19-02-07

Ik en de anderen

Het is zondagavond. Je hebt er een fysiek nogal belastende horecashift op zitten, maar het perspectief van een pilsje aan een Wemmelse toog lonkt. Die toog staat 125 kilometer verderop in zuidoostelijke richting. Dat lijkt ver, maar het is hooguit een uur en een kwartier rijden. En je zit net op tijd in de wagen om het nieuws van zessen en Alaska mee te pikken. Met een raar gevoel van vage tevredenheid start je de motor…

 

Ergens aan een aanlegsteiger in Frankrijk heeft een veerboot zijn buik uitgegulpt. Over de E40 haasten tientallen vrachtwagens zich richting Jabbeke. Vlot slalom je tussen de mastodonten door en af en toe groet je een medeweggebruiker. ‘Achterlijk kalf met uwen mobilhome! Blijf toch rechts als je kar niet vooruit gaat!’ ‘Hallo, Kees, zijn we bang dat de richtingaanwijzers zullen verslijten?’ Hoe dichter je bij Jabbeke komt, hoe lager de snelheid wordt. In Middelkerke haalde je nog makkelijk 130 kilometer per uur, hier kom je amper nog aan 90 per uur en plotseling zie je ze in de verte oplichten, een oerwoud van oranje knipperlichtjes en rode remlichten. De snelheidsmeter zakt genadeloos. 90, 80, 70, 60, 50, 40, 30, 20… Hortend komt de karavaan tot stilstand. “Dju, file!” denk je en het lijkt wel of men op de radio je gedachten kan lezen. “Het verkeer vertraagt op de E40 richting Brussel, tussen Jabbeke en Brugge, tussen Oostkamp en Aalter en in Sint-Denijs-Westrem.” Het ziet er naar uit dat je de volgende 60 kilometer stapvoets zal afleggen.

 

“Waarom willen al die mensen terug naar huis op het moment dat IK hier langs kom? ZIJ hebben de hele dag op de dijk lopen niksen. IK heb gewerkt tot het vuur uit mijn schoenen vonkte. ZIJ hebben morgen de hele dag geen fuck te doen. IK moet morgen om halfzeven mijn bed uit. ZIJ hebben een weekend dat al op vrijdagnamiddag begint. IK heb een weekend dat bestaat uit een pilsje aan mijn Wemmelse toog op zondagavond. Waarom nemen ZIJ trouwens niet de trein, zodat IK een beetje kan doorrijden?”

 

Ik bekeek mezelf, ik luisterde naar mijn zelfbeklag en plotseling had ik het gevoel dat dit wel eens De Sleutel zou kunnen zijn om te begrijpen waarom de dingen zijn zoals ze zijn: omdat we ze bekijken en begrijpen vanuit de tegenstelling Ik-De Anderen. Waarom zitten we met zo’n groot gat in de ozonlaag? Omdat de anderen broeikasgassen de atmosfeer in jagen, - niet ik. Waarom is onze samenleving zo onverdraagzaam? Omdat de anderen zo snel op hun pik getrapt zijn, - niet ik. Waarom is het Laatste Nieuws de krant met de grootste oplage? Omdat de anderen sensatiebelust zijn, - niet ik. Waarom sta ik hier in de file? Omdat de anderen met teveel zijn en niet snel genoeg rijden, - niet ik. Waarom is K3 zo populair? Omdat de anderen die liedjes graag horen, - niet ik. Waarom wordt in Wemmel zoveel Frans gesproken? Omdat de anderen te achterlijk zijn om een tweede of derde taal te leren, - niet ik. Waarom staat de halve wereld in brand? Omdat de anderen vuurwapens boven de pen verkiezen, - niet ik.

 

De afgelopen maanden heb ik meermaals een poging ondernomen om mijn onrust en mijn scepsis onder woorden te brengen. Thema’s als mediamacht en vrije meningsuiting – en hun onderling verhouding - houden me heel erg bezig. Ik stel vast dat – althans op de Skynetblogs – vrije meningsuiting blijkbaar een thema is van extreem-rechts. Dat is, op zijn zachtst uitgedrukt, een tikkeltje zorgwekkend. Ik vind het een beetje stinken, zo’n janice laureyssens of vaalguy of janlievens of lepante of wimwienen die middels een blauw lintje de vrije meningsuiting gaan bepleiten. Van mensen met een enigszins uitgerijpte visie op mens en samenleving kan ik begrijpen dat ze de vrije meningsuiting na aan het hart dragen. Maar als zo’n stelletje ongeregeld de passie preekt, ben ik geneigd toch een beetje op mijn ganzen te passen. Voor je het weet, meten die straatvechtertjes zich de rol van beschermer van de democratie aan.

 

Het probleem met het discours van totaliserend extreemrechts (in Vlaanderen) is dat het eigen syllogismen gebruikt waarvan je de geldigheid of ongeldigheid niet zomaar kan aantonen. Gebruik je het waardensysteem van de burgerlijke samenleving (met al zijn mogelijke varianten) als vlindernet, dan lijkt het politiek discours van extreemrechts op toegepaste zwalpologie: de ene keer collectivistisch, een andere keer individualistisch; de ene keer ultramontaans, een andere keer welhaast libertijns; de ene keer ideëel, een andere keer materialistisch. Wanneer je een poging doet om het discours van bijvoorbeeld het Vlaams Belang te begrijpen, dan loop je het risico serieus draaierig te worden. Tenzij… Tenzij je het analyseert vanuit de antithese ik-de anderen, of beter: wij-de anderen. Alles wat het Vlaams Belang zegt, gaat over een – vermeende – wij versus de anderen. In de ogen van de extreemrechtse ideoloog is die ‘wij’ een homogene massa waarin elk element niet of nauwelijks van een ander element verschilt. Erg realistisch is dat niet. In diezelfde visie is ‘de anderen’ een heterocliete massa, waarvan elk element met de andere elementen gemeenschappelijk heeft dat het to-taal verschilt van de ‘wij’-groep. Ook dat staat mijlenver van de realiteit af.

 

Vlaams Belang is een pre-electorale campagne begonnen met een affiche waarop de drie symbolische aapjes staan afgebeeld (‘Ich höre nichts, Ich sehe nichts, Ich sage nichts’ en dus niét ‘Horen, zien & zwijgen’). Elk van de aapjes heeft een bordje om met daarop de naam van de politieke anderen: liberalen, socialisten, christendemocraten. De affiche illustreert vrij goed wat ik bedoel met het wij-versus-de-anderen-denken. Ik heb – for the sake of the conversation – even door de standpunten gebladerd op de site van het Vlaams Belang. De partij doet triomfalistisch over het feit dat een komiek kanttekeningen maakt bij de standpunten van centrumlinkse politieke partijen. Ze windt zich op over halal voedsel (voedsel van de anderen), het koningshuis en vooral over wat in de andere politieke partijen gebeurt. Het is heel erg zoeken naar een standpunt(je) dat niet is ingegeven door dat duale maatschappijbeeld wij-de anderen. Dat vind ik op zijn minst een tikkeltje schraal. Een schraalheid die ik ook terugvind in de ideeënwereld van de bloggende Belangers. Alle argumenten voor en vooral alle argumenten tégen iets worden ex negativo gepuurd.

 

Putain. Ik wou iets schrijvelen over ‘in de file staan’, ondertussen meegeven dat ik erg zit te piekeren over mediamacht, vrije meningsuiting en de rol die een relatief nieuw verschijnsel als blogs daarin spelen én me verontschuldigen voor het feit dat je een stuk daarover niet op een ik en een gij geschreven hebt. En wat doettik in de plaats?  Meer dan duizend woorden wijden aan…

 

Ja, aan wat eigenlijk?

13:29 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

:-) THE PEOPLE VS US
nja jong en dan zegegn adt we individuen zijn met een eignen wil, massaal staan we op het zflde tijdstip op het perron om die ene overvolel trein nog voller te gaan doen uitpuilen, aan de kassa in de supermarkt de files nog langer te doen zijn en de snelwegen traagwegen te doen zijn.

Gepost door: jeronimo | 19-02-07

Ik lees geen blogs van politiekers, kan ik me er ook niet aan ergeren, want van welke strekking ook, eigenlijk altijd één pot nat.
Files zijn dan weer altijd ergerlijk en ook niet altijd te vermijden...

Gepost door: Sandrissimo | 20-02-07

De commentaren zijn gesloten.