTBf zei niks. Zelfs niet “Foutjeuh...”

12:48 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.