19-03-07

Het patsertje in mij

Ik ben nogal voor beschaving. ’t Is te zeggen: ik doe eigenlijk relatief weinig dingen die andere mensen de gordijnen zouden kunnen injagen. Op restaurant zit ik niet om de haverklap luidruchtig te bellen. Ik ga niet stiekem mijn huishoudelijk afval in openbare afvalemmers dumpen. Ik claxoneer niet als een gek wanneer een automobilist niet onmiddellijk met scheurende banden vertrekt wanneer het licht op groen springt. Bij de bakker wacht ik keurig mijn beurt af en ik zorg dat ik weet wat ik in welke hoeveelheden nodig heb. Ik laat geen fluimspoor achter op het trottoir en als ik mijn neus wil snuiten, gebruik ik een zakdoek. Kortom, met het risico dat dat op een mooie dag tegen mij gebruikt wordt, durf ik mezelf te omschrijven als indelijks proper, nogal discreet en behoorlijk voorkomend. (In het woord voorkomend ligt de nadruk op de tweede lettergreep.)

 

Uitzonderingen? Euh…ja. Om de pakweg 5 jaar krijg ik een bevlieging. Dan heeft er weer eens artiest iets gefabriceerd waarvan ik denk “Wat is me dat hier?” Ik luister één keer, ik luister twee keer en bij de derde keer ben ik verkocht. Hopeloos verkocht. En dan moet ik een halve dag verlof nemen – diezelfde dag – om bij een platenboer dat ene nummer te gaan kopen. Overigens is dat de jongste paar keer telkens op een zaterdag gebeurd – zou het programma Carte Blanche daar voor iets tussen zitten – en dat is de allerslechtste dag om bij een platenboer langs te gaan. Dan krioelt het daar van de mensen die het allernieuwste strovuurtje van een of ander muzikaal marketingconcept in huis willen halen. Horesco referens…

 

Die periodiciteit van 5 jaar heb ik met de natte vinger bepaald, maar ziet! Ze blijkt grosso modo te kloppen:

2001: ‘Sueños en el aire’, Juan Peña Lebrijano

1996: ‘Virtual Insanity’, Jamiroquai

1991: ‘Blue light, red light’, Harry Conninck Jr.

1987: ‘Yankee go home’, Van Dyke Parks

1983: ‘Sparring partner’, Paolo Conte

Vraag één: wat hebben die nummers gemeen? Antwoord: niemendal, behalve dat ik ze zo snel mogelijk in mijn bezit moest hebben. Dat klinkt bezitterig, maar het was niet anders.

Vraag twee: zijn dat mooie nummers? Antwoord: ik vind van wel, - zelfs na een paar honderd keer beluisteren. En ik verdraag niet dat iemand ze nièt mooi vind! Zo ambetant kan ik zijn.

 

Ik ben nogal voor beschaving, maar er is één uitzondering. Om de 5 jaar hang ik eens het patsertje uit en rij ik door de straten van de stad met een auto waarin de muziek loeihard staat. Zo hard dat je makkelijk van op het trottoir kan horen welk nummer in de auto gespeeld wordt. En als het mooi weer is, gaan de ruiten naar beneden en geef ik nog een tandje bij.

  

Het was van Virtual Insanity van Jamiroquai geleden, maar nu heb ik het dus opnieuw zitten. Twee weken geleden heb ik deze kerel dit horen zingen. Enkele dagen later hoorde ik het nummer nog eens en toen was ik helemaal verkocht. O wat een mooi nummer! O wat aardig gebracht! En wat een fraai blinkende piano!    

11:03 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Als ik iets goed vind, moet heel de wereld dat weten!
Nee, er zijn zo van die dingen die je bij je nekvel pakken en niet meer loslaten hé...

Gepost door: Sandrissimo | 19-03-07

De commentaren zijn gesloten.