14-03-07

Ouwe sok

 “Hey, nonkel, vertel nog eens over vroeger.”

“Ja, nonkel, over Den Semafoon!”

Vanaf het voeteinde van mijn bed keken twee paar ogen me verwachtingvol aan.

“Allez, nonkel, wakker worden en vertellen!”

Half versuft richtte ik me op. Hoe laat was het? Kwart na vier. “Het zijn nogal vroege vogels”, had hun oma mij gewaarschuwd. En mijn moeder heeft bijna nooit ongelijk. “Vertellen over Den Semafoon”, kirde de jongste ongeduldig. Ik schraapte de keel, zette mijn bril op en keek hen een tel onderzoekend aan.

 

“Het was in de tijd toen er nog geen gsm’s waren”, zei ik met een tremolo in mijn stem. “Als je iemand wilde bellen, dan moest je op zoek naar een telefoon. De meeste cafés hadden een telefoon en in de straten stond hier en daar een openbare telefoon. Die openbare telefoons, die waren van de RTT. Daar moest je centjes insteken alvorens je kon bellen en in sommige telefoons….een Telekaart. Zo’n Telekaart leek een beetje op een bankkaart. Er zat een klein magneetstrookje op. Telkens je belde beet de telefoon een klein stukje van die magneetstrook. HAP!”

De jongste probeerde zich half te verstoppen in het uiteinde van het donsdeken. Een telefoon die in magneetstroken bijt, brrrrr!

  

“Nonkel was in die tijd vliegende reporter”, ging ik zachtjes verder. “Als er ergens iets gebeurd was, dan reed ik daar naartoe om er een foto van te maken en een stukje over te schrijven. Die foto’s, dat waren nog echte foto’s. Op film. Zo’n film moest je heel behoedzaam IN het fototoestel steken.” Ze keken me allebei met grote ogen aan. “Ín het fototoestel?” vroeg de oudste ongelovig. “Jaja, erín!”, zei ik. “Pas op, hé. Je mocht dat er niet zomaar in flansen, hoor! Eerst moest je met je jas een donker holletje maken. Daar legde je het fototoestel in en via de mouwen ging je met je handen op zoek naar het sluitknopje. Daarna haalde je het filmrolletje op de tast uit zijn huls en je plaatste het IN DE BUIK van het fototoestel!” De jongste slikte.

“Hoeveel megabyte foto’s kon je dan maken?” vroeg de oudste met ingehouden adem. “Megabyte? Maar jongen toch! De foto’s werden getéld. Genummerd van foto 1 tot de laatste foto van het filmpje. Dat kon nummer 12 zijn of nummer 24 of nummer 36. In 1993 heeft nonkel zelfs eens 37 foto’s op één filmpje gemaakt! En ze waren bijna allemaal gelukt… Dat waren nog eens tijden!”

 

“Maar hoe wist je dan dat er iets gebeurd was?” vroeg de oudste geïnteresseerd. “Haha!”, riep ik met enig gevoel voor pathos. Met een samenzweerderige blik gebaarde ik dat ze dichterbij moesten komen. “Nonkel had een goeie maat”, fluisterde ik. “En die maat, die had een…..SSSSScanner!” Ik hield de sissende s extra lang aan. Verschrikt deinsde de jongste achteruit. Op het voorhoofd van de oudste verscheen een nadenkende frons. “Een scànner?” “Jaja, een scanner! Afluisterapparatuur! Daarmee kon je luisteren naar wat de brandweer en de politie en de rijkswacht over de radio aan elkaar vertelden.” De jongste zat nu helemaal weggedoken in het donsdeken.

Wat is rijkswacht?” vroeg de oudste. “O jongen, de rijkswacht, dat was zoiets als de politie, - maar dan érger. Bij de politie kon je nog eens iets gearrangeerd krijgen, maar de rijkswacht had maar één motto: altijd prijs! Dat waren straffe mannen, hoor!”

 

De jongste werd onrustig: “Ik wil het verhaaltje van Den Semafoon horen!”

Ik herschikte even het hoofdkussen achter mijn rug. “In het jaar negentienhonderd negenentachtig werd nonkel bij de Grote Baas geroepen.” Ik be-na-druk-te de let-ter-gre-pen van 1989.

“Ge zijt gij precies goed bezig, Stof” sprak de Grote Baas vanuit zijn lederen fauteuil. “Daarom gaan we ervoor zorgen dat ge in de toekomst nóg efficiënter kunt werken.” Er viel een plechtige stilte in het kantoor. De Grote Baas leunde voorover, drukte op een knopje van zijn imposante telefoontoestel en zei: “Eric, kunt ge het Apparaat naar mijn kantoor brengen.” Even later verscheen de chef van de dienst automatisatie met in zijn handen een doosje ter grootte van een boterhammenbox. “Bedoel je dat gesneden brood dat kinderen vroeger wel eens meenamen naar school?”, vroeg de oudste, alert als altijd. “Ja, die bedoel ik. Vroeger kregen de kinderen sneden brood mee om op school op te eten. Hun mama had die sneden ’s morgens belegd met een sneetje kaas of wat confituur en samen met een reep chocolade in een soort plastic doos gedaan.”

 

De chef van de dienst automatisatie zette het doosje behoedzaam op het schrijfvlak van het massief eiken bureaumeubel en deed een stap achteruit. Met een afgemeten gebaar schoof de Grote Baas het doosje mijn richting uit. “Doe zelf maar open” zei hij uitnodigend. Ik maakte het lipje van het deksel los en deed het doosje open. Midden in het doosje lag een grijs toestelletje dat er een beetje uit zag als een HP Photosmart R725.” “Een MP3-speler!”, kraaide de jongste enthousiast.  “Neen, jongen! Een SE-MA-FOON!” “Een wàt?” vroeg de oudste. “Een Semafoon. En pas op, niet zomaar een Semafoon! Het was een SEMADIGIT! Met drie pistachegroene knopjes en één zalmroze knop. En met een clip, zodat je hem aan je broeksriem kon hangen. Zo kon iedereen zien dat je altijd en overal bereikbaar moest zijn, 24 uur op 24, 7 dagen op 7.”

 

“Was dat dan een soort GSM, die Semadigit?” vroeg de oudste met enige achterdocht in zijn stem.

“Neen, jongen. Ermee bellen kon je helaas niet…”

“Maar wat kon je er dan wél mee doen?” onderbrak hij me.     

“Oh…euh…vanalles! De mensen konden naar een speciaal nummer bellen en daar hun telefoonnummer intoetsen. Binnen de minuut stond dat nummer op het schermpje van mijn semafoon. Straf, hé! En dat is nog niet alles. Er waren vier speciale nummers! Het eerste speciale nummer was voor de redactie. Het tweede speciale nummer was voor jullie oma. Het derde speciale nummer hield ik in reserve voor een eventueel lief. En het vierde speciale nummer was voor alle andere mensen die mij nodig hadden.

 

Wat is een redactie?” vroeg de oudste.

“Je moet je een groot kantoor voorstellen waar veel mensen bij elkaar zitten. Al die mensen zitten stukjes te schrijven…”

“Ha, ze zitten te bloggen zal je bedoelen, - maar dan in groep!”

“Nou neen, niet echt. Die mensen schreven échte stukjes nieuws. Voor in échte kranten, van krantenpapier. Vroeger werden alle mensen die stukjes voor de krant schrijven samen in één kantoor gezet.  Dat ging toen beter…”

 

***

 

Ik schrik wakker, badend in het zweet. Nog slaapdronken draai ik me naar de radiowekker op het nachtkastje naast mijn bed. 04:16 staat er op de display. Dromen dat je oud geworden bent, het is me wat!

 

11:24 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

Commentaren

oud worden ja stofke..de carroussel des levens staat niet stil en blijft voor ons allen verder draaien nietwaar.....

Gepost door: aperoman | 14-03-07

. Mooi stukkie, ouwe! Ik herinner me plots weer de Z-kaart van het openbaar vervoer, die kubusjes met viet lampjes die dienst deden als flitser op mijn Kodakske en de pentium twee weer. =o)

Gepost door: Coltrui | 14-03-07

Waar is de tijd dat ik nog een bieperke had, toen ik nog moest internetten over de telefoonlijn en mensen mij biepten dat ik verdomme dringend van internet moest afgaan om hen te bellen...
Vind de herinneringen aan de gigantisch facturen van Belgadom minder aangenaam...
En ja, die flitsblokske voor op mijn kodakske, of de reflex-camera die ik mocht lenen van mijn opa, waarmee je nog zelf moest scherpstellen en de belichting regelen, je was een half uur bezig met één foto!

Gepost door: Sandrissimo | 14-03-07

SCHITTEREND Hilarisch stuk!! (al is het ook wel wat deprimerend ... :) )

Gepost door: grmpf | 15-03-07

@Coltrui Pentium II ?? Nen 286 heb ik nog gehad.. met 40Mb harde schijf ! En1Mb Ram. En een turboknop om de snelheid te verdubbelen ! Ah !

Gepost door: Aardvarksken | 15-03-07

.. Ik las dit dankzij grmpf, inderdaad, mooi stukje :-)

Gepost door: Evy | 16-03-07

De commentaren zijn gesloten.