16-03-07

Ouwe sok - Een sequel, helaas...

Ik had wat langer gewerkt was wat langer op het werk gebleven en door de SMOG-snelheidsbeperking was het al na zessen toen ik mijn auto in de Kunstenaarsstraat tussen een roestige Mercedes en een Poolse bestelwagen parkeerde. Bijna elke dag spreek ik om 17u.51 met vriend J. af teneinde de stress van de dag weg te spoelen. Dat uurtje bijpraten doet deugd, - ook wanneer er niks gezegd wordt.

 

Deze keer was hij als eerste in La Chaumière aangekomen. Meestal is het omgekeerd. Hij moet ‘een serieuze klet van een auto’ ’s avonds door het spitsuur loodsen, dwars door Brussel, van Etterbeek naar Laken. Ikzelf rij op datzelfde ogenblik tegen het spitsverkeer in en leg een dubbele afstand in half zoveel tijd af. Dat scheelt een pilsje solo.

 

Ik haastte mij de drukke Emile Bockstaellaan over, ging nog snel een pakje sigaretten kopen en liep het café binnen. J. zat aan de toog in een druk gesprek verwikkeld. ‘Vast een oud-leraar’ dacht ik. Ik begroette de mij onbekende man, gaf J. een zoen, bestelde ‘een drashke’ en ging naast J. aan de toog zitten. Het ging over zijn vrouw die met enkele collega’s naar het buitenland was en over schoolreizen vroeger en nu. Toen kwam Firenze ter sprake. Ik mengde me in het gesprek en zei dat Firenze in de lente een geknipte bestemming was om er een paar dagen tussenuit te zijn. “Is dat jouw pa?” vroeg de man aan J.  Ik beet een stuk uit mijn glas. ‘Godverdemiljaarde! Wat krijgen we nou? Moet ik mij hier aan de toog van mijn eigenste stamcafé een beetje laten afzeiken door zo’n voos lesgeverken? Zie ik er uit alsof ik iemands vader zou kunnen zijn misschien? Ik ga die schoolvos eens goed op zijn nummer zetten. Wacht maar!’

 

Ik zag pretlichtjes in J.’s ogen. Met een veel te grote glimlach draaide hij zich naar mij. “Nog een pintje, papie?” Ik protesteerde tamelijk luidkeels. Dat ik er ook niet kon aan doen dat ik een zware werkdag achter de rug had en hij een babyface. En dat de mensen in ’t algemeen eens vaker bij Pearl zouden moeten langsgaan om hun ogen te laten nakijken. Ik zocht troost bij een goudgele pretcilinder…

 

Toen ik een jaar of twaalf was, heb ik eens een moment de gloire gehad toen ik in een Italiaans restaurant de jas van mijn moeder aannam en daardoor in het vaarwater kwam van een opdringerig Italiaans patsertje dat zich daar een beetje in gespecialiseerd had. “Laat maar”, siste ik tussen mijn tanden, “als ik met mijn moeder op stap ben, doe ik dat zélf.” Waarop hij, net iets te luid, uitriep: “Madame, c’est votre fils?!?” We zijn nu 20 25 26 jaar verder, tegenwoordig is de situatie omgekeerd en ik kan niet veel anders dan het me laten welgevallen.

 

amigiIk denk dat ik morgen maar eens bij Brantano langsloop langsslof om een paar pantoffels. En mocht iemand ondertussen een suggestie hebben voor een fijne hobby: graag! Héél graag…  

10:25 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Commentaren

Ach, troost je, misschien zie je er gewoon heel wijs uit en denkt men daarom dat je al een respectabele leeftijd moet hebben!

Gepost door: Sandrissimo | 16-03-07

Wijs in de betekenis van slim hé!

Gepost door: Sandrissimo | 17-03-07

Wel wel wel... ... fijn stukje Papie ;-)

Gepost door: Jeke | 19-03-07

De commentaren zijn gesloten.