22-09-07

Stof goes communautair

unreveHet zijn twee kleine voorvalletjes. Twee microscopisch kleine puntjes in het hele universum van dingen die gebeuren. Eerder deze week werd ik op msn aangesproken door een Maleisische vriend. “Are they going to split Belgium?”, vroeg hij zich enigszins verwonderd af. Hij had het in Kuala Lumpur op de radio gehoord. Op de BBC, - reden genoeg om er van uit te gaan dat dat dus wel zo zou zijn. Ook in Maleisië heeft Auntie Beeb het gezag van een oude onderwijzeres. Ik beantwoordde zijn vraag eerst met een “No!” en daarna met een “No way!”, waarop hij de bal terugspeelde “How do you know for sure?” Goeie vraag! Meestal zit ik vol argumenten, maar deze keer kwam ik niet veel verder dan “Because one cannot split a country like Belgium!” Da’s een beetje flauwtjes natuurlijk. Waarschijnlijk hebben de Oost-Duitsers dat ook lang gezegd over de Berlijnse Muur, de Tsjechen en de Slovaken over Tsjechoslovakije, de Esten en de Letten en de Litauers over de Sovjet-Unie. Alles kan, op den duur. “No!”, “No way!” of “Neen!” kan je natuurlijk op heel veel verschillende manieren uitspreken. Een hele poos heb ik me zitten afvragen hoe het zou geklonken hebben indien msn had kunnen spreken. Als een feitelijk ‘neen’ (niet ja), waarmee ik dan bedoel: de informatie die de BBC verspreid heeft, klopt niet. Of als een sussend ‘neen’: maak je maar geen zorgen, zo’n vaart loopt het niet. Of als een verzuchtend ‘neen’: zeg me dat het geen waar is, knijp even in mijn arm. Of als een strijdvaardig ‘neen’: over mijn lijk, dat laat ik nooit gebeuren. Er gapen, wanneer het over België, zijn voortbestaan, de splitsing ervan en alle denkbare communautaire dossiers gaat, een paar heel erg diepe kloven tussen verschillende categorieën Belgen. De meest voor de hand liggende is uiteraard de kloof tussen Nederlandstaligen en Franstaligen. Daar kom ik straks op terug. Maar er is een minstens even diepe kloof tussen mensen die elke dag met België te maken hebben en mensen die daar niet of nauwelijks mee te maken hebben.  Toen ik nog in Brugge woonde, ben ik eens vreselijk kwaad geworden tegen een wijf dat kwam aanbellen met de vraag of ik altemets geen affiche tegen de koetsen (eigenlijk vooral tegen het geklabetter van de hoeven) voor mijn raam wilde hangen. Daar hing toen de halve straat vol mee. Ik geloof dat ik haar nog gevraagd heb of ze soms van plan was die koetsen dan zelf te trekken. In elk geval is de deur met een klap dicht gegaan. De vrouw in kwestie bleek een schrijfster te zijn. De koetsen verhinderden haar om aan haar schrijftafel in haar gerestaureerde Brugse huisje literatuur te plegen. En dus moesten de koetsen weg. De literateuse in kwestie was een paar jaar daarvoor spontaan van het West-Vlaamse platteland naar de Brugse binnenstad verhuisd, op een moment dat het in Brugge al lang wemelde van de koetsen en de bootjes en de Japanners. Ik vind het een beetje onnozel om dan te gaan zeuren. Maar ja, zij kon zich dat veroorloven, want ze had verder met Brugge geen uitstaans. Haar boeken werden niet door toeristen gekocht, blijkbaar. Strikt gezien had ik evenmin uitstaans met het toerisme in Brugge, maar ik vond het toen al een provincienest en zonder toerisme zou dat er zeker niet beter op worden. Er zijn mensen die met België te maken hebben en er zijn mensen die met België niks te maken hebben. Ik behoor tot die eerste categorie. Eén van mijn opdrachten is en passant België te promoten als bestemming voor zakelijke evenementen. Hoe meer congressen, conferenties, meetings en beurzen in België plaats vinden, hoe liever ik het heb. Daar worden mijn klanten beter van en dat is dan weer goed voor mijn winkeltje. Als ik in den vreemde mijn trom roer, vertel ik hoe prettig het in België leven is en hoe makkelijk het is om er zaken te doen en dat je er ook nog eens lekker kunt eten. “Belgium, gateway to European markets” en dat soort dingen. Ik vertel een beetje over Belgian chocolates, Brussels waffles, Gentse waterzooi en trappist van Rochefort. Er is echt niet veel nodig om de mensen te doen kwijlen van de goesting om in België iets te organiseren. ’t Is tamelijk goedkoop, de mensen zijn er vriendelijk, ze spreken meerdere talen en ze proberen je niet om de haverklap op te lichten... En heel die argumentatie zou ik straks dus overboord moeten gooien omdat België opgedeeld wordt? Me not think so! België is ongeveer even groot als de Amerikaanse staat Maryland. Je moet al heel erg je best doen om aan de doorsnee Amerikaan (of Taiwanees of Maleisiër of Wit-Rus) uit te leggen dat België niet een stad in Duitsland of in Frankrijk is, maar een onafhankelijk land met tot voor enkele jaren een eigen munt en zelfs met een eigen leger. Wie de maatstaven van Indische steden gewoon is, wordt er een beetje lacherig van: tien miljoen mensen (dat is ongeveer evenveel als Delhi ZONDER New-Delhi) en zeven regeringen, hahaha... En dat gaan jullie dus nog eens in aparte staatjes opdelen, hihihi... “Wie heeft je dat nou weer wijs gemaakt?”, vraag ik dan. “De BBC”, luidt het antwoord meestal. Het tweede voorvalletje dan maar. Gisteren kreeg ik van een franstalige vriend een visueel grapje: een landkaart van België anno 2020, na het afsmelten van het poolijs. De noordelijke oceaan komt tot aan het schiereiland Brussel. Vlaanderen is zee geworden, met enkel nog de Heuvelland archipel en het eiland Geraardsbergen als bewoonbaar gebied. Ik heb (heel even) kunnen glimlachen met het grapje. Erg verontrustend vond ik echter de titel van het bericht: ‘TR: Un R_ve’. De ‘TR:’ wijst erop dat het bericht werd doorgestuurd door de franstalige vriend in kwestie.  De ‘_’ vervangt een ‘ê’. Un rêve... Iemand droomt er dus van dat Vlaanderen straks onder water loopt. Daar moet je, naar mijn gevoel, toch wel heel erg kortzichtig voor zijn. Een indruk die helaas bevestigd wordt door de contacten die ik in Wemmel met (eentalig) Franstaligen heb. Ik vrees dat ik Yves Leterme enigszins moet bijtreden: klaarblijkelijk zijn een aantal Franstaligen niet in staat zaken in perspectief te zien.  Ik ben geen Wallonië-kenner, maar ik weet dat er zeer veel verschil is tussen iemand uit Kraainem, iemand uit Luik, iemand uit Marche-en-Famenne, iemand uit Charleroi en iemand uit Waver. De algemene vuistregel is: hoe verder van Brussel verwijderd, hoe aangenamer het contact. Of in geopolitieke termen: de etter zit in Waals-Brabant. Daar wonen de mensen die in paniek beginnen rond te bellen wanneer de RTBf een docufictie over de onafhankelijkheidsverklaring van Vlaanderen uitzendt. Die mensen gelóven dat. Dat is op zijn minst enigszins verontrustend. Kennen die mensen België en Vlaanderen zo slecht? Schort er iets aan hun onderwijs? Is het een gevolg van hun mediagebruik? Is het een wilskwestie? Is er een kwaadwillige genius die hen al die waanbeelden influistert? En als het antwoord op één van de voorgaande vragen ‘ja’ luidt: kan je daar iets aan doen? Er bestaat zoiets als een self-fulfilling prophecy: als je maar lang genoeg voorspelt dat iets zal gebeuren, dan gebeurt het ook. Wetenschappers aan beide kanten van de taalgrens staan blijkbaar machteloos tegen het feit dat veel Franstaligen denken, vermoeden, vrezen dat Vlaanderen zijn eind weegs zal gaan, zonder nog om te kijken naar haar tweelingzusje. En misschien krijgen ze sneller gelijk dan wenselijk is. Het is niet omdat ik niet op het Vlaams Blok stem dat Vlaanderen niet aan een rotvaart bruin-zwart kleurt. Om de andere dag verschijnt er wel een enquête of een poll die toont dat “de Vlamingen” alleen verder willen of die net het tegendeel bewijst. Ik weet het niet meer. De Vlamingen loop ik nooit tegen het lijf, wel af en toe een collega-Vlaming waarmee ik tussen pot en pint graag een boom opzet. Bepleiten die een boedelscheiding? Niet één keer!  Word ik morgen wakker in een ander land? Het zou mij verbazen dat het zo’n vaart loopt. Ik kan alleen maar hopen dat zoveel mogelijk mensen het hoofd koel houden, een klein beetje opportunistischer (ik bedoel: minder principieel) gaan redeneren en wat meer gevoel voor Realpolitik krijgen. Mijn franstalige vriend heb ik een berichtje teruggestuurd – “Je bent vergeten de plaatsnamen in het Pools te vermelden!” – en mijn Maleisische vriend komt in december kijken of de boel hier nog een beetje samenhangt. 

13:12 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Gisteren in Kraainem rondgereden, hingen opvallend veel Belgische vlaggen door vensters naar buiten. Dan vraag ik me af, zijn die vlaggers nu Franstalig, of zijn ze Nederlandstalig? Eigenlijk had ik eens moeten gaan aanbellen om het te weten hé!

Gepost door: Sandrissimo | 25-09-07

De commentaren zijn gesloten.