22-01-08

Salonbespiegelingen

autosalonGisteren ben ik naar het Autosalon geweest. Beroepshalve uiteraard, - het was van moetens. Er moesten een paar dingen gebeuren – een paar op en een paar in de marge van het salon – en de hemel zij geprezen dat al die opdrachten in één moeite door afgehandeld konden worden: foto’s nemen van typische situaties op de stand, een interview(tje) met een autobons, een auditorium (laten) klaarmaken, gastsprekers opvangen en begeleiden, een presentatie in- en uitleiden, society foto’s maken van onze branche en het glas heffen op 2008. Je begint eraan om half één en je weet dat het om negen uur allemaal achter de rug is.   

Omdat je altijd ruim moet programmeren, zat er hier en daar een leemte in mijn planning. Die heb ik onledig gemaakt door hier en daar wat op het salon rond te slenteren en de andere bezoekers te observeren. Ik had bijna gezegd dat het een hobby is, maar eigenlijk is het (een deel van) mijn werk. Ik vertel allicht niks nieuws als ik zeg dat ik een vrij onderkoelde relatie heb met automobielen. Ik vind automobielen ambetante dingen die altijd in de weg staan, die nooit doen wat je zeggen, die je bedriegen door anderen in je spullen te laten graaien zonder een kik te geven en door niet te starten als ze dat wél moeten doen. En ik vind ze ook bijna altijd lelijk. Automobielen van 10.000 euro? Lelijk! Automobielen van 25.000 euro? Lelijk! Automobielen van 50.000 euro? Lelijk! Daarom koop ik geen automobielen meer. En dus doet mijn baas dat in mijn plaats. Hij vindt het handig dat ik mij met zo’n lelijke doos verplaats.

Op het Autosalon komen een paar honderdduizend Belgen naar al die lelijke dozen kijken. Nou ja, kijken… Het begint met kijken. Eerst kijken ze naar de voorkant van zo’n automobiel. (Kenners noemen dat de neus, maar ik kan het niet over mijn hart krijgen aan een stom stuk ijzer menselijke kenmerken toe te dichten. Dat laat ik aan Bob de Bouwer over.) En daarna naar de achterkant. Daarna begint het bepotelen. Alle onderdelen moeten eraan geloven: het kofferdeksel, de achterlichten, de antenne, de ramen, de deurhendels en de deuren zelf, de motorkap, de voorlichten, het verluchtingsrooster, de banden… Voortdurend is het wrijf-wrijf en knijp-knijp. Tussen de bezoekers door zwermen rond die automobielen ook jongens en meisjes die toegerust zijn met een plumeau en een spuitbus Glassex. Die moeten alle vingerafdrukken van de glanzende lak halen en de achtergelaten bacteriën doden. (Maar ondanks de noeste arbeid van deze poetsbrigades blijven het lelijke dozen.)

Wie dacht dat het bij veelvuldig bepotelen blijft, moet beslist zelf eens een kijkje gaan nemen op het Autosalon. Na de fase van het onschuldig voelen volgt immers de fase van het hardhandig verkrachten. Bijna alle wagens worden eerst vanachter gepakt. Het kofferdeksel moet open. En weer dicht. En weer open. En weer dicht. En weer open. En weer dicht. Het deed mij denken aan een fascinerend schouwspel dat ik als kind ooit in een Zweedse meubelketen heb kunnen gadeslaan: een stoel genaamd Bjørn stond in een vitrine en kreeg er van langs door een stalen slagpin die twee keer per seconde uit een metalen doos schoot. De opstelling moest aanschouwelijk maken hoe goed en degelijk en onverslijtbaar die Bjørn wel was. Het tokketokketok van de slagpin kon je al van ver horen. Ook op het Autosalon gaat het zo toe: al van ver hoor je het klappen van kofferdeksels en portieren. Boenk-boenk-boenk, - de hele dag door. Tien dagen lang.

Wanneer het molesteren van kofferdeksels en portieren achter de rug is, volgt fase 3: alle bezoekers willen plaats nemen achter het stuur van zo’n lelijke doos. En het eerste wat ze doen, is een forse draai aan het stuurwiel geven. De eerste paar keer wou ik tussenkomen: “Hallo, mijnheer! Hij rijdt niet hoor, dus dat sturen hoeft eigenlijk niet. De automobiel blijft lekker staan waar ie staat!” Ik begon me bovendien enigszins zorgen te maken over de volksgezondheid in het algemeen: je wil niet weten wat voor rotzooi er allemaal hangt aan een stuurwiel dat door een paar duizend mensen bepoteld werd. Een paar duizend mensen waarvan nota bene 85 procent de handen niet wast na een bezoek aan het toilet.

Hebben we het nu zo’n beetje gehad qua molesteren van lelijke dozen? Neen! Laten we vooral fase 4 niet uit het oog verliezen: ook de motorkap moeten open. Ze zijn boekhouder in Eksaarde, postbode in Kachtem of bakker in Poederlee, maar ze willen wel zien wat er onder die motorkap zit. Dat begrijp ik niet. Ik ken zelf geen jota van motortechniek, maar daar hebben de autoconstructeurs iets op gevonden. Je krijgt een sleutel. Die moet je in een sleutelblok steken, een keer draaien en daarna kan je rijden. Wat mij betreft, steken ze onder die motorkap een baal stro en een Shetlandpony. Kan me geen zak schelen, zolang die lelijke doos maar rijdt. Wat weet zo’n boekhouder, postbode of bakker méér van autotechniek dan ik? Waarom willen ze kijken naar iets waar ze geen knijt van begrijpen? ‘Jamaar, ’t is om te zien hoe of ie blinkt’, zeggen ze dan. Hallo? Die automobiel is uit de fabriekshal naar buiten geduwd, op een vrachtwagen getakeld, naar het Autosalon gebracht en hier naar binnen geduwd. Die lelijke doos heeft nog nooit gereden. Waarschijnlijk is dat geeneens een motor waar je nu staat naar te kijken!

Ik hou aan zo’n Autosalon een vreemd en erg dubbel gevoel over. Aan de ene kant gaat het over mijn toko – live 1-to-1 communicatie, belevenismarketing en hoe je het verder ook wil noemen – dus zou ik eigenlijk moeten zeggen: ‘Driewerf hoera voor het Autosalon en doe er nog maar 200.000 bezoekers bij!’ Anderzijds vind ik het Autosalon een nogal vulgaire kramp van consumentitis en – vooral – van ‘Möchtegerne’: je zou verplicht moeten worden om een automobiel die je bepotelt en molesteert, ook daadwerkelijk te kopen, anders blijven we bezig. De scènes op het salon deden mij een beetje denken aan het gruwelbeeld ‘Solden in de Sarma’, dat ergens diep in mijn geheugen gegrift staat: grijpgrage, hebberige handen die gretig in hoge bakken graaien.

Overigens aan alle West-Vlamingen mijn excuses voor bovenstaande tongue twister

10:50 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

Commentaren

Tja Ik begrijp je standpunt, maar als autoleek kan je je moeilijk in een autofreak zijn plaats stellen nietwaar.
Niet iedereen vind die dozen lelijk.

Gepost door: Lazyman | 23-01-08

Met zulke tongue twisters hooi je heheit heen hohe ohen bij westfluten.

Gepost door: goldfish | 23-01-08

:D schitterend verteld het is idd zo, alleen vind ik dat oo mooie dingetjes die ijzeren bakkne op vier wielen

en hopelijk binnekort een beschowuing over de hostessen?

Gepost door: jeronimo | 24-01-08

Erg interesant artikel!

Gepost door: Rijschool Delft | 26-09-14

De commentaren zijn gesloten.