03-08-11

Ram me dan!

ramedan, Wemmel, moslim“Ga nou toch slapen, dwaze kut!”  Vroeger had ik me nooit veel van haar aangetrokken. Ja, ik kwam haar wel eens tegen, hier of in een of ander zuiders land. Ik heb zelfs een paar keer van haar genoten en dat daarna zelfs heel even aan de grote klok gehangen. (Niet dat dat nodig was; iedereen zag het…) Maar ik heb me verder nooit met haar doen en laten bezig gehouden. Er zijn mensen die daar hun hobby of zelfs hun beroep van gemaakt hebben. Een paar hebben het zelfs tot televisiepersoonlijkheid geschopt door haar van naaldje tot draadje te bestuderen en analyseren. Maar ik dus niet. Tot voor kort kon ze me – bij wijze van spreken – aan mijn reet roesten. Maar nu niet meer. Af en toe moet ik me zelfs inhouden om haar niet boos toe te schreeuwen dat ze moet gaan slapen.

Tijdens de ramadan beheerst de zon het ritme van slapen en waken, eten en hongeren. En ik ben, gelet mijn recentelijk gewijzigde gezinssituatie, stap voor stap op weg naar een zeker connoisseurschap betreffende Mohammedaanse zaken. Er zit – ik zeg het uiteraard in alle bescheidenheid – zelfs een zeker martelaarschap aan mijn nieuwe relatie. Slaat, na jaren vruchteloos smachten, de vlam in de pan op het eind van de heerlijk zondige maand juli, word ik al meteen beloond met een maand vasten (hoofdzakelijk voor hem dan) en allerhande regeltjes en reglementen wat betreft de vleselijke geneugten, het naakt dan wel half gekleed door het huis lopen en waar je wanneer een klapzoen van welke vochtigheidsgraad mag toedienen. Zonder op een verdere detaillering vooruit te willen lopen, kan ik alvast dit zeggen: het is neig ingewikkeld. Het best kan je gewoon even proberen en gedurende enkele tellen de reactie afwachten. Na het krieken van de dag even een arm (niet die van jezelf!) langs je lippen en tong laten glijden? Mag niet! Zo dicht gaan liggen dat diezelfde arm vanzelf je lippen en tong raakt, mag dan weer wel. Zolang de zon aan het zwerk staat, moet je je tevreden stellen met een vluchtige zoen, een occasionele knijp in een voorbij wandelende bil of een petsje op een poep. Maar van zodra de zon ondergegaan is, zet de Islamitische wereld het op een hompen en pompen dat het een aard heeft. Enfin, ik maak een extrapolatie van wat te mijnent gebeurde toen de zon ook volgens de schriftgeleerden voldoende ver achter de einder verdwenen was om de kust veilig te verklaren voor alles wat het daglicht niet mag zien.

 “Hoe gaat dat er eigenlijk zo’n beetje aan toe?” vroeg ik aan een halve collega die al langer de Mohammedaanse professie was toegedaan. “Nou, ‘t komt eigenlijk neer op overdag fijf keer (hij is Rotterdammer) wasseuh en fijf keer biddeuh. En dan wachten tot het donker is en dan héél véél eteuh. En een beetje snel ook want je moet twee keer eteuh voor het weer licht wordt.”  Ik kreeg de ongemakkelijke indruk dat die hele ramadan eigenlijk een marketingvondst was van water- en elektriciteitsmaatschappijen om de consumptie ook in het ‘silly season’ hoog te houden. Op het moment dat christenmensen gaan slapen, slaat de moslimwereld aan het koken dat het een aard heeft. Niet zomaar een snel-klaar hap, maar heelder gastronomische maaltijden die urenlang staan te pruttelen en te sudderen, met voorgerechten en nagerechten en fruit en – als je echt afgeladen vol voor je uit zit te staren van dempigheid - nog een taartje en een schaal koekjes. Kous af? Niet helemaal, want daarna mag/moet je dus van bil. Je mag van de moslims zeggen wat je wilt, maar niet dat het doetjes zijn…

“Ga nou toch slapen, dwaze kut!” Ik had een beetje honger en vooral veel goesting. En ik ergerde me behoorlijk aan het feit dat de zon aan een slakkengangetje achter de kam verdween. De terminus a quo voor ons hele to do-lijstje was 22u.47, de terminus ad quem grofweg 03u., kwestie van op tijd weer fris gewassen en gekamd te zijn voor het allerprilste ochtendgloren. En dus moest zij am schnelsten slapengaan.

15:12 Gepost door Stof in Actualiteit, Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ramedan, wemmel, moslim |  Facebook |

29-05-10

Revolutie en zo...

beerbottleHet is niet makkelijk.
Sinds Kuifje voor het laatst in Pakistan was - midden maart van dit jaar - staat de teller van bloedige aanslagen op 84. Dat wil zeggen dat het in Pakistan wel elke dag ergens amok is. En dat maakt mij enigszins ongerust. Vraag één: zal het Koninkrijk aan de Noordzee mij nog uitzenden? Vraag twee: als ze het me vragen, zal ik de vraag dan positief beantwoorden? Vraag drie: wat doen we met de Vlam Van Mijn Leven die te Karachi woonachtig is? En zo ja, waarom niet?

Toen ik in november 2009 voor het eerst in de Islamitische republiek aan de Arabische zee neerstreek, was ik...euh...nogal ambitieus. Ik zou dat Islamitische varkentje wel even wassen en niet rusten voor Pakistan een lekenstaat is. En ik nam me voor dat project met de glimlach en zonder bloedvergieten tot een goed einde te brengen. 's Nachts droomde ik ervan dat je in Lal Qila opnieuw een glas wijn kon krijgen bij de formidabele grillades en dat je in Café Zouk zowar een pint kon bestellen.

't Is enigszins anders uitgedraaid. Als ondertussen habitué van het Karachi Marriott hotel geniet ik een voorkeursbehandeling: ik kan op elk uur van de avond een blikje bier bestellen. Ik hoef me niet te houden aan de bestel- en levertijden (bestellen tussen 17u.30 en 18u., leveren tussen 19u.30 en 20u.), mara ik moet nog wel steeds een briefje tekenen dat ik die blikjes bier vandoen heb voor medische redenen. Ik moet van de dokter en dan vinden de imams het min of meer oké.

In Lahore - de stad waar ze nu nog volop bezig zijn met lijken en stukken van lijken tellen - heb ik - samen met een Zweedse landbouwingenieur - privileges in het Residency hotel. Wij krijgen er desgewenst een 'kindeke Jezus' bij het eten: een halveliterfles pils die als een boorling in witte doeken gewikkeld is. Het kindeke wordt naast je op de stoel gezet en er komt ook nog een flesopener en een limonadeglas bij. De deal is dat je zelf de fles opent, het kroonkurkje in je zakken wegmoffelt en zelf een glas bier inschenkt zonder het al te zeer te laten schuimen. Op die manier lijkt het alsof je enthousiast Canada Dry zit te drinken terwijl je een Namak Mirsch Queema naar binnen werkt.

Het is niet makkelijk, maar moeilijk gaat ook.
Mochten er gewaardeerde lezers zijn met een briljant idee over hoe je van Pakistan een lekenstaat maakt, aarzel dan niet om het kenbaar te maken. Mensen met te veel vrije tijd die op zoek zijn naar een boeiende hobby? Laat iets weten! Puntje één op de agenda is de Taliban voorgoed verdrijven. Puntje twee is de radicale(re) geestelijke leiders aldaar duidelijk maken dat ze een beetje moeten dimmen ("Ge moet niet zo hoog van de minaret blazen, manneke!"). Puntje drie is aan 180 miljoen Pakistani duidelijk maken dat allah schoolmeester noch superflik is en dat hij zich zeker niet bezig houdt met wat stervelingen al dan niet doen. Puntje vier zijn de varia.

Zal ik voor de aardigheid alvast een variapuntje naar voor schuiven? Uw dienaar is na een dik half decennium celibaat opnieuw op vrijersvoeten. Alleen woont de gegadigde dit keer niet een paar straten verder, in een belendend dorp of een verre uithoek van Vlaanderen, eidoch in de Islamitische republiek Pakistan. Een beetje ver om je lief op zaterdagavond met de auto te gaan oppikken voor een toneelvoorstelling met naspel. En ook communicatietechnisch is het een heel gedoe: iets te enthousiast telefoneren heeft me een derde van mijn maandloon gekost, - en zoals bekend leeft een mens niet van bellen alleen. Om het nog wat complexer te maken: ik heb een plaatselijke BV (nouja BP) aan de haak geslagen; waar hij ten zijnent zijn hoofd buiten steekt, ontstaat binnen de kortste keren een oploopje van omaatjes, bakvissen en mensen die op dat moment niks anders om handen hadden.

Het is niet makkelijk. Maar moeilijk gaat ook. Hoop ik.

13:05 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

16-11-09

Kuifje in Vietnam - Deel 1: het dipje

Hanoi airport. Een niet te tellen aantal mensen – mensjes eigenlijk, want met mijn 184 cm ben ik hier een reus – loopt in alle richtingen. Voor de dranghekken die de gelande toeristen scheiden van de mensen die reizigers komen begroeten, verdringen vele tientallen Vietnamezen elkaar. Ze hebben velletjes A4 bij zich waar namen op geprint en geschreven staan. Ze proberen ze zo hoog mogelijk te houden en gaan op de topjes van hun teentjes staan om sneller opgemerkt te worden door de buitenlandse gasten die ze hier komen oppikken. Eén staat er wat beteuterd bij; zijn velletje papier was te kort om die hele lange naam op te krijgen. Dat wil zeggen: zijn opdrachtgeefster had niet allen mijn naam gekopieerd, maar ook wat er in het e-mail bericht aan vooraf ging: ‘coordinating trainer for this workshop: Sto’  Ik had een vermoeden dat hij mij stond op te wachten en stapte op hem af.

“Are you the driver apointed by Promocen?”

“Yes!”

“Hello, I am Stoffels, the coordinating trainer. Nice to meet you.”

“Yes!”

“So, you will bring me to the De Siloya hotel?”

“Yes!”

“Ok. Is it ok if we go outside and I smoke a cigarette first?”

“Yes?”

“I thought it would be very hot in Vietnam, but apparently it is drizzling…”

“Yes!”

“Is the hotel far away?”

“Yes!”

“How long will it take us to get there?”

“Yes!”

“Euhm… Is it like half an hour or more than an hour?”

“Yes!”

“What’is your name?”

“Yes!”

“I don’t believe you speak English. Vous parlez Français?”

“Yes!”

“Alors le centre de Hanoi, c’est loin?”

“Yes!”

“Ca nous prendra combien de temps?”

“Yes!”

“Zeg vint, ge moe da zegn hé, dajje van Izegem zijt. Of schiktje met min klootn te speeln vandoage?”

“Yes!”

“Gow, nonkle, goa moa zjère je karre goan hoaln, me zin hier ’t gat in!”

“Yes!”

Sinds Pakistan ben ik van niks meer bang, - tenzij dan van moeilijke communicatie. Wie haalt het in zijn hoofd om een chauffeur naar de luchthaven te sturen die geen gebenedijd woord Engels of Frans spreekt? Wat krijg ik morgen op mijn dak. Veertig cursisten die verwachten dat ik mijn workshop vlotjes in het Vietnamees geef? Gisteren heb ik een hele namiddag tobbend door de straten van Hanoi gelopen. Zonder sigaretten. Aan de kraampjes waar ze wel US dollars of Euro aanvaardden, hadden ze geen Marlboro rood. Aan de kraampjes waar ze Marlboro rood hadden, aanvaardden ze geen US dollars of Euro. Ik voelde me plompverloren in een veel te drukke stad, in een veel te grote wereld. Honderden, duizenden mensen (brom)fietsten me voorbij en er war er niet eentje die een taal sprak die ik verstond. Ik wou naar huis. Nu direct! Of terug naar Pakistan, - maakte niet uit.

 blog_hanoi

Vanmorgen bleek dat de soep nooit zo heet gegeten wordt als ze opgediend wordt. De pakweg 35 cursisten waren enthousiast, leergierig, een beetje giechelig soms, maar alles welbeschouwd prettig om mee te werken. Af en toe had de tolk verontrustend veel tijd nodig om een enkele zin te vertalen, het programma is meer dan een uur uitgelopen, de Vietnamezen misten hun middagdutje, het eeuwige getoeter op straat bracht me meer dan eens uit mijn concentratie, ik word op de vingers gekeken door een quality controler van de opdrachtgever, ik heb straks nog een paar uur werk om het programma van dag 2 aan de omstandigheden aan te passen, de onbeantwoorde e-mails stapelen zich op, maar ik klaag niet. Nooit ofte jamais. Het was een boeiende dag, in een oogwenk was hij om en morgenavond mag ik opnieuw diploma’s uitdelen. Hoera!

(En nu ga ik nog een beetje werken…)

12:55 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

13-11-09

Kuifje in Pakistan - Deel 5: Krabbie-krabbie

Allah is zo doof als een kwartel en de jute onderbroeken staan in promotie. Dat zijn mijn twee belangrijkste conclusies na een weekje Pakistan. Ik zou natuurlijk honderduit kunnen vertellen over de fantastische avonden met Snoezeke en zijn collega’s, die zich echt in alle mogelijke bochten wringen om een goed imago van hun land op te hangen. Soms is het op het gênante af: elke keer als ik mijn ‘cannassière’ wil vastnemen, sputtert er iemand voor mij om dat in mijn plaats te doen. Gisteren tijdens de lunchbreak ging ik op mijn duizenden gemakjes buiten een sigaret roken; ik wist niet dat binnen 30 mensen stonden te wachten tot ik mij als eerste aan het buffet zou bedienen. (Dat hebben ze ondertussen afgeleerd: ‘You eat chicken tika and drink Sprite, I smoke a sigaret outisde.’) De iuffrouwen aan de receptie, de liftboy, de garde aan de metaaldetector, de vegers en de dweilers…allemaal stellen ze elke keer opnieuw dezelfde vraag: ‘Good morning, sir. How are you doing, sir? Is everything to your looking? Need anything?’  Mijn college, een Hollander, is wat minder geduldig dan ikzelf; als we tijdens het eten meer dan twee keer worden gestoord met de vraag of we het lekker vinden, staat hij op, slat zijn arm rond de schouder van de ober en zegt: ‘No, I don’t like it. It is kut met peren. So why don’t you join us, you eat the kut and I eat the peren.’

Het is/was vandaag vrijdag de dertiende. Wat grappig. Onze chauffeur kwam niet opdagen en na een kwartiertje stopt er een auto met twee baardmansen. ‘Tiedèp?’  Ik herkende er de naam van onze counterpart in, gaf een teken aan mijn collega dat deze mannen ons naar het leslokaal zouden brengen en stapte in. De auto kreeg clearance aan de uitgang, maar vertrok in een totaal andere richting. Ik begon een beetje nerveus te worden en trok een bedenkelijk gezicht naar mijn collega. Waren we in de val gelopen. Zouden we weggevoerd worden naar een onbekende plek van waaruit vervolgens verschrikkelijk veel geld gevraagd zou worden om ons nog levend terug te zien? Wie zou zijn duit in het zakje doen? Zou er binnenkort een eetfestijn georganiseerd worden in een niet nader te noemen horeca-etablissement aan het Graffplein ten voordele van mijn vrijlating? En zo ja, wat zou er op het menu staan? En wie zou de kaarten in voorverkoop regelen. Ik was in gedachten al alle vragen aan het oplossen toen mijn collega mij een por in de lenden gaf. ‘We sitteuh weer choed hoor.’ (Mijn collega is een Hollander, maar dan van het goede soort dat dicht bij de Belgische grens woont.) Ik was nog steeds niet gerustgesteld; de afgelopen dagen werden we rondgereden door afwisselend proper volk en gladde kerels. En nu ineens door twee gevaarlijk uitziende baardmansen in soepjurken. Achteraf bleek dat er een klein ‘probleempje’ was: de Pakistaanse pompstations zijn gisteren in staking gegaan. ‘Tiedèp’ heeft de eerste de beste buur met een auto en een nog volle tank opgetrommeld om ons te komen oppikken. Prettig opgelost alweer.

Maar goed, ik zou het over Allah hebben, die volgens mij potdoof is. Dat Pakistan een islamitische republiek is, daar waren we ondertussen al achter gekomen: hotels waar een stom blikje bier in het grootste geheim naar je kamer gebracht wordt door een ober die wat meer wil verdienen dan zijn collega’s omdat hij in de schulden zit; dames die wel hun diploma in ontvangst nemen maar geen hand willen geven, een ontbijtbuffet met ei en kippenworstjes in plaats van spek…  Alleen de muhedin – of hoe heten die jongens die zo hoog van de toren blazen? – hadden we nog niet gehoord. Nou, die hebben vanavond hun achterstand flink ingehaald. Vriend M. komt niet verder dan ‘Allah akbar’, maar ik heb hun hele liedje gehoord. Inderdaad, hun, want ze zijn met zijn tweeën. De ene zingt tien minuten, daarna neemt een tweede over en daarna zingen ze samen nog een airke. Het is mooi en beangstigend tegelijk. Mooi omdat het tamelijk melodisch is. Beangstigend  omdat je tijdens hun optreden niks anders kan doen dan luisteren. En daar hou ik niet van. Zo hou je de mensen klein. Het is vrijdag? Even over half vier? Awel, nu ga jij eens naar mij luisteren, zie. Akkoord of niet akkoord, zelfs achter het dubbel glas van een hotelkamer. Luisteren zal je. (De de-islamisering van Pakistan stond op mijn to do-lijstje, maar ik vrees dat dat een werk van lange adem wordt. Ik vermoed dat ik nog eens zal moeten terugkomen.) Dit gezegd zijnde: Allah is zo doof als een kwartel. Overal ter wereld zijn miljoenen mensen die op hetzelfde moment hetzelfde vooiske zingen. Het wordt via luidsprekers de wereld in gestuurd, het gaat door merg en been. Maar hij hoort het blijkbaar niet.

Ten tweede: jute onderbroeken staan in promotie. De traditionele outfit van Pakistani bestaat uit een loszittende broek – een soort campingsmoking, maar dan met meer stijl – en een even los zittend lang overhemd dat ongeveer tot aan de knieën komt. Die spullen worden gemaakt uit zacht katoen, - ik weet het omdat ik er heb mogen aan voelen. Zacht en comfortabel, goed en wel, en toch loopt de helft van de Pakistaanse bevolking het grootste deel van de dag aan het kruis te krabben. De politieagent op een bangelijk druk kruispunt heeft in zijn linkerhand een walkie-talkie en een boekje om ‘amendes’ op te schrijven. Zijn rechterhand is vrij. En waar zit die rechterhand? Juist! Krabbie-krabbie. Door de hotellobby lopen voortdurend jongens met een megabrede borstel. Waar zit hun vrije hand? Juist! Krabbie-krabbie. Bij de ingang staat een veiligheidsagent met een pistool en een handscanner. Wat doet ie nog snel wanneer je de auto uit stapt en richting ingang wandelt? Inderdaad! Krabbie-krabbie. In het restaurant Bukhara speelt een kerel op een Yamaha-orgel waar hij de mooiste melodieën uit haalt. Om het half uur zet hij dat orgel even op automatische piloot. Om wat te doen? Twee slokken water drinken en even krabbie-krabbie. Overal waar ik kijk, zie ik krabbie-krabbie, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Bloemen water geven? Spuiten met die tuinslang en ondertussen lekker krabbie-krabbie met de vrije hand.

Iedereen heeft wel eens jeuk op de meest onverwachte plaatsen. Maar dit kan echt geen toeval meer zijn. Het ligt aan die goedkope jute onderbroeken van de Zeeman, zeg ik u. Of aan de specerijen. Ik zoek dat nog wel even uit…

 

22:38 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-11-09

Kuifje in Pakistan - Deel 4: Het Bordeel

“Naar Lahore…? Zozo…”  De assistant banqueting manager keek ons monsterend aan en krulde de toppen van zijn snor. “Helemaal naar Lahore…?” We voelden ons als twee snotapen die net door ome agent waren tegengehouden met een opgedreven brommertje. Waheed stond ongemakkelijk op zijn hielen te draaien. “Nou ja, jullie zijn natuurlijk ervaren mannen. Jullie kunnen wel wat hebben.” Die avond hebben mijn collega en ik ons op hamburgers gegooid, - alsof het ons laatste avondmaal was.

De volgende ochtend werden we opgewacht door het trio dat ons voor alle langere verplaatsingen begeleidt: een chauffeur, de protocol officer en mijnheer No Pictures, de veiligheidsman. Eerst reden we naar de kust voor een korte rondleiding door en een gastcollega aan de Hogeschool voor Architectuur en Textieldesign. We werden er onthaald door 300 studenten die allemaal whoopie waren over ons bezoek en allemaal met stof_schoolons op de foto wilden. Ik zag de tijd wegtikken en sloeg zelfs lichtelijk in paniek: we werden om 14u. op de luchthaven verwacht, dat zouden we nooit meer halen…

Om half drie stonden we in het portaal van de luchthaven. Probleem: we hebben geen tickets, alleen elektronische reservaties. En je hebt een ticket nodig om het luchthavengebouw binnen te geraken. Een loket van Pakistan Airways? Jazeker, aan de binnenkant van het gebouw, voorbij security check 1. Alternatieven? Op zoek gaan naar een pc met printer en internettoegang, bellen naar de reisagent dat hij de e-tickets mailt en ze vervolgens uitprinten. Niet haalbaar. Toen pas liet onze protocol officer zijn ware identiteit zien. Hij haalde een pasje boven en duwde het onder de neus van de militairen bij de ingang. De blokkade waaierde open en we konden met heel onze bazaar moeiteloos naar binnen. “Geef me jullie paspoorten, jullie bagage en ga daar maar koffie drinken”, zei Riaz van ’t protocol. Hij beende weg en kwam nog geen 5 minuten later met onze boarding passes. Alles was geregeld. Boarding zou om 15u.30 Stof_riazbeginnen, maar wij moesten maar om 16u. aan boord, via een speciale lift die enkel door crew en veiligheid gebruikt wordt. Vier dagen lang was een agent van staatsveiligheid met ons meegereisd zonder dat we in de gaten hadden wat zijn echte functie was.

 Lahore is een stadje met 10 miljoen inwoners. Ik schat dat zowat de helft daarvan zich verplaatst op een rode brommer van het merk Honda. Waar je ook rijdt, overal zie je voor en achter je, links en rechts rode brommers, de ene al wat roestiger dan de andere. Hier geldt geen voorrang van rechts, ook geen voorrang van links, maar voorrang van wie het rapste weg is. Meestal zijn dat de brommertjes, behalve toen we van de luchthaven naar het Pearl Continental Hotel reden. Toen bleef er een brommertje aan het achterste spatbord van onze auto hangen.  Dat vinden ze hier in Lahore niet erg. Meer nog, de motorrijder stond er een beetje bedremmeld bij. “Sorry, ik dacht dat ik al weg zou zijn toen jullie naar links af draaiden.” Ook de politie vond het niet erg. Het chassis van de brommer zag er een beetje verfomfaaid uit, maar met een hamertje en veel geduld zou het allemaal wel goed komen.

Het Pearl Continental is zoals alle goede hotels in Pakistan een versterkte burcht: drie hydraulische roadblocks, een weg die zigzagt tot aan de ingang, snuffelhonden, camionetten met mitrailletten, camera’s, snipers op het dak, scanners voor bagage en personen… Maarmeer nog dan in Kararchi doen ze hier hun best om, eenmaal binnen, de mensen helemaal op hun gemak te stellen. Valies zelf dragen? Geen sprake van! Handbagage zelf dragen? No way! En na drie seconden aan de balie stond ik al met een Ice-Tea in mijn handen. Terwijl de receptionist ons incheckte, overschouwden we de situatie: zeven restaurants en een patisserie, een lobby met live muziek, heel den tsjiek en den tsjak… Dik in orde, zag ik mijn collega denken. We gingen ervan uit dat we opnieuw via veel omwegen een blik voos bier zouden kunnen scoren voor op de kamer. Maar dat was buiten de waard gerekend. Op de kamer hing een bordje dat het STRENG VERBODEN was op de kamer alcohol te gebruiken. Daaronder hing een bordje met de mededeling dat buitenlandse gasten aan de receptie konden informeren naar ‘entertainment for foreigners’. Toen we dat deden, kregen we een soort visitekaartje in handen gestopt waarop te lezen stond dat we ons met ons paspoort konden aanmelden aan Lounge 242 op de tweede verdieping.

Aan de buitenzijde is Lounge 242 in niks te onderscheiden van de andere gastenkamers, behalve dan dat je de deur vanaf de buitenzijde kan openen zonder sleutel of kaart. Aan de binnenzijde doet Lounge 242 denken aan een bordeel uit de jaren zestig, - wat ik wel eens in een film gezien heb: velours behang, pompeuze velours zitbanken, fumé spiegels, gedimd licht. Maar ziet: lounge 242 heeft ongecensureerde versies van MTV en nog een trits andere zenders waar wel eens een stukkie functioneel bloot op te zien is. En vooral: Lounge 242 heeft een echte toog, waar je een blikje echt bier kan drinken.  En je mag er roken. Mijn collega en ik voelden er ons zo gelukkig als een kind in een snoepwinkel. Het is ondertussen een running gag geworden: gaan we eerst naar de hoeren en daarna eten of eerst eten en daarna pas na de hoeren?

Als u me nu even wilt verontschuldigen: de meiden van 242 wachten op ons.

16:01 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-11-09

Kuifje in Pakistan - deel 3: Snoezeke

Er zijn een paar dingen die je al doende leert: bijvoorbeeld dat de uitdrukking ‘nine o clock sharp’ in Europa heel wat anders betekent dan elders in de wereld. De cursisten hadden gisteren laten weten dat ze beginnen om 8u.30 wat vroeg vonden – de watjes ! – en dat het makkelijker zou zijn als we om 9 uur beginnen. De klant is koning en dus had ik deze morgen wel de tijd om een toast met een eitje te eten. Toen ik echter om kwart voor negen aan de meeting room aankwam, was er niet één cursist te bespeuren. Er was veel beweging van mensen die zich naar hun kantoor op de verdiepingen haastten, er waren mensen de bloemen aan het gieten en andere de patio aan het schoonvegen, de meneer van de koffie was er en de meneer van de LCD-projector, maar…geen deelnemers te bespeuren. Om negen uur druppelden de eerste binnen. Stille Zeeshan die altijd supergeconcentreerd aanwezig is, maar nooit een woord zegt, gevolgd door Imran die na elke koffiepauze met vlekken op zijn hemd terugkeert, met in zijn kielzog Mehnaz die geregeld voor animo zorgt met zijn grappige opmerkingen. En enkele minuten later druppelen de drie Muhammad’en binnen: de oudste een kranige zeventiger die het allemaal al eens meegemaakt heeft, maar toch nog alert en bij de les is; de middelste een veertiger die steeds piekfijn opgekleed is en een hoge post bekleed bij de exportpromotie; de jongste een rekel van 25 die de eerste keer was binnengestapt met een air van ‘Wat ga jij mij bijbrengen, manneke?’, maar die ondertussen omgeturnd is tot de meest leergierige van de bende.

Ik word een beetje nerveus omdat er nog maar zes van de 35 deelnemers zijn. Snoezeke heeft het in de gaten, komt naar me toe en legt zijn hand op mijn bovenarm: “You need not worry, mister Christofieee! In Pakistan it is always like this. They will show up.”  Snoezeke heeft zich de afgelopen week de benen van onder het lijf gelopen om ervoor te zorgen dat alles in optimale omstandigheden zou kunnen verlopen. Leeftijd? Moeilijk in te schatten, - ergens tussen de 25 en de 35. Geslacht? Mannelijk, zij het met enig voorbehoud. In Parijs voor modeontwerper gestudeerd, daarna een korte carrière als model, daarna naar dit land van veel moeten en weinig mogen teruggekeerd. Hannes met het harpje, zeg maar, maar dan in een turboversie. Telkens als ik dénk dat ik iets zou willen, is Snoezeke mij een stap voor. Een kop koffie, fotokopies, een asbakje in het ‘rookkamertje’ naast de meeting room, een geüpdate aanwezigheidslijst. Snoezeke rent al nog voor ik mijn zin afgemaakt heb. Van zodra ik ’s morgens de deur van mijn hotelkamer opentrek tot ik ze ’s avonds weer sluit. Onvermoeibaar en altijd met de glimlach…

blog_lesOm twintig na negen krijg ik een knipoog van mijn twee favoriete Muhamadden. De oudste en de jongste zitten recht tegenover elkaar en ze hebben er allebei zin in vandaag. Na de gebruikelijke samenvatting – Wat hebben we gisteren geleerd? Ten eerste… Ten tweede… En…ten derde… (met dank aan Piet Huyzentruyt, dus – krijgen ze meteen een oefening op hun foor. In normale omstandigheden geef ik elk duo twintig minuten de tijd, maar ik wil hen laten voelen dat het vooruit moet gaan; tien minuten dus. Oude Muhammad en jonge Muhammad vormen een duo en gaan aan het krasselen en zwoegen dat het een aard heeft. Ook elders in de meeting room wordt gezwoegd; je hoort de hersenradertjes spinnen en dat geeft me een kick. Ik zwier mijn jas in een hoek van de meeting room, mijn lesschema in een hoek van mijn geheugen, stroop mentaal de mouwen op en gooi de workshop in een hogere versnelling. Wie volgt? Alleman. Op eentje na, ook een Muhammad. Van het ministerie van buitenlandse handel. Stoppen of doorgaan? Ik taxeer de groep en beslis door te gaan. Nog drie slides met tekst, daarna volgen de foto’s. En daarna de filmpjes. Ik maak mijn collega duidelijk dat ik nu door wil gaan. Geen koffiepauze meer, niet meer overschakelen op een ander onderdeel. Hij knikt goedkeurend. Ik heb nog 10 minuten, dan is het echt gedaan, want buiten staat de lokale pers te wachten om wat foto’s te nemen.  Het is een vreemde vaststelling: dit schip vaart helemaal alleen. Het doet me denken aan de manier waarop mijn overgrootvader mij heeft leren fietsen: hij had een halve borstelsteel stevig vastgebonden aan het frame van mijn kinderfietsje. De zijdelingse steunwieltjes werden losgemaakt. Pitje hield de borstelstok stevig vast en voorzichtig reed ik de eerste meters zonder zijwieltjes, alleen rechtgehouden door zijn stevige hand. Daarna liet hij los, zonder dat ik het gemerkt had. En ik reed! Alleen! Vandaag was ik het die de stok vasthield. En ze hebben godverdomme gereden als Flandriens!

Ik ben trots op mijn bende!

16:19 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-11-09

Kuifje in Pakistan - deel 2

Het is maandagavond, even voor zessen en ik ben bekaf. De chauffeur keek raar op toen ik zei dat we hem vandaag niet meer nodig zouden hebben en dat hij wat ons betreft rustig naar huis kon rijden.  “But, Sahib, I have a list of things we have to visit. And we have to go to this restaurant…” “No, thanks, we have some work to do, so we rather eat in the hotel.” Dat zijn we ook van plan straks, maar eerst moeten we even het hoofd leeg maken. Halfweg de middag heeft mijn collega-trainer een pilletje genomen tegen de hoofdpijn. Ik ben op dit uur aan een pilsje toe, maar ik ben nog niet zeker dat dat lukt…

Gisteren hebben we op de meest onwaarschijnlijke plek gegeten: Lal Quila, een nagebouwd Punjabi paleis waar aan een gigantische buffet naar schatting 80 verschillende Aziatische en Chinese specialiteiten geserveerd worden. Onze counterpart had ‘een en ander geregeld’, van een koor dat aan onze tafel kwam zingen, over een vuurdans demonstratie tot het traditionele vierendelen van een taart voor de verjaardag van Prince Stof (geboren in juli) en Prince Marcel (geboren in april). Een glas wijn bij de gerechten behoorde evenwel niet tot de mogelijkheden. Ik begin overigens de smaak van plat water te pakken te krijgen…

Rond half elf reden we naar het hotel terug, voor de vierde keer volgens hetzelfde ritueel: voorbij sas 1, stoppen voor een opstekende metalen plaat, hond in de koffer, motordeksel open, via twee slagbomen naar een smalle weg tussen twee betonnen muren en zo achteruit tot aan de voordeur van het hotel. Eerder op de dag ha ik in de minibar, tussen twee blikken Fanta en sprite door, een blikje Bavaria zien blinken. Oké, ’t is geen Jupiler of Stella, maar alla… A la guerre comme à la guerre. Mijn teleurstelling was niet onaanzienlijk toen ik na de eerste slok proefde dat het ene blikje alcoholvrije Bavaria betrof. Bavaria is al erg, maar alcoholvrije Bavaria is nog vele keren erger. Geen wonder dat de Hollanders er een exportproduct van gemaakt hebben. 

Vandaag was de verjaardag van Iqbal, de nationale dichter, goed voor een betaalde feestdag. Toen we even voor achten in de training room aankwamen, was er nog geen levende ziel te bespeuren. Of liever:  geen Engelstalige levende ziel. Wel een handvol agenten en veiligheidspersoneel met mitrailleurs. Ze waren ongeloof rap wakker toen ze mijn collega en ik elk met een uitpuilende attachékoffer de trap zagen opkomen. Uit de gebaren en het geschreeuw kon ik opmaken dat we onze tassen neer moesten zetten en enkele trappen achteruit moesten gaan. Hoe lang we zo onder schot op de trap hebben gestaan, weet ik niet, maar het leek een eeuwigheid voor een hoge pief van de Trade Development Board de agenten duidelijk kon maken dat we braaf volk waren.

Ondanks de vrije dag liep de zaal vanaf 8u.30 vol met een wel zeer heterogeen gezelschap: studentes textielontwerp van amper 20 en een bedrijfsleider van eind de zeventig die hijgde alsof hij elk oment de geest kon laten, ietwat groezelige mannen met lange baarden in kallaba’s of jeftans of hoe die soepjurken ook mogen heten en knappe kerels in flashy kostuums, paper pushers van ministeries en andere overheidsinstanties en rasentrepreneurs die een paar jaar in Amerika of in Frankrijk hadden gestudeerd, marketing managers van handgenaaide spullen die alleen op de Louizalaan verkocht worden en sales managers die honderdduizenden witte t-shirts per maand verzetten…  Zo’n heterogene groep een volle dag al je aandacht geven vreet energie. Ze hebben honderden vragen en ze willen je het liefst hun hele (professionele) leven vertellen.

De counterpart had de grote middelen ingezet. Om veiligheidsredenen was de workshop – totaal onterecht – van het 5-sterren Marriott naar de Board Room van een overheidsorganisatie overgebracht. Het was niet makkelijk om aan alle onze technische vereisten te voldoen en dat probeerden ze met personeel te compenseren. Telkens ik een stap zette, bijvoorbeeld om op de flipover een velpapier om te draaien, sprong er een mannetje uit de coulissen om dat in mijn plaats te doen. Je zoekt een marker? Hup, daar springt het mannetje al naar het midden van de grote ovalen tafel om ze voor je te halen. Even naar buiten? Sputter-sputter, zegt het mannetje en hij houdt met een grote smile de deur voor je open. Ook voor de lunch break werden alle registers open getrokken. Normaal hebben de deelnemers keuze uit 2 voorgerechten en 2 hoofdgerechten, hier was je al een kwartier zoet met alleen maar een keuze maken uit alle dampende potten.

De Pakistani zijn boos. Boos op de media en boos op de mensen die uit de berichtgeving concluderen dat Pakistan één grote oorlogszone is. Telkens ik zeg dat ik die (over-)mediatisering begrijp maar dat dat me geen moment heeft doen twijfelen, zie je die grote bruine reeëogen opengaan.  ‘Vind je ons land oke?’ ‘Maar natuurlijk wel! Als je even de tijdelijke maatregelen wegdenkt, is dit toch een schitterend land!’ ‘Meen je dat echt?’ ‘Anders had ik het niet gezegd…’  Vervolgens willen ze je, in woorden maar veel liever nog lijfelijk, meenemen. Naar hun favoriete uitkijk over de zee, naar hun favoriete winkelstraat, naar hun favoriete restaurant, naar hun geboortehuis, naar hun fabriek… Het vraagt veel taaiheid om nee te zeggen en nee te blijven zeggen. Gelukkig kunnen we een sterk argument gebruiken: because of the security situation…

Op het einde van de eerste cursusdag is de minister van textielzaken een handje komen schudden. Morgen rond vijven komt hij terug, met nog meer ministers en staatssecretarissen en directeuren. En met de massaal opgetrommelde pers. Iedereen die twee dagen naar mijn gezeik heeft geluisterd, krijgt een diploma. Zo gaat het altijd. Maar hier in Pakistan is dat een ceremonie protocolaire met veel toeters en bellen waard. Niet verwonderlijk: een diploma van Stoffels is het enige goede nieuws dat hier te rapen valt.

(Naschrift: Triomf! Boven de minibar staat een klein kaartje – for foreign visitors only. Via roomservice kan je een blikje bier bestellen. Murree’s Classic Lager, gebrouwen in Rawalpindi. Tien minuten geleden heb ik drie blikjes van een halve liter besteld. Eentje voor nu, eentje voor later vanavond en eentje voor morgenavond. Zopas werd er op de deur geklopt. Een vriendelijke kerel stapte binnen met een draagplateau waarover een doek gedrapeerd was. Pas toen de deur gesloten was, ging het doek weg. Drie blikjes, een ijsgekoeld glas en heel veel papier. Een normale ontvangstbon zoals die in hotels afgetekend wordt, een register waarin ik mijn nationaliteit moest preciseren en nog een andere lijst die ik moest aftekenen.  Ik ben een kleine 1.200 roepies lichter, het bier heeft een typische Ganges-afdronk, maar om het met Beemsterkaas te zeggen: lèkker, ech lèkker!)

15:56 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-11-09

Kuifje in Pakistan - deel 1

Het is half acht plaatselijke tijd in Karachi. Ik heb zopas de meest kreukgevoelige kledij uit mijn valies gepakt en op haakjes gehangen.  Je kan zien dat ik mijn valies in een recordtijd – ongeveer 6 minuten – gemaakt heb: alles zit door elkaar en ik heb spullen mee die ik hier absoluut niet kan gebruiken. Denk aan winterse pulls, een tondeuse, usb-kabeltjes…

Het is half acht en ik heb al 4 avontuurlijke uren achter de rug sinds het vliegtuig in het putje van de nacht op het vliegveld van Karachi landde.  Mijn pick-up stond keurig op tijd te wachten met het bordje voor Mister Christoffieeeee.  Alleen met mijn visum bleek er iets niet helemaal in orde. Ondanks alle ‘Letters of recommendation’ en laissez-passer, is de Pakistaanse ambassade in Brussel erin geslaagd om als reden van mijn bezoek ‘Family visit’ in te vullen. En bovendien ontbreekt er een stempel op het visum. In Pakistan is dat een probleem, ook om half vier ’s morgens. Er is een mannetje of vijf aan te pas gekomen. Eerst een met twee strepen op de revers van zijn uniform, dan een met vier strepen, dan een met een kroontje en twee dikke strepen, dan een met twee kroontjes… Na een half uur hadden ze de oplossing: twee stempels bijzetten, terug naar de air-side en opnieuw aanmelden in de wachtrij diplomatiek personeel en ngo’s.

Mijn plaatselijk contact had laten weten dat ik even zou moeten wachten op een collega die met een latere vlucht zou komen, maar dat we de tijd zouden kunnen doden door een ‘very special coffee’ te drinken. Mijn pick-up liep me voor naar een Mac Donalds, die 24 uur per dag open is. De vlucht van de collega had vertraging en de pick-up vroeg, duidelijk gegeneerd, of ik nog een koffie wou. Laten we eerst een wandelingetje maken, stelde ik voor. Hij aarzelde , want hij had van zijn chef duidelijke instructies gekregen: toon alleen de internationale aankomsthal en de Mac Donalds, niet de vertrekhal of de hal voor binnenlandse vluchten.  Te veel veiligheidsmaatregelen en –mensen daar, te veel sluiers en baarden, te veel Pakistan voor een buitenlander die zich een beetje zorgen maakt over eigen lijf en leden.  We hebben toch mijn zin gedaan en het was een groot feest voor oog en oor.

Rond vijven reed de taxi, na een paar roadblocks te zijn gepasseerd, de zwaar beveiligde compound van de Sind Club binnen. In deze negentiende eeuwse Gentlemens Club was men duidelijk niet op onze komst voorbereid. Een slaperige conciërge liet ons een eindeloze trits documenten invullen. Eerst lid worden van de club en daarna pas een kamer, zo stond het blijkbaar in het reglement. Sleepvoetend ging hij ons voor, gebouw in, gebouw uit, door een park en daarna nog een park en twee verdiepingen de trap op.  Hij schoof de deur open en knipte het licht aan van een kamer waarvan je zou gezworen hebben dat er nog iemand in lag te slapen: sokken op de grond, kledij op de tafel, een leeg blikje frisdrank, een volle asbak. Ik keek mijn collega bedenkelijk aan en zei aan de pick-up dat dit toch niet helemaal was wat we verwacht hadden. “Yes, but we will make up room!”, reageerde sleepvoet. Het zou een kwestie van slechts enkele uren zijn om de kamer presentabel te maken. In het Nederlands overlegde ik met mijn collega. Vorig week was inderhaast en op het hoogste niveau beslist om ons niet in het Karachi Marriott onder te brengen maar in deze ‘veel veiliger’ club. We hadden beide geen zin in deze gevangenisachtige kamers. Ik speelde mijn rol van ‘chief of mission’ en zei dat we onmiddellijk koers zouden zetten naar het even verderop gelegen Marriott. Opnieuw kwam er uitgebreid overleg in het Urdu aan te pas. “We have better room in new building” probeerde sleepvoet nog, maar ik liet me niet vermurwen. “I have no longer confidence in you. If you try to fool us with dirty rooms, you will try to fool us in many other ways too.” Ik griste onze paspoorten uit zijn handen, verscheurde de lidmaatschapsdocumenten en stapte op hoge poten naar buiten en de taxi in.

 

Hoewel het Marriott hotel en de Sindh Club slechts anderhalve kilometer van elkaar verwijderd liggen, is de rit nogal onaards. Naar schatting tien wegblokkades moeten verhinderen dat boosdoeners tot bij het hotel geraken. Sommige blokkades bestaan uit twee rijen betonblokken waar je traag rijdend tussendoor moet zigzaggen, andere uit metalen platen die schuin boven het wegdek uitsteken en die na een controle van het voertuig – motorkap open, kofferdeksel open, hond erin en spiegel onder het chassis – hydraulisch naar beneden schuiven. De ingang van het Marriott kan je met de wagen alleen bereiken door vanaf de dienstingang achteruit rond het hotel te rijden tot je bij de entree uitkomt. Daar gaan de bagages door de scanner en de hotelgasten door de metaaldetector – voor de zoveelste keer hetzelfde ritueel:  gsm in een bakje, jas in een bakje, broeksriem uit, met gespreide armen en benen gaan staan en het zoemende ijzer langs je lichaam voelen strijken. Eens dat achter de rug, is de Marriott echter een en al gastvrijheid, vriendelijkheid en gedienstigheid.

Het is bijna half negen. Even zien of ik dit gepost krijg en dan een heerlijk lang bad…

 

 

06:56 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-11-09

Naar Pakistan (olé olé olé)

Pakitrain“Maar ze gaan u daar stukken vanéén schieten! Gij zijt goed zot geworden, gij!”

Laten we zeggen dat de cafévrienden niet echt enthousiast reageerden op het bericht dat ik volgende maand naar Pakistan gestuurd word. Je kon - bij wijze van spreken – de nog dampende geweerlopen zien en ruiken in hun reacties.

 

“Allez, mannekes, niet overdrijven, hé. Jullie verwarren Pakistan met Afghanistan, me dunkt. Het enige wat in Pakistan gevaarlijk is, is de trein nemen. Die zitten namelijk veel te vol. Zo vol dat de conducteur nauwelijks nog iets ziet door zijn venstertje. Ze rijden daar een beetje op de tast.”

 

 Absolument pas!”, riposteerde vriend P., van huize uit Franstalig en sinds zijn kennismaking met West-Vlaamse expats enigszins vertweetaligd. “Het zijn daar ‘boemen’, mon ami, ohlala! Als ze u in otage nemen, we zullen nen eetfestijn organiseren veu de Stoffels. Ballekens in tomatensaus!”

 

Het betoog van mijn goede vrienden was zo overtuigend dat ik zelf begon te twijfelen. Oké, Pakistan heeft af en toe eens een aanvarinkje met India en er lopen daar nog enkele krasse knarren van de filharmonie Taliban rond, maar voor de rest is het daar toch peis en vree. Nee? Ik begon te twijfelen, hoewel er geen weg terug meer is. De offerte is goedgekeurd, de datum voor de kick-off ligt vast, in Karachi en Lahore wordt een extra voorraad Stella ingedaan. Op 7 november – dat is over dik twee weken - stap ik op het vliegtuig.

 

Als ik twijfel over de bereisbaarheid van een land, doe ik drie dingen in willekeurige volgorde: het reisadvies van ons eigenste ministerie van Buitenlandse Zaken raadplegen, het CIA World Fact Book raadplegen en de naam van land googlen voor afbeeldingen. Dat laatste ging niet zo lekker. De eerste afbeelding die ik voorgeschoteld kreeg, was een foto van een bloedende en behoorlijk nogal dode man bij een auto, met op de achtergrond een rookpluim. De foto staat op de vreemde site www.weeswaakzaam.punt.nl en illustreert een bericht dat dateert van 8 augustus 2008.

 

In de rij eronder een foto van een F16 die bommen aan het werpen is. De foto staat bij een bericht dat op 26 maart 2005 op de site www.armscontrolwonk.com geplaatst is. Véél te lang geleden om me zorgen over te maken. Nog een rij lager dan maar, - en alweer bedenkelijks: een foto van een kind dat met een volautomatische mitrailleur staat te zwaaien. Erg bemoedigend is het allemaal niet. Maar ik moet mij mans houden. Als Hilary Clinton naar Peshawar durft gaan, dan durf ik toch wel naar Karachi en Lahore gaan, zekerst…

 

Er liggen anderhalve week tussen de vorige paragrafen en deze. Ik heb keurig op tijd mijn presentaties afgeleverd, alle vluchten – 10 stuks in totaal – zijn bevestigd, de visa zijn geregeld en mijn grote rode valies staat klaar om gevuld te worden. Ik ga, punt uit.

 

De Belgische ambassade in Islamabad heeft al gereageerd op mijn bericht van kennisgeving: “Wat fijn dat u ons op de hoogte gebracht heeft van uw plan om naar Pakistan te reizen; eigenlijk zouden we liever hebben dat u thuisblijft.” Deze morgen was er ook een e-mail van de Nederlandse ambassade: “Wat leuk dat u komt! Hieronder is een lijstje van steden en locaties waar u beter wegblijft: openbare gebouwen, markten en manifestaties, regeringsgebouwen en torengebouwen, militaire installaties en VN-gebouwen… Geef ons een seintje indien u een gepantserde wagen en veiligheidspersoneel denkt nodig te hebben.” Maar ik ga, punt uit.

11:25 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-10-09

Meneerke Carrefour

 

carrefourEergisteren ben ik nog eens naar Carrefour geweest. Dat was alweer een hele tijd geleden, - ik ben niet iemand die veel nodig heeft en wat ik nodig heb, kan ik net zo goed bij de Deli om de hoek halen. Als het niet dient om in de microgolf te gooien, dan dient het om in het bad te flikkeren. Of in de toiletpot, - ik heb me daarin ooit schromelijk vergist.

 

Ik was naar Carrefour gelokt door hun Wijnfestival: de grootste selectie topwijnen met 10% korting per 24 flessen. Ik werd al een beetje duizelig toen ik het hoorde. Niet dat ik zo’n grote wijndrinker – laat staan wijnkenner – ben overigens. In mijn Deli ben ik al dik tevreden met een flesje Corbières waar ik dan makkelijk 3 dagen mee rond kom. Of een Nero d’Avola of een Gato Negro. Iets van 6 euro, zeg maar… En als het 26 euro kost omdat ik niet bij het bovenste schap kan, dan zet ik er net zo enthousiast de lippen aan.

 

De oogst van mijn Carrefourbezoek was goed: ik had links en rechts een paar flessen gescoord van dingen die ik niet kende: Antares Carmenère uit Chili, een biologische Montepulciano d’Abruzzo,

 

Geduldig schoof ik met mijn winkelwagentje aan in de rij wachtenden voor kassa 7. Voor mij stond een lijvige vrouw op leeftijd die haar caddy volgeladen had met vezelrijke voedingswaren, groenten, fruit en hygiënische verbanden. Ze wierp een giftige blik in mijn winkelwagentje. “Er zit ook niet veel systeem of structuur in, hé”, monkelde ze. “Pas maar op met die Chateau Beaumont. Die moet je eerst decafeïneren, anders komen er brokken in uw glas.”

 

Ik wurmde met los uit de rij en vanonder de loederogen van het mens en ging aansluiten bij kassa 14. Alweer die nieuwsgierige blikken in mijn winkelwagentje, dit keer van een heel gezin dat een voorraad voor twee weken had ingeslagen. Ze waren zo te horen Franstalig. Met een loodzwaar Engels accent maakte ik hen duidelijk dat ik de taal van Molière niet of nauwelijks machtig was. Het werkte; ze lieten me met rust.

 

“Klantenkááártsjeuh?” In het kader van de efficiency verloor de tikteef caissière geen tijd met het begroeten van de klant en ging ze meteen over tot de orde van de dag: of ik een Carrefour klantenkaart had? Neen dus. Driftig begon ze mijn flessen langs de scanner te schuiven. Met mijn linkerhand maakte ik zo snel als ik kon het winkelwagentje leeg, met mijn rechterhand probeerde ik enige orde te houden op het hellend vlak waar de gescande flessen op terecht kwamen. De hele handel was al samengeteld en afgerekend toen ik nog steeds flessen in het wagentje aan het vullen was. Achter mij was de volgende klant al aan de beurt. “Hmmm, een Montepulciano!”, griende ze, “Wat een prachtige afgrond heeft die! En, ohhh, een Cavia! Heerlijke bubbels…” Pisnijdig flikkerde ik de laatste twee flessen in de caddy en ik koos het hazenpad richting auto. Veilig in mijn cocon…

 

Toen ik thuis was en enigszins bekomen van de doorstane emoties, heb ik nog een poos lang over meneerke Carrefour zitten mijmeren. U weet wel, dat meneerke dat u en mij voor volslagen oetlullen neemt en dat graag laat blijken middels radiospotjes waarin die zwammen van gewone mensen (als u en ik) het verschil niet kennen tussen een afgrond (van een ravijn) en een afdronk (van een wijn), of tussen een cavia (harige knaagdier) en een cava (Spaanse parelwijn), of tussen decafeïneren (van koffie) en decanteren (van wijn). Het is voor meneerke Carrefour waarschijnlijk ‘toute une affaire’ dat al dat goor volk (als u en ik) op zijn morsige klompen zijn schone winkel binnenkomt om met zijn beste wijnen te gaan lopen.

 

Vrijheid, integriteit, verantwoordelijkheid, solidariteit, delen, vooruitgang en respect zijn de kernwaarden van Carrefour. Zo staat het op hun website. Ammehoela!, denk ik dan. Wie radiospotjes maakt (of erger nog: laat maken) waarvan de rode draad is “Wij (zij dus) vinden u (u en ik dus) een volslagen snol, maar we zijn wel verlekkerd op uw geld. We weten dat u het verschil niet kent tussen een Chassagne-Montrachet en een glas kattenpis, maar tussen 1 en 10 oktober hoeft u zich daar niet voor te schamen want dan mag u op ons wijnfestival uw kar komen vullen en uw beurs komen leegmaken.”

 

Noem mij de naam van de copywriter die deze campagne op zijn geweten heeft! Pek en veren zullen zijn deel zijn.   

11:22 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-09-09

Haan moet gaan

roosterIk ken hem niet persoonlijk, maar ik wil wel dit over hem zeggen: zijn tijd van gaan is gekomen. Of liever: ik en al wie met mij is zullen al onze energie en vindingrijkheid aanwenden om hem monddood te maken. Het liefst voor lange tijd. Eeuwig zou fijn zijn, jàren en jàren lijkt me ook wel oké.

 

Het zit zo. Vriend W. heeft een slaapkamer met een raam. Ik heb dat zelf nog niet kunnen controleren, maar ik ga ervan uit dat zijn versie van de feiten tot hier toe klopt. ’s Zomers of zodra het weer het enigszins toelaat, zet vriend W. het slaapkamervenster open. Ik zou dat, me dunkt, ook doen. Een open raam bevordert de uitwisseling zuurstofarme lucht met zuurstofrijke lucht en daar worden we beter van.

 

Het probleem waar W. mee worstelt, is dat ergens in de tuin van een niet-belendend perceel een haan huist. Een haan met een ietwat verstoord bioritme, die er genoegen in schept des ochtends voor dag en dauw kraaiconcerten ten beste te geven. Kraaiconcerten die door merg en been gaan, zo vertrouwde W. me toe. En door dubbel glas! Ik voelde een mengsel van meelij en strijdvaardigheid in me opwellen toen W. zijn door slapeloosheid verzwaarde hoofd in zijn samengevouwen handen te rusten legde.

 

Een paar kroegtijgers hadden ons gesprek opgevangen. Eén van hen, kroegtijger K., staat in Wemmel als ‘natuurmens’ geboekstaafd. Dat ben je in Wemmel al snel; een enkel reservaat niet te na gesproken, beperkt de natuur in Wemmel zich tot bakken begonia’s op vensterbanken en een enkele muur die zich tussen twee plavuizen door heeft weten te wurmen. K. is bijberoepshalve in dat soort natuur actief en dat merk je ook wanneer hij ’s middags ’s avonds na een lange werkdag  bij Staaf komt bijtanken. Meestal hangt er dan nog een beetje natuur aan zijn bottines. Ook op zijn t-shirt zie je soms een streep natuur. Zijn broek? Zo meegenomen uit de natuur, geen twijfel mogelijk. K. voelt zich ongetwijfeld thuis in de natuur, zeker wanneer hij in pure Rambostijl bomen, takken en twijgen te lijf mag gaan met een motorzaag, heggenschaar of scherp mes.

 

“Kom, manneke. Vanavond gaan we dat beest van kant gaan maken. Kapot moet-ie! En dan: fretten!” K. maakt een wijds gebaar, als iemand die met brute kracht een schroefdop van een fles haalt. Hij popelde zichtbaar van ongeduld om de kukeleku met de blote handen te lijf te gaan en de rood aangelopen hanenkop van de rest van het lichaam te scheiden. Het (verre) vooruitzicht van vol-au-vent maakte hem enthousiast en je zag dat hij nauwelijks kon wachten tot de duisternis ingezet was.

 

“Ik moet eerst nog mijn camouflagepak gaan aantrekken en mijn gezicht zwart maken”, stamelde vriend W. in de hoop de nachtelijke slachtpartij af te wenden. “Camouflage?”, schamperde K., “dat heb ik niet van doen!” Daar kon ik hem enigszins in bijtreden. K. heeft een wat gebrouilleerde relatie met zijn scheerapparaat, waardoor zijn gezicht vrijwel altijd achter een schaduwrijke baard verborgen zit. Combineer het met schoenen met een slijklaagje, kledij met groene vegen en nagels met zwarte randen en er is inderdaad maar één conclusie mogelijk: dressed to kill, ready for combat.

 

Vriend M., nooit te beroerd om wat leven in de brouwerij te brengen, spoorde W. en K. aan: “Zoudt ge eerst eens niet een haka dansen, kwestie dat dat beest een beetje onder de indruk is?” Schijn bedriegt natuurlijk, maar ik had de indruk dat W. niet zo heel erg door het idee geporteerd was. Vriend W. is pacifist en Limburger – een pleonasme, ik wéét het – en niet bepaald het type dat zich middels geschreeuw en ritmisch stampen met de voeten een slachting verbeidt.  Ik zag mijn kans schoon om de raid in de kiem te smoren: “We gaan ons allemaal eerst nog wat moed indrinken, Staaf, zet je nog een rondje?”

 

Naarmate de glazen pils elkaar opvolgden, deemsterde de krijgshaftigheid weg. En de trefzekerheid van de ingeoefende beweging waarmee de Gallus Gallus naar de Elyzeese velden geholpen zou worden. Met name K. begon wat last te krijgen van vreemde rolbewegingen die je normaal niet verwacht van een huurdoder.  Het kan uiteraard ook aan de barkruk gelegen hebben.

 

Na pakweg twee uur konden vriend W. en ikzelf opgelucht ademhalen. Het moorddadige plan was verijdeld zonder dat er een spatje bloed was vergoten. Maar daarmee was het probleem van de krijsende haan natuurlijk nog niet van de baan. Ik vermande me. Ik kneep mijn ogen dicht en sprak op investigatieve toon: “Er moet… Er moet… Er moét een manier bestaan om een haan het zwijgen op te leggen zonder dat hij er het loodje bij laat. Wat zeg ik? Er zijn waarschijnlijk tientallen trucs om van dat ellendige gekraai af te komen en toch nog een – bij voorkeur vruchtbare – haan over te houden.

 

U voelt mij al komen, lieve lezer: ik heb vriend W. beloofd dat ik drie technieken, tactieken of trucs zou vinden om de haan het zwijgen op te leggen. En ik heb er nog maar eentje: hem kleine stukjes gefrituurde spons voederen. Dat zijn er dus twee te weinig. Halo? Iemand daar? Kùkelekù!

 

 

Naschrift:

Wees bedachtzaam! Mij leek het een goed idee iets meer te weten te komen over de morfologie van de haan. Kwestie van te weten te komen waar zijn stembanden zitten, hoe ze aan de rest van het lichaam zijn vastgemaakt en hoe je ze bijgevolg (in theorie) ook zou kunnen losmaken. En dus tikte ik in Google Images de zoekopdracht ‘cock morphology’ in. Ik heb redelijk lang moeten zoeken voor ik een prentje van een haan vond…

15:24 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

13-08-09

Ubi sunt

2003hairstyle001Als Kim Clijsters haar racket aan de haak mag hangen om gauw-gauw te trouwen en een kind op de wereld te zetten, om twee tellen later een spectaculaire comeback te maken, dan ik ook. Ik ben totaal gespeend van ambitie qua furore en spektakel, maar het gevoel leeggeschreven te zijn is stilaan weggedeemsterd. Het postmodernistische whatever-gevoel maakt af en toe plaats voor milde verontwaardiging, lichte irritatie en zachte nevositeit.

 

Een jaar lang is al mijn energie en aandacht gegaan naar een fenomeen dat werk heet. Ik weet het, dat klinkt pathetisch en zo bedoel ik het allerminst. Maar dat neemt niet weg dat werken – of toch: mijn arbeidsboot een compleet nieuwe richting uit sturen – het afgelopen jaar gedomineerd heeft. Een boot draait iets lastiger dan een fiets of een stel rolschaatsen. Ik ben het afgelopen jaar een paar keer dood gegaan van de onzekerheid en de stress. Dat laat zijn sporen na, - het heeft me in elk geval een hele poos de zin ontnomen om te schrijven. Van dat laatste ben ik zoetjesaan aan het genezen.

 

Ik ga eerlijk zijn: het afgelopen jaar is dat hele – excusez le mot – bloggebeuren compleet naar de achtergrond verdwenen. Niet meer zelf posten, geen posts van anderen meer lezen, url’s vergeten… Ge maakt wat mee als ge 41 zijt! Een bezoek aan mijn eigen blog en vooral dan aan de links naar andere blogs die ik vroeger dagelijks volgde, heeft mij een beetje doen schrikken: de helft van de blogs ligt ook al meerdere maanden stil of is zelfs volledig in rook gegaan. En met hen de auteurs die met de regelmaat van een klok pittige, poëtische of grappige stukjes postten. Ubi sunt?

 

De andere helft zijn oceaanschepen. Taaie, forse diesels die nooit aflaten. Voor wie geen golf te hoog is, geen stroming te sterk. Doorbijters en vastbijters, die kunnen putten uit een bron die nooit opdroogt. Sommigen hebben die bron zelf gecreëerd; dan is het natuurlijk makkelijk… Kroost, wereldvreemde collega’s en weirdo’s in je eigen straat, - c’est la mer à boire, zoals ze bij ons zeggen.

 

Telkens ik mijn moeder bel, begint en eindigt het telefoongesprek met dezelfde twee standaardzinnetjes: “Ah, wat goed niews?” en “En anders nog nieuws?” Ik antwoord beide vragen met de standaarduitdrukking ‘Niks bijzonders’. Tussenin zitten een dozijn faits divers gesandwicht, voldoende om een telefoongesprek te vullen. Ik ga, me dunkt, heel hard aan de boom moeten schudden wil ik opnieuw een aanvaardbaar ritme vinden voor het posten van boeiende, interessante en bovendien fraai geformuleerde berichten.

 

Suggesties, iemand?

 

 

O, en omdat u er straks toch om vraagt:

- Rook je nog?             Ja

- Afgevallen?                            Neen

- Nog kroegtijger?                   Ja

- Kook je opnieuw zelf?          Ja

- Al een serieus lief?                 Neen

- Bekeerd tot de islam?            Neen

- Gaat het een beetje?              Ja

14:10 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-04-09

Aimez-vous Mira?

Vroeger kon je als volwassene probleemloos een kind op schoot nemen en er wat mee dollen. In het post-Dutroux-tijdperk pas je beter wat op je tellen; één aarzeling, één slecht gecontroleerde beweging en het parket staat voor je deur, met in hun zog de fijne luiden van Het Laagste Nieuws en een horde paparazzi. Ik hou het zekere voor het onzekere en sla spontaan op de vlucht van zodra kinderen mijn perimeter betreden. Mij zal dat geteisem niet liggen hebben. Niet letterlijk en niet figuurlijk!

 

Het is mij een volslagen mysterie waarom ik over kinderen begonnen ben, want ik wou het eigenlijk hebben over de Vlaamse chanteuse Mira. Ik woon in een Franstalige ‘patelin’ en het duurt meestal een hele poos voor Vlaamse cultuuruitingen hier doordringen. Ik zou overdrijven als ik zeg dat we hier veel last hebben van Christoff of Laura Lynn of K2. Wemmel zal tot lang na hun dood het dorp van Nicole & Hugo blijven en daardoor hebben we hier sinds enkele decennia wat last van de Wet van de Remmende Voorsprong. Ter illustratie: vorig jaar was Stef Bos een topact in de programmatie van het culturele centrum alhier. En in 2007 ook. En in 2006 ook. En in 2005 ook. En in 2004 ook, - al had ie toen af te rekenen met Johan Verminnen.

 

Maar we zouden het over Mira hebben. En om meteen alle twijfel weg te nemen: ik lust haar niet. Ik krijg meer bepaald ‘pellekes’ van haar karamellenverzen. Noem het schurft, eczema of de sijskes… In elk geval is het een fysieke reactie die je als hedonist te allen tijde probeert te vermijden. En toch moet ik heel even door de zure appel heen bijten. U heeft het recht om te weten waarom ik Mira en haar liedekens niet lust.

 

Laten we beginnen met het soort verkavelingsvlaams dat La Mira hanteert. Het kind kan er natuurlijk ook niet aan doen dat ze uit Antwerpen komt en er aan de Studio Herman Teirlinck school gelopen heeft. Ik ben voor vrijheid en voor blijheid en dus vind ik dat iedereen vooral dat taaltje moet spreken waar hij of zij zich het best bij voelt. Alleen kakkebroekjes durven niet kiezen voor ofwel standaardtaal ofwel dialect en brabbelen dan maar iets wat tussenin zit. Ze doen maar… Helaas is het taalgebruik in de Mira-teksten nog ergerlijker: het is gewoon de luie versie die door bakvissen en tieners ook bij het chatten gehanteerd wordt:

            kga wsl ni mogen = ik zal waarschijnlijk niet mogen.

 

Bij Mira wordt dat:

            Zegt mij wa dak moet zeggen
            Welke steen dak moet verleggen
            Van wie te houden en wie te haten
            Wat dak moet doen en wa dak moet laten
en ook:

            ik ken mijn grenzen ni, ik ken mijn grenzen ni
            grenzen zijn voor mensen die ni weten waar naartoe
            en ik weet da zo goe
 

Ook inhoudelijk roepen de tekstbrouwsels niks dan vragen op. Laten we nog even naar de voorgaande verzen kijken: ik ken mijn grenzen niet; grenzen zijn voor mensen die niet weten waarheen; en dat weet ik net wel goed. Dit is natuurlijk psychologie van de kouwe grond. Er zijn over grens- en normbesef heel veel zinvolle dingen te zeggen. Maar niet op rijm en dus is de kans dat we die zinvolle reflecties ooit in een liedje van Mira terugvinden heel erg klein.

 

Zullen we – whilst we are at it – ook de filosofie eens lekker verkrachten?

Komt Mira weer:

            u zat zeker te dromen vanachter in de klas,
            toen de meester de zin van het leven voorlas

 

We weten allemaal dat het lager en secundair onderwijs in  de metropool hoge toppen scheren, maar een (school)meester die de zin van het leven voorleest, daar zit de wereld al lang op te wachten. De zin van leven, Mira meiske, is niet iets wat ergens in een boek staat en voorgelezen kan worden. De zin van het leven ontdek je, gaandeweg, door dingen te doen en dingen te laten, door naar jezelf en naar anderen te kijken en te luisteren, door beslissingen te nemen en – vooral – door veel te twijfelen.

 

Mira meiske, schrijf vooral lekker verder al die versjes met een hoog Lolita-gehalte:

            Ik moet dringend ergens nen berg gaan beklimmen
            Of aan een stuk of twintig losse relaties beginnen
            Want anders kruip ik in mijn kist
            Met het jammerlijk gevoel
            Dat ik iets heb gemist

maar stop met ons er op de radio mee lastig te vallen. Later, als je groot en een tikkeltje verstandiger bent, mag je het nog eens proberen.

17:09 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

De gnoes zetten grote ogen

Oké, ik geef het toe: het is een beetje lang geleden dat hier nog iets verscheen. Van 5 december 2008 om precies te zijn. Dat is Sinterklaasavond. En overmorgen is het Pasen. Kwatongen zouden kunnen beweren dat het ritme op deze blog bepaald wordt door de kerkelijke feestdagen. Vergeet dus vooral niet om op 21 mei terug te komen kijken!

 

Bon, wat is er gebeurd tussen 5 december 2008 en vandaag? Not much, - after all. Ik ben hard en flink en naarstig aan het werk geweest om een boek af te krijgen. (Het is nog niet te koop op Amazon.com, maar ik zal laten weten wanneer het zover is. Hou u in afwachting hier mee bezig.)

 

Wat is er nog meer gebeurd? Ik ben een paar dagen les gaan geven in Madagaskar. En toen ik het laatste diploma uitgereikt had, is daar een volksopstand begonnen die uiteindelijk zou leiden tot de afzetting van Ravalomanana en de installatie van Rajoelina. Kijk, alleen al om de naam vind ik dat goed nieuws. De Malgassi hebben iets met lettergrepen. Hier heet iemand An Vandamme of Jos Peers. Op Madagaskar moet een naam – zeker een familienaam – minstens uit zes lettergrepen bestaan, anders deugt ie niet. Dus An Vandamme wordt  Yvonne Andriamanantegerana. En Jos Peers wordt Moïse Randrianarimanana. Leest u de namen gerust een paar keer opnieuw en probeert u ze dan zonder haperen uit te spreken. Ik heb het ook moeten leren, - al is die vaardigheid mij hooguit 4 dagen van pas gekomen.

 

BLOG_Mada


Over Madagaskar kan ik kort zijn: het is een prachtig eiland, met een uitzonderlijke fauna en flora en paradijselijke stranden. Alleen heb ik daar geen flikker van gezien. Het strand ligt op 350 kilometer rijden van de hoofdstad Antananarivo – telt u de lettergrepen even? – en dat bol je niet af in die paar avondlijke vrije uren. Zeker niet in de typisch Malgassische taxi, een aftandse Renault R4 waarvan de portieren dicht worden gehouden met een koordje dat door de ramen en over het dak loopt. Zelfs de relatief korte rit van hotel Panorama in de residentiële wijk naar het stadscentrum van Tana was bepaald hachelijk. Nooit wilde de taxi starten, altijd moest er onderweg van het betaalde voorschot anderhalve liter benzine bijgetankt worden, regelmatig kletste het kofferdeksel open.

 

Ik ken u een beetje: u zit zich al de hele tijd af te vragen hoe het op dat paradijselijke eiland eigenlijk zit met de drank en de wijven en alle andere vormen van vertier. Eerlijk gezegd: ik weet het niet. In hotel Panorama bestond de enige animatie uit een zwarte die aan de toog van de bar een kruiswoordraadsel zat in te vullen, in afwachting dat iemand zou binnenkomen om iets te drinken te bestellen. Dat moest je dan wel precies timen: de bar ging open om 18u. en om 20u.30 opnieuw dicht. Wie zich een stuk in de kraag wou drinken, moest dus aan een behoorlijk tempo doorhijsen.

 

Alle kamers waren keurig uitgerust met een minibar. Die van mij was op slot. Toen ik de receptie daarover belde, stond binnen de twee minuten iemand met een sleuteltje en een brede glimlach aan mijn kamerdeur. De minibar bleek leeg en het koelelement had zijn beste tijd al lang achter de rug. Maar goed, veel meer dan een fles mineraalwater had ik niet te koelen.

 

Mijn nobele taak bestond erin Malgassi in 4 dagen iets bij te brengen over vakbeurzen in Europa en hoe eraan deel te nemen. Niet zomaar jan en alleman, maar allemaal mensen die beroepshalve in de fruitsector actief zijn.  Op Madagaskar is veel fruit, - dat heb zelfs ik met mijn eigen ogen kunnen vaststellen. Het groeit er zomaar aan de bomen. Bomen die van niemand zijn. Bij ons vraagt die oplichter van een Louis Delhaize 10 euro voor een halve kilo litchi’s .  Daar neem je gewoon een plastic zak – die hebben ze daar nog – en je gaat gewoon een stukje wandelen. Je plukt een handvol litchi’s, doet er en passant nog een paar mango’s en papaya’s bij en iedereen vindt dat prima. Fruit zat!

 

Zat. Het woord is gevallen. Veel meer dan een (duur) glas rode wijn en een fles Three Horses pils viel er op Madagaskar niet te versieren. U kunt zich dan ook het enthousiasme voorstellen waarmee in de KLM-lounge op de luchthaven van Nairobi de Heineken verwelkomd werd. Een blikje. En nog één. En nog één. En nog één… Tot plotseling duidelijk werd dat we nog pakweg 6 uur te overbruggen hadden. Er werd overlegd, gewikt en gewogen, prijzen vergeleken. Uiteindelijk hebben twee Hollanders en een Belg met de glimlach een transitvisum betaald, een taxi geroepen, zich naar het dichtstbijzijnde wildpark laten rijden en er – in pak en das – een safari meegemaakt. De gnoes,  de waterbuffels en de flamingo’s wisten niet waar kijken toen ze ons zagen naderen.

15:47 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-12-08

Luctor et emergo

“Wat moet een mens ànders doen? Ik zie geen nieuwe stukjes verschijnen. Heb je in vingers gesneden of ben je je paswoord vergeten?”

Vriend M. was niet spaarzaam met welgemikte sneren. Vroeger werd ik steevast begroet op een zinsnede uit het bericht van die dag, de jongste weken en maanden beperkt hij zich tot “Ha, luiwammes! Kapotgewerkt?” Meestal grom ik iets in de aard van “Druk…lastig…veel gezeur...” Een paar pilsjes later is het ergste leed meestal geleden en ben ik opnieuw in mijn gewone doen.

 

Ik ben het even gaan nakijken. Het bericht dat aan deze post voorafgaat, dateert van 8 september jongstleden. Dat is dus bijna drie maanden radiostilte. En eigenlijk zat de klad er al langer in. Sinds april is het schrijf- en post-ritme plotseling als een baksteen gezakt. Een enkele keer ga ik op zoek naar een verklaring daarvoor; Te veel werk? Bof… Te weinig inspiratie? Bwa… Te weinig drive? Euhm…  Zijn de dorpsgekken uit Wemmel verdwenen? Niet echt…

 

“Zozo, mijnheer Stoffelmans, zitten we in een dipje?”

Diep in mij schuilt een kruising van Lee Towers en Eddy Planckaert: niet depressief te krijgen. Naarmate de dingen waar ik vrolijk van word schaarser worden, moet ik uiteraard meer inspanningen leveren om niet de schouders te laten hangen.  ‘Hoe verzinnen ze het!’ zit ik voortdurend te denken wanneer ik de krant lees of naar het journaal kijk. Om dan achteraf te moeten vaststellen dat het niet verzonnen is. Niet helemaal. Misschien. Waarschijnlijk.  (*noteert op zijn to do-lijstje: essay over de driehoeksverhouding waarheid-werkelijkheid-perceptie*)

 

Qua arbeidspleging ben ik door een nogal scherpe bocht aan het gaan: minder schrijven, meer expliqueren en coachen. En ‘mezelf verkopen’, iets waar ik gaandeweg veel minder sterk bleek in te zijn dan mijn meeste concullega’s. Die hebben er geen moeite mee om gek te gaan doen wanneer er een camera in de buurt is. Ik wel. Zij tillen nieuwe klanten met een glimlach. Ik kan dat niet. Zij kunnen terugvallen op allerhande ondersteunende diensten. Ik moet alles zelf bedisselen. Klaag ik? Neen, - enfin, toch niet al te luid. Ik ga ervan uit dat dingen kunnen veranderen zonder dat ik zelf hoef te veranderen. Het zou echt kut zijn als ik daarin ongelijk krijg.

 

Niet zeuren… Niet over Didier Reynders en niet over de federale begroting. Niet over Pieter Decrem en niet over Jean-Claude Van Cauwenberghe. Niet over ‘Het Zesde Zintuig’ en niet over LouisLouise. Niet over Maurice Lippens en niet over een horde koopjesjagers die een man vertrappelt. Niet over frauderende draagmoeders en niet over de onkostennota’s van mediamensen. Niet over de gruwelijk domme radiospotjes van DVV en niet over de wansmakelijke familiebladen. Niet over Lijst Dedecker en niet over de onbenoemde burgemeesters.

 

Alles van waarde verbrokkelt, verpulvert en glijdt weg. De Oxfam Sinterklaasgeschenkdoos heeft een feestverpakking met een piepende roltong gekregen. Straks ga ik toeteren. Zo luid mogelijk. Voor de schijnheilige en zijn negerslaafje. Mijn getoeter zal schallen door berg en dal, als een ijzige West-Vlaamse mantra: “Kust godverdomme ne keer allemaal een beetje mijn kloten, zeg!”

11:13 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

08-09-08

Kauderwelsch

uurwerkenIn het verleden heb ik mij vrolijk gemaakt over vertaalmachines. Twee jaar geleden stonden die geautomatiseerde vertalingen absoluut niet op punt. Alles wat een taal ook maar een beetje bijzonder of boeiend of mooi of sexy maakt, werd door de applicaties – en vergeef mij vooral dat ik de schijn wek het onderscheid te kennen tussen een applicatie en een programma – ofwél niet vertaald ofwél helemaal fout vertaald. Je kan net zo goed een aap een schaar in zijn klauwen duwen en vragen om willekeurig stukjes papier uit een woordenboek te knippen en ze na elkaar op een rijtje te leggen. En dan ben ik nog mild, want apen hebben heel wat in hun mars. Het zou me niet verwonderen dat er binnen afzienbare tijd tóch een aap in slaag om een volledig Shakespeare-drama uit te tikken. (Voor nadere toelichting: google even “le miracle des singes dactylographes”.)

 

Ja, ik heb me vrolijk gemaakt over vertaalmachines! En ja, dat was voor een deel uit eigenbelang! En ja, die post lever me nog elke week een handvol bezoekers op die het fijne willen weten over vertaalmachines, maar hinderlijk genoeg op mijn blog terecht komen! Maar om mij daar zó hard voor te straffen… Dat is er een beetje over, als u het mij vraagt. (Ik hoop dat u dat bij gelegenheid eens doet!)

 

Het begon drie weken geleden. Ik voelde me die maandagmorgen een beetje slapjes. Dat hoeft niet te verwonderen. Ik was die zondagavond pas laat, ietwat hongerig en bloednuchter thuisgekomen. Onmiddellijk gaan slapen was geen optie: maag te leeg en hoofd te helder. Een bord penne ai quattro formaggi en een (halve) fles wijn hadden soelaas gebracht, maar ondertussen waren kostbare nachtelijke minuten weggetikt. Te laat in bed, te vroeg eruit en dus zat ik op maandagmorgen als een halve zombie achter mijn pc. En toen kreeg ik een prachtige e-mail van ene Sophie Jouffroy, die op het stadhuis van Lyon werkt. (Kleine correctie: die op de loonlijst van de stad Lyon staat.)

 

Hoewel Sophie mij van haar noch pluimen kent en omgekeerd, bood ze me die maandagmorgen precies wat ik nodig had: [SPAM] Toutes les pilules, qui a besoin d'un homme.  Toegegeven, howel Française was het Frans van Sophie niet je dat, maar goed, het was voor iedereen maandagmorgen die maandagmorgen. Ik kon bij Sophie alle pilletjes bestellen die een man nodig heeft. Dus waarschijnlijk ook wel een pilletje tegen vermoeidheid en sufheid. Bovendien kon ik dat bij Sophie met een gerust gemoed doen: “Une pharmacie sur Internet, qui assure pour vous. Nous fournissons toutes les commandes tout a fait sur de votre domicile, garanti. Le meilleur, ce que la medecine moderne peut vous offrir »  Het beste wat de moderne farmaceutica te bieden heeft en het wordt bovendien bij jou aan de voordeur geleverd. Wat kon ik nog meer wensen?

 

Na Sophie volgden Fa Fleury, Biabi Debartolo, Gustavo Harden, Georges Benson, Wilton Haley, Myriam Tordjemann, Jean Montreuil, Ed Fourmaux, Gwendolyn Whitman, Nigel Maxwell en een paar honderd van hun collega’s. Blijkbaar houden die elkaar goed op de hoogte, want op één of andere manier wisten ze dat ik mijn tijdelijke slapte ondertussen overwonnen had en dus begonnen ze me ook allerlei andere koopjes aan te bieden. Ik zit hier nu met beide onderarmen vol Rolexen, een penis waar maar geen einde lijkt aan te komen, een MBA en een diploma van doctor in de rechten, een stapel pillen en software in zowat alle Europese talen. Ik ben er mee opgehouden want het geld was écht op…

 

Ik vind het fantastisch dat al die mensen mij op de hoogte brengen wanneer er koopjes te doen zijn, maar ik erger mij blauw aan hun gebrekkige talenkennis: persoonsvormen en infinitieven behandelen ze op gelijke voet, onderwerpen en voorzetselvoorwerpen worden door elkaar gehusseld, over zinsbouw hun wensen te laat, bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden worden door elkaar gehaald… Neem bijvoorbeeld de e-mail die ik drie minuten geleden van Ra Brown kreeg:

 

  

emailcl

 

De onderwerpregel is al een beetje krakkemikkig. Beter zou zijn ‘Consultez EuroPharmacie, vous allez adorer’.

 

Ook de body zit niet echt lekker. Ik zou het als volgt formuleren: ‘Uniquement pour vous: la meilleure médecine et les meilleures pilules. Rendez-vous sur le site EuroPharmacie et vous en serez enthousiaste. Un grand choix et des prix très modérés, vous ne les trouverez qu’içi.’

 

In al mijn goedertieren zou ik Ra Brown en al zijn vrienden en vriendinnen een briefje willen sturen. Dat ze me altijd mogen mailen als ze in de knoei zitten met een vertaling. Dat ik dat dan wel even nakijken. En dat ze dan in elk geval een mailtje kunnen sturen dat correct én begrijpelijk is voor de bestemmelingen. Maar ik aarzel een beetje. Ra en de zijnen schrijven e-mails dat het een aard heeft. Toen ik deze morgen mijn pc aanzette, bleken ze in twee (vrije!) dagen zowaar 147 berichtjes te hebben gestuurd. Dat is écht te veel om één voor één na te lezen, hoor!

12:04 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

05-09-08

Mijn nagenoeg onbetaalbare huishoudtips

huishoudtipsU kent mij natuurlijk allemaal als die propere jongen die met veel enthousiasme én met de daartoe geëigende middelen het minste vetspatje, het kleinste stofdraadje en het geringste kruimeltje te lijf gaat. U wéét gewoon dat ik elke ochtend om tien na vijf opsta om vervolgens mijn hele huis te poetsen, van de nok van het dak tot het diepste putje van de kelder. U wéét dat ik schrob en boen en dweil met een energie en een uithoudingsvermogen waar menige huisvrouw jaloers van wordt. U kent mijn oog voor detail en mijn hysterische reacties wanneer de flossen aan het vloerkleed niet allemaal keurig gekamd in dezelfde richting liggen. U wéét dat enkel de totale afwezigheid van vrouwelijke geslachtskenmerken de mensen ervan weerhoudt mij Tante Kaat te noemen. Ja, ù weet dat, maar hoe komt het dat blijkbaar tal van andere mensen dat ondertussen ook weten?

 

Ik verklaar mij nader… De afgelopen weken heb ik tot vijf maal toe een e-mail bericht in mijn inbox gekregen van mensen die in de diepste noodruft verkeren door huishoudelijke vraagstukken en zich, suf gepiekerd en ten einde raad, tot mij richten, in de hoop dat ik soelaas zal bieden. Geen idee waarom ze mij al die huishoudelijke competenties toeschrijven, maar ik vind het toch enigszins zorgwekkend. Ik ken hooguit drie huis-, tuin- en keukenmiddeltjes. Vrijwel altijd loopt de concrete toepassing ervan faliekant af. Zo ben ik er ooit in geslaagd mijn eigen schoenen onwrikbaar op terrastegels vast te smelten. Iemand had me gezegd dat ik het opschietend onkruid op mijn terras te lijf moest gaan met een mengsel van formol en keukenzout. Hij had er niet bij verteld dat je die formol in water moest oplossen. Weg schoenen…

 

Huis-, tuin- en keukenmiddeltjes zijn kut met peren. Meestal slaag ik er niet in ze correct te onthouden. Waren het vlekken van rode wijn die je met witte wijn te lijf kan gaan of omgekeerd? Moet er een schep zout in het sap van een uitgeperste citroen of was het een lepel suiker in een papje van zetmeel? Als je geen ossengal in huis hebt, is een klod ‘kemelvet’ (De Gercuria) dan ook goed? Huis-, tuin- en keukenmiddeltjes? Ik hoef ze niet. Ik lust ze niet. En toch werd ik de afgelopen twee weken tot vijf maal toe gesolliciteerd. Dit zijn de e-mailberichten in omgekeerde volgorde:

   

aluminium

Wednesday, September 3, 2008 2:08 PM

From:

Add sender to Contacts

To:

stof1968@yahoo.com

-----Inline Attachment Follows-----
Ik heb een dampkap in aluminium en een aluminium plaat boven wastafel die ik nooit vlekkeloos kan poetsen. Heb je me raad ?

muggen in de slaapkamer

Monday, September 1, 2008 11:40 AM

From:

Add sender to Contacts

To:

stof1968@yahoo.com

-----Inline Attachment Follows-----
hoe hou ik de muggen uit mijn slaapkamer ?


wafelijzer

Saturday, August 30, 2008 4:44 AM

From:

Add sender to Contacts

To:

stof1968@yahoo.com

-----Inline Attachment Follows-----
Ik heb een goed wafelijzer gekregen van mijn
schoonmoeder.de aluminuim platen zijn wat vuil en aangebakken. Hoe krijg ik die terug mooi?
Dank bij voorbaat

witte vlekken op wijnglazen door afwasmachine

Friday, August 22, 2008 2:13 PM

From:

Add sender to Contacts

To:

stof1968@yahoo.com

-----Inline Attachment Follows-----
hoe kan ik de witte randen verwijderen op wijn glazen die uit de afwasmachine komen . twee van de tien hebben vlekken. dank u.Groetjes

Muffe geuren

Tuesday, August 19, 2008 5:57 AM

From:

Add sender to Contacts

To:

stof1968@yahoo.com

----Inline Attachment Follows-----

Beste,

Onlangs heb ik een eiken kast geërfd.
De kast ruikt echter niet fris, alsof de geur in het hout gedrongen is.
Ik heb ze al verschillende keren gepoetst, parfum in gespoten,...maar helaas....de kast blijft onfris ruiken.
Hoe krijg ik die onfrisse geur uit de kast?

 

Zullen we – voor de aardigheid uiteraard – de vragen dan maar beantwoorden? Goed! We doen het op een ‘first come, first served’ basis:

 

(re: Muffe geuren)

 

Beste,

 

Onfrisse geuren in houten kasten ontstaan wanneer deeltjes lucht in de openstaande poriën van het hout dringen,  daar vervolgens gevangen gehouden worden en slechts mondjesmaat gelost worden. Poetsen of parfumeren helpt niet; de poriën blijven dicht en sommige parfums kunnen zelfs vlekken maken op het hout.

 

Om de onfrisse geuren weg te krijgen, moeten eerst alle houtporiën open. En dat doe je best zo: maak een papje van rauwe aardappel met een scheut muntthee en zes eetlepels maïszetmeel. Smeer de binnenzijde van de kast hier mee in en laat ze 4 dagen en nachten op een open plek staan. Het laagje aan de binnenzijde opent de poriën aan de buitenzijde. Het spel van de wind en de regen spoelt alle vieze luchtjes weg. Na 4 dagen de kast goed laten drogen en klaar is kees.

 

Veel succes gewenst!

 

 

(re: witte vlekken op wijnglazen door afwasmachine)

 

Beste,

 

De witte vlekken en horizontale randen op (wijn)glazen worden veroorzaakt door aanslag van kaliumchloride. In ons leidingwater zijn calciumchloride en kaliumchloride nodig om het leidingenstelsel waterdicht te houden. De meeste moderne afwasmiddelen bevatten een middel dat calciumchloride te lijf gaat, maar nooit een middel tegen kaliumchloride. Daarvoor heb je immers zuivere of witte fosfor nodig en dat is een erg ontvlambaar goedje.

 

Zo te zien kan je het best voortaan met regenwater afwassen en de twee glazen met vlekken vervangen door nieuwe. Er is ook een alternatief: fosfor wordt gebruikt om grasvelden en weides te bemesten. Is er in de buurt een boerderij, vraag dan even na of de velden met fosfor bestrooid werden en vraag om +/- 1 liter (afhankelijk van de inhoud van de wijnglazen) urine van een herkauwer die op die velden graast. Laat de urine 48 uur in de glazen staan, even naspoelen en je zal zien dat de witte vlekken verdwenen zijn. Niet te lang aarzelen, want met urine van staldieren werkt het niet!

 

Veel succes gewenst!

 

 

 

(re: Wafelijzer)

 

Vul één kant van het wafelijzer – de onderste kant is het makkelijkst – met een papje van cola en havermoutvlokken. Leg in de meest vervuilde zone enkele muntstukjes van 1, 2 of 5 eurocent. Doe het wafelijzer goed dicht en laat het op de normale manier verhitten. Na ongeveer 10 minuten borstel je alle vuil er zo af en is het wafelijzer weer als nieuw.

 

Veel succes gewenst! En smakelijk eten!

 

 

 

(re: Muggen in je slaapkamer)

 

Beste,

 

Het beste is gewoon ergens anders te gaan slapen. Dat doe ik ook af en toe…

 

Nog een spannende nacht gewenst!  

 

 

 

(re: aluminium)

 

Krassen in aluminium zijn zo hardnekkig omdat aluminiumlagen via elektrolyse aangebracht worden. In een bad onder elektrische spanning verhuizen piepkleine aluminiumdeeltjes van de negatieve naar de positieve pool. Krassen weg krijgen doe je op dezelfde manier, maar dan op een gebruiksvriendelijker manier.

 

Plaats 2 9Volt-batterijen (‘blokbatterijen’) aan beide uiteinden van de dampkap, één keer met de positieve zijde – de twee kroontjes – tegen het oppervlak van de dampkap en één keer met de negatieve zijde tegen de dampkap. Maak stevig vast met tape. Breng met een wattenstaafje wat water aan langs de krassen. Herhaal dit een paar keer per dag. Na ongeveer 2 weken heeft de elektrolyse haar werk gedaan en ziet de dampkap er weer als nieuw uit.

 

Veel succes gewenst!

 

 

Voilà! Nu nog die antwoord mailen en afwachten of er reactie komt…

   

11:48 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

23-06-08

Bij de beesten af...

fashion_bulldogHoudt u van Phaedra Hoste ? Dan moet u op zaterdag 28 juni naar de stad aan de stroom. Meer bepaald naar de Kipdorpvest nummer 41, alwaar mevrouw Hoste het lint zal knippen van de luxeboetiek Baziel & Blanche. Mocht u, met de zomerse dagen in het verschiet, toe zijn aan een nieuw colbertje, een kniehoog zomerjurkje dat als gegoten rond uw wespentaille zit of – waarom niet – een paar handgevlochten, lamslederen sandalen, gaat u dan vooral niet naar Baziel & Blanche. Baziel & Blanche verkoopt immers luxekledij voor …honden. Dat leest u goed: voor honden.

 

Hoewel ik al enige tijd hondloos ben, durf ik mezelf een hondenliefhebber noemen. Zozeer liefhebber, dat ik het niet over mijn hart kan krijgen nu een hond aan te schaffen en dat dier vervolgens elke werkdag in eenzaamheid op te sluiten van pakweg half acht tot pakweg half acht. Ik weet het wel: er bestaan hondenrassen die er absoluut geen probleem mee hebben om gedurende een half etmaal op een kussentje in de sofa te liggen dutten. Maar volgens mij zijn dat vermomde katten. De chihiahua’s en espagneul nains en shih tzu’s en Lhasa apso’s en Kromfohrländers en Coton de Tuléar’s… Ervaart u bij het schrijven of uitspreken enige aarzeling, ga er dan maar van uit dat het geen hond is.

 

Bij het woord hond denk ik aan een boxer of een Engelse bulldog. In elk geval iets wat stevig op zijn poten staat en tegen een stootje kan. Iets wat je bij thuiskomst blij-grommend en enigszins booty shakend tegemoet komt, maar vervaarlijk de tanden ontbloot wanneer je te dicht bij zijn voederbak komt. Ik schrijf voederbak en niet ‘lunchtray’. Een hond luncht namelijk niet, hij (of zij) eet.

 

Baziel & Blanche, de luxe hondenboetiek, specialiseert zich in allerhande artikelen die een (echte) hond niét nodig heeft: bandana’s, t-shirts, regenjassen, juwelen, divers interieurtextiel met hun eigennaam op, jekkertjes en jumpsuits, hoedjes en petjes, jurkjes, kroontjes en tiara’s, rammelaars en eau-de-toilette, shampoo’s en conditioners… Je kan het zo gek niet bedenken of het bestaat in een hondenversie. Sterker nog: het bestaat in een hondenversie voor gepeupel zoals u en mij én het bestaat in een hondenversie voor mensen die geld te veel hebben.

 

Een hond is een zoogdier dat van de wolfachtigen afstamt. Behalve in het sprookje van Roodkapje – waar de snoodaard zowaar het nachtgewaad van een oud wijf aantrekt – is er nog nooit een wolf gesignaleerd in een baljurk van Yves Saint-Laurent of een salopette van Walter Van Beirendonck. Niet hier, niet in Canada, niet in de Taiga… Evenmin zijn er wolven bekend die hun bottines aantrekken voor ze in de sneeuw gaan jagen. Of die, na een lange dag van jagen, hun stramme leden in een jacuzzi te rusten leggen. En toch is dat wat een hond allemaal te wachten staat in het ‘Verzorgingscentrum’ van Baziel & Blanche: wassen, drogen, nageltjes knippen, roskammen, en daarna een massagebad in de whirlpool.

 

De hondenwhirlpool uiteraard….  

10:53 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-06-08

Ode(tje) aan Bialek

0724352930654Er zijn mensen die beweren dat je op het tinternet àlles kan vinden,. Ik geloof hen niet, - en als ik u een goeie raad mag geven: geloof hen niet! Vind je op het wereldwijde web véél? Jazeker! Maar niet alles ! Sommige van de mooiste liedjesteksten die ooit door een Franstalige Brusselaar geschreven zijn, zijn bijvoorbeeld niet op het net te vinden. Nergens. Niet met Google, niet met Yahoo, niet met www.iamlookingforsomething.com of  www.godverhoegingdatliedjeookalweer.vl.

 

Overdrijf ik? Helaas slechts een heel klein beetje. Er is op heel dat klote-web welgeteld één liedjestekst van Bialek terug te vinden en ’t is dan nog niet eens zijn beste: Visite Guidée. Ik vermoed dat Radio 2 het een enkele keer zal laten horen bij wijze van simplificatie van ingewikkelde politiek-communautaire spanningen. Maar voor de rest hoor ik weinig nummers van Bialek op de radio. En dat is spijtig. Wreed spijtig.

 

Wikipedia dan maar en – hoera ! – er is zowaar een Nederlandstalig lemma over Bialek. Maar zonder songteksten alweer. Links? Ja, naar van alles en nog wat, maar niet naar the lyrics, les paroles, die texte. Het lijkt wel alsof niemand nog naar die liedjes omkijkt. Inclusief Bialek zelve, overigens, want ergens in ’84 was hij zondanig geverdégoûteerd van het muzikantenvak dat hij van pure miserie dan maar in de reclamesector gestapt is.

 

Ergens halfweg de jaren tachtig heb ik een fonoplaat van Bialek gekocht of gekregen. Nord-Sud heette ze. Een van zijn twee kaskrakers staat  erop ‘La belle gigue’, maar verder herinner in me nog een paar pareltjes: “Elle n’est pas belle”, “La petite caissière”, “Mietje”, Le Tandem”. Heb ik die plaat nog? Ik weet het niet, het zou kunnen dat ze nog ergens in een doos in een loods zit. Ga ik ernaar op zoek? Neen, want ik heb geen platenspeler meer. En mocht ik er nog een hebben, dan zou de plaat waarschijnlijk onbeluisterbaar zijn, want ik heb ze echt grijsgedraaid.

 

Moet u dat ‘grijsgedraaid’ met een korreltje zout nemen? Niet echt, want ziet : 25 jaar later kan ik zo, uit de losse pols, heelder flarden tekst reproduceren. In het Frans, dat doen nog een exotische taal voor me was.

 

Le tandem

 

C’était un bien beau tandem

Comme on n’en voit plus de pareils

Un tandem avec deux M comme quand on s’aime.

Quand je pédalais devant, elle m’encourageait derrière,

Quand c’était mon tour derrière, j’en faisais autant.

 

Et nous roulions, roulions fières

En ville ou le long de la mer

En jouissant l’air du temps

Et en chantant :

Eté, printemps, hiver, automne,

Y’a pas de saisons monotones

Quand on suit la même route en même temps.

Automne, été, printemps, hiver,

Y’a pas de saison éphémère,

Quand on s’aime comme nous on  s’aime

C’est pour longtemps.

 

Mais le plus beau des tandems

Un jour a cassé sa chaîne

Quand un type en Volkswagen

Lui dit ‘Je t’amènes !’

Quand je les ai vu mettre les voiles,

Moi j’ai perdu les pédales

Quand j’ai vu partir l’auto

J’ai dit ‘Salauds !’

 

Et depuis je roule solitaire

En ville ou le long de la mer

En regrettant l’air du temps

Et en pleurant :

Eté, printemps, hiver, automne,

Y’a pas de saisons monotones

Quand on suit la même route en même temps.

Automne, été, printemps, hiver,

Y’a pas de saison éphémère,

Quand on s’aime comme nous on  s’aime

C’est pour longtemps.

 

 

 

La petite caissière

 

La petite caissière du Super

Sous sa blouse en nylon rose

A le cœur qui manque d’air,

Qui s’enclose.

 

Elle voudrait tant voir la mer,

Loin des caddies qui défilent

La mer c’est si beau l’hiver

Et si tranquille.

 

On irait jusqu’à Zeebruges,

Au bout du môle au refuge

Manger des anguilles au vert

Face à la mer.

 

Le soir, on resterait là

Sous la loggia, dans tes bras

Tu me raconterais les histoires

De ce temps-là

Comment les nuits de tempêtes

Les femmes tremblaient aux fenêtres

Pour un qui est parti hier

Au bout de la mer.

 

 

La centrale nucléaire

 

Quand ma belle a eu trente ans,

Trente ans, c’est pas tous les ans,

Je me suis dit « je vais lui faire

Un cadeau d’anniversaire. »

Quand ma belle a eu trente ans,

puisque c’est pas tous les ans,

Je me suis fendu, j’ai offert

Une petite centrale nucléaire.

 

Une petite centrale nucléaire

Avec tout le nécessaire

Un modèle à toute épreuve

Garanti pièces et main d’œuvre.

Dans un emballage cadum

Et un petit mémorandum

« Comment faire du plutonium ? »

Plutonium, le comfort at home-ium

 

 

Als er een exegeet in de zaal zit, dat hij of zij zich dan nu kenbaar maakt en mijn poging tot reconstructie van Bialek-materiaal onder de loep neemt. Ik zal u eeuwig – of in elk geval toch zeer lang – dankbaar zijn!

 

 

16:52 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Hondengevecht

hondjeHet was niet echt druk in het Streekcafé. De habitués hadden zich in groepjes van 4 en groepjes van 2 aan de tafels geïnstalleerd, waardoor aan de toog een vrije strook van ruim twee meter was. Ik nam één van de vrije barkrukken, bestelde een pilsje en observeerde gaande en komende mensen op het rondpunt.

 

Even later kwam een goed in het vlees zittende vrouw het café binnengewaggeld. Ze moest een vaste klant zijn, want nauwelijks was ze de deur voorbij of op de toog stond een blonde Leffe haar al op te wachten. De vrouw, zo bleek later, was een gewezen stewardess die na de onzachte landing van Sabena zelf niet meer van de grond geraakt was en het dan maar op een zuipen had gezet. Het was even na zessen. Ik was aan mijn eerste pilsje toe, zij aan haar twaalfde Leffe van die dag. Ze installeerde zich links van mij.

 

Rijkelijk laat merkte ik op dat zich in haar linkerarm een vreemd soort diertje had genesteld. Heel even dacht ik dat de vrouw last had van melanoom op de linker elleboog. Maar op melanoom staan geen oortjes. Toch geen oortjes die bewegen wanneer een klant elders in de gelagzaal roept omdat hij bij het vogelpikken triple 1 gegooid heeft in plaats van triple 20.

 

Ik deed alsof ik in gedachten verzonken was Maar blijkbaar ben ik niet erg goed in doen alsof, want de vrouw sprak mij aan. Het ding op haar linkerarm zocht een nog comfortabeler positie. Toen pas zag ik dat er ook een staart aan hing.

“Euh…mevrouw…op uw arm, is dat een kat of een hond?”

“Maar enfin, mijnheer, dat is een hond!”

“En van welk merk, als ik vragen mag?”

“Dat is een Chinese naakthond, mijnheer! Een brave Chinese naakthond!”

“Nu u het zegt. Dat het een naakthond is, dat zie ik nu ook. Maar hoe weet u eigenlijk dat het een Chinese naakthond is? Blaft ie Mandarijns? 

De vrouw keek me aan met een blik waarin in alcohol gedrenkt onbegrip doorschemerde. Ze nam een paar gulzige slokken van haar Leffe, maar maakte geen aanstalten om elders te gaan zitten. Ik besloot er nog een schepje bovenop te doen, in de hoop dat ze alsnog zou afdruipen.

“Die oortjes, zijn die er achteraf opgenaaid of heb je die hond echt zo gekocht?”

Ze kijkt me aan met een priemende blik en zoekt vruchteloos naar een fel wederwoord.

“Dat hij braaf is, kan ik best geloven. Alleen jammer dat hij zo mal coiffé is…”  Haar ogen spuwen vuur. “Espèce de connard!” Mijn opzet slaagt: ze druipt af en gaat aan de tafeltjes haar beklag doen over ‘le connard au comptoir’…

14:39 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

17-04-08

Rund & Rond

Hollands_interieurErgernis is een sluipend gif, - moet ik helaas bij mezelf vaststellen. Begin deze week heeft een of andere smart ass zijn of haar kantoorstoel met die van mij verwisseld. Ik zit sindsdien op een kantoorstoel waarvan de zitting heel lichtjes naar links afhelt. Ik ben dat niet gewoon en daardoor krijg ik voortdurend het gevoel dat ik van mijn stoel ga vallen. En dat érgert mij, ja…

 

Toen ik op vijf januari mijn vreugde uitte over het feit dat ons Troela spontaan dit schip zou verlaten, kreeg ik van een goeie vriend en trouwe lezer een waarschuwing: gij zult uw Troela nog missen! En, guess whatr, ik ben geneigd hem vandaag gelijk te geven.  Het zal mij vermoedelijk een extra rondje kosten in ons stamcafé.

 

Eén Troela - de echte de oorspronkelijke – ging en werd vervangen door welgeteld twee dames van vrouwelijke kunne die zich al snel als waardige opvolgsters van ons Troela ontpopten. Zo weinig als ze van klantgerichtheid getuigden, zo groot was hun praktische kennis van pugilistiek. Gemene vrouwenstreken heb ik meer dan eens op de einder van mijn gezichtsveld zien voorbijtrekken. Ik ben auditief getuige geweest van vecht- en scheldpartijen en het daar steeds op volgende gesnotter. En indien ik niet heel erg op mijn hoede was geweest, dan hadden één van die kenaus mij waarschijnlijk hun kamp binnengesleurd.

 

Groot was mijn opluchting toen bijna een jaar later de Troela’s 4 en 5 uit beweging besloten andere horizonten te verkennen en bijgevolg niet langer van de faciliteiten gebruik wensten te maken als strijdtoneel. Bovendien kon ik het opperbevel hier ten kantore ervan overtuigen dat we beter af zouden zijn met vreedzame manspersonen. Ghandi en de Dalaï Lama zeg maar… Mensen die je niet eerst moet fouilleren voor je ze in je firma binnenlaat.

 

Elders hebben ze Hall & Oats, Starsky & Hutch, Bert & Ernie, Laurel & Hardy, Ben & Jerry, Van Kooten & De Bie, Mercedes & Benz, Simon & Garfunkel, Wallace & Grommit, Smith & Wesson, Saco & Vanzetti, Hennes & Mauritz, Rolls & Royce, Vroom & Dreesman, Bassie & Adriaan, Gaston & Leo, Lernout & Hauspie,  Rodgers & Hammerstein… En wat hebben wij bij ons op de firma? Rund & Rond! Het olijke duo dat er glimlachend in slaagt alles in de soep te laten draaien en dat andere collega’s tot wanhoop drijft. Rund is van een wei geplukt in het kleinste deeltje van Klein Brabant. Rond is met een rollende ‘r’ komen aanrollen vanaf Noord-Holland, een tsunami van ongegeneerd gekwek en gekwaak.

 

Echt hilarisch (én pijnlijk inefficiënt) wordt het wanneer Rund & Rond zich tegenover de clientèle in het Frans verstaanbaar moeten maken. Bij Rund klinkt het ongeveer als “Boshoer mesje, sjeu foes sonne con cher nant lis meuhhhhhbles.” Er zijn geen letters genoeg in het alfabet om tot uitdrukking te brengen hoe de pogingen tot Frans van Rond klinken, maar ik moet telkens denken aan een conference van Wim Sonneveld waarin hij een Hollander portretteert die zich in een Frans pension verstaanbaar probeert te maken.

 

Rund of Rond… Eén van beide vond dat ik beter af was met een scheve kantoorstoel en heeft – zonder mij ook maar iets te vragen – het initiatief genomen om gauw-gauw even wat stoelen te wisselen. Dat ergert me mateloos, - al was het maar omdat er op mijn bureau een pak dingen liggen en staan die NIET (nooit, jamais, never) verwisseld zullen worden. Misschien moet ik eens de oude tactiek van Pater Surveillant op het internaat gebruiken. Telkens wanneer er iets verdwenen was, trommelde hij alle internen samen in de refter en sprak toen met bulderende stem “Niemand verlaat deze ruimte voor de schuldige gevonden is!” Rund & Rond laten overblijven, - het idee is heel erg aantrekkelijk…

 

(foto: Intérieur Hollandais, J. Mirò)

 

13:54 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-04-08

Ma Shiatzu

blog_club001Het is de eerste echte lentedag. De zon moet ’s morgens nog hard opboksen tegen mist en kou, maar ze lijkt nu het pleit gewonnen te hebben. Het is half twaalf. Ik loods mijn wagen door de smalle straatjes van de Rotterdamse binnenstad naar de parkeertoren van het World Trade Center, vind een plaatsje op de vijfde verdieping en sta een paar minuten later op de stoep in de Meent. In de verte hoor ik een draaiorgel-op-speed: het lijkt wel of driehonderd muzikanten in open lucht van jetje aan het geven zijn, maar uiteindelijk blijkt het een volautomatisch kar. Twee mannen met collectebussen cirkelen om de kar, op zoek naar centen. Ik loop in een brede boog om hen heen en steek het Beursplein over. Ik heb tachtig minuten zoek te maken voor mijn afspraak. Dat is te veel om gewoon een wandelingetje te maken en te weinig om een museum in de buurt te bezoeken. Ik weet geeneens of Rotterdam überhaupt musea heeft.

 

Het Van Oldenbarneveltplein wordt gedomineerd door het imposante terras van brasserie Raoul: tientallen tafeltjes en vier keer zoveel stoelen langs de drie gevels van het etablissement, van het straatgewoel afgeschermd door windschermen. Slechts één tafeltje in de zonnige zone van het terras is bezet. Ik ga op veilige afstand zitten, met de zon pal in mijn gezicht. De vrouw bestelt tomatensoep, ik hou het bij een koffie. Afwisselend zit ik te staren naar de mensen die haastig de Beurstraverse in lopen. Dit is een strategische plek Achter mij liggen Media Markt en C&A, links van mij de Bijenkorf en een trits kledingzaken, voor mij Vroom & Dreesman en de boekhandel Donner. Voortdurend zie ik plastic zakken (sorry: tasjes) van die winkels door mijn gezichtveld evolueren.

 

De soepeetster naast mij heeft ondertussen het gezelschap gekregen van een vriendin met een uitpuilende zak van Vroom & Dreesman. “Druk sèg!”, zegt ze luid genoeg opdat het hele terras het zou horen. “Een duvelse teringzooi, die hele V&D!” Op het ticket lees ik dat de dienster Leni heet. Fluks komt ze aan het tafeltje van de twee taterende dames. Nummer twee bestelt een broodje Unox. ‘Weer soep…’, denk ik. Fout dus! Even later verschijnt Leni met een broodje waartussen een dampende rookworst geklemd zit. De geur waaiert mijn richting uit. Ik krijg honger…

 

Mevrouw Soep en mevrouw Rookworst hebben ondertussen het gezelschap gekregen van een derde vriendin, die nog luider en nog platter praat. Leni loopt langs. Ik wenk haar en bestel een Club Sandwich. “Getoast of niet-getoast?” vraagt ze. Ik vraag de getoaste versie. Even later brengt ze een bord met twee torens toast waartussen allerhande lekkers zit: eitjes, sla, tomaten, gesmolten kaas, geroosterde kippenfilet, geroosterde bacon. Twee houten prikkers houden het imposante gevaarte bij elkaar. Langs de toasttoren stroomt traag een lik cocktailsaus naar beneden. Ik begin te watertanden…

 

“HALLO!!!” Nummer drie probeert de aandacht van Leni te trekken, die enkele tafels verderop lege glazen op een dienblad zet. Het halve terras schiet wakker uit een soezende rêverie en kijkt mij richting uit. Ik verberg me zo goed als dat kan achter mijn broodtoren. “HALLO!!!”, buldert nummer drie weer. Leni rept zich naar de tafel.

“Doet u mij een Ma Shiatzu!”

Leni fronst de wenkbrauwen.

“Nou gewoon, een Ma Shiatzu!!”

“Oh, bedoelt u een macchiato, mevrouw?”       

“Hè, getver, doe dan maar gewoon een mok koffie met warme melk…”

 

Ik leg mijn bestek even neer in noteer in mijn schriftje: ‘TODO: post ‘Waarom hebben Nederlanders nog nooit alleen een Nobelprijs gewonnen?’

 

Thuis merk ik dat mijn vage vermoeden ietwat voorbarig was. De lijst van Nederlandse Nobelprijswinners is langer dan de lijst van Belgische Nobelprijswinnaars. De rest van mijn veronderstelling klopte tussen pakweg 1929 en 1995: Nederlanders hadden altijd een niet-Nederlander nodig om een Nobelprijs te kunnen winnen. Hoe we dat wetenschappelijk moeten interpreteren weet ik niet. Maar ik weet wel dat je op een dinsdagmiddag in april, op een terras in Rotterdam, tamelijk onnozele wijven tegen het lijf kan lopen.

09:31 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-03-08

1 aprilgrappen

sdfIk heb de jongste tijd een paar keer zeer ernstige twijfels gehad over het aantal dagen dat de maand maart telt. De jongste keer was gisteravond (vrijdag 28 maart volgens de kalender). Ik zapte een beetje langs de –tig kanalen van Belgacom TV en kwam terecht in een schrijnende reportage over een beroepspoliticus die zelfs niet over een eigen kantoor(tje) beschikt. Gebiologeerd bleef ik kijken en luisteren naar het relaas. De man was en stoemelings benoemd tot staatssecretaris, maar de regeringsleider en zijn staf hadden blijkbaar over het hoofd gezien om de man ook een plekje toe te kennen in de grote gebouwen waar de kabinetten huizen. De man moest zijn noeste regeerarbeid uitvoeren in zijn auto. Een dienstauto met chauffeur uiteraard, maar dan nog... Probeer maar eens een vergadering te organiseren met twee eigen medewerkers en drie externe consultants in zo’n krappe plek. Het wordt vooral wurmen als om 10 uur ook de koffiemadam er nog bij moet, me dunkt...

 

Even later kwamen man en functie in beeld. Het bleek te gaan om Frédéric Laloux, staatssecretaris van armoedebestrijding. Op de RTBf heet dat ‘lutte contre la pauvreté’.Ik veerde recht uit de sofa en schreeuwde het uit: “Ik héb hem! Ik héb hem! De 1 aprilgrap van de RTBf, ik héb hem! Haha, ik had het meteen door! Goed verzonnen, hoor!” Ik maakte triomfantelijk een dansje rond de salontafel en stootte daarbij een glas wijn om. Wijn maakt vlekken, maar dat kon mijn uitgelaten feestvreugde niet smoren. Apetrots was ik op mezelf dat ik dit jaar het mediatieke 1 aprilverzinsel zo snel ontmaskers had.

 

Zouden er licentiaatsverhandelingen bestaan over het fenomeen 1 aprilgrappen? Als knaap van zeven ben ik ooit naar de plaatselijke ijzerwarenwinkel gestuurd om botijnnagelgaten (en onverrichter zake terug naar huis gekomen). Het staat me voor dat in de stoere macho-omgeving waarin mijn vader toen nering had, het klunsje onder bulderend gelach van zijn collega’s bij de neus genomen werd (“Eric, breng dit pak ingevroren ossenkloten eens naar beenhouwerij Vandamme...”).  Maar het heeft een hele poos geduurd voor ik door had dat ook radio, televisie en de kranten aan die vreemde traditie mee doen. Op 1 april smokkelen ze een ‘Schwalbe’ binnen in hun algemene berichtgeving, tot vermaak van velen.

 

Gaandeweg ontdekte ik dat er in de 1 aprilgrappen op de radio en in de kranten een zeker patroon zit. Een 1 aprilgrap sluit steeds af met een ‘call for action’: ga naar..., bel naar het nummer..., zet vanavond een ... voor uw voordeur. De media nemen er immers geen genoegen mee dat hun slachtoffer zichzelf een klap voor de hersens geeft om zoveel naïviteit; de sukkel moet ook publiekelijk voor lul staan. Vaak komt er zelfs een cameraploeg aan te pas die de slachtoffers een beetje smalend interviewt: “Haha, ù hebben we lekker beet, hé!” Ik ben niet iemand die blindelings naar 0900-nummers belt of in de wagen stapt op een aalmoes te scoren, maar op 1 april ben ik dubbel op mijn hoede. Mij mogen ze niet liggen hebben...

 

Nadat ik de wijnplas had weggedept en ondertussen overgeschakeld was naar een boeiend dieetprogramma op Vitaliteit, begon het me plotseling te dagen. ‘Maar we zijn vandaag nog helemaal geen 1 april! We zijn vandaag vrijdag 28 maart. 1 april, da’s pas dinsdag...’ Enigszins verbouwereerd ging ik opnieuw zitten. Een staatssecretaris voor armoedebestrijding die zelf geen dak boven het hoofd heeft, het is me wat...

 

Deze morgen kwam de ontnuchtering. Het schrijnende verhaal van de staatssecretaris voor armoedebestrijding en van de RTBf was van a tot z verzonnen. “Het was maar om aan te tonen hoe schrijnend het met de armoede in ons land gesteld is”, zei de weldoorvoede koorknaap Laloux. En de RTBf zei niks. Zelfs niet “Foutjeuh...”

12:48 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-03-08

Gesprek met een tettengek

poperope“Kende u de schrijver persoonlijk?”

 

“Neen, monseigneur.”

 

“Hoe kunt u dan volhouden dat de kerk het niet bij het rechte eind had?”

 

“Nou, monseigneur, in uw paaspreek had u het onder meer over ‘voer voor voorpaginanieuws’. Ik ben er nog niet helemaal uit of dit nu een anakoloet, een catachrese of een gewoon malapropisme was, maar in elk geval klopte er iets niet. En dat gevoel heb ik nog steeds: er klopt iets niet in die preek. Zonder hem bij naam te noemen, hebt u van Claus beweerd dat hij koos voor het heldendom of toch minstens voor een heldhaftige dood. Ik denk in alle eerlijkheid niet dat die overweging ook maar een moment heeft gespeeld.”

 

“Hoe kunt u dat beweren als u de schrijver niet eens persoonlijk gekend heeft?”

 

“Wel, monseigneur, ik heb de broer van de schrijver gekend. Niet intiem, gewoon van ‘Dag Guido! Goeienavond, Guido! Tot morgen, Guido!’ En ik heb ook de vrouw van de broer gekend. ‘Dag Motte!’ ‘Goeienavond, Motte! Tot morgen, Motte!’  ls je elkaar vaak genoeg ziet, begin je elkaar toch een beetje te kennen, me dunkt. Welnu, die twee hadden weinig uitstaans met heldendom, monseigneur. Alles wat je wilt, maar liever niet de held uithangen. Als die broer – de schrijver dus – ook maar een beetje van die twee mee had, dan stond Leven in zijn boek ongetwijfeld met hoofdletter L. En heldendom met een héél klein lettertje, ergens weggedrukt op de laatste pagina. De keuze van Claus heeft meer met zijn waardering voor het leven te maken dan met een vermeende drang naar heldhaftigheid.”

 

“De mens is de beheerder van zijn eigen leven, niét de eigenaar!”

 

“Wat drukt u dat weer mooi uit, monseigneur! Maar wat bedoelt u er eigenlijk mee?

 

“Je kan het interieur een nieuw likje verf geven, je kan van de woonkamer een slaapkamer maken en omgekeerd. Je kan er een nieuw dak op zetten of een tuin rond aanleggen, maar je kan het gebouw niet slopen. Zo is het met je eigen leven ook. Je bent vrij om te handelen zolang je jouw leven zelf niet in gevaar brengt.”

 

“En als ik op een mooie dag beslis: in dit krot wil ik niet meer wonen? Als dat een weloverwogen beslissing is, dan moet ik toch iets kunnen doen? Hen is tenslotte ik die moet wonen. Ik heb de indruk dat Claus gedacht heeft “De goot zit verstopt, het dak lekt, de ramen zijn stuk, de deur klappert, dus het huis voldoet niet meer voor zijn meest elementaire functie: beschutting bieden tegen de elementen. Bijgevolg: weg ermee! Zonder rancune, zonder spijt, zonder aarzeling…”

 

“Dan had hij zijn beslissing in alle stilte moeten nemen. Voor euthanasie kiezen is geen voer voor voorpaginanieuws!”

 

“Het is een malapropisme, monseigneur! En overigens zijn het de media zelf die er een heldendaad van gemaakt hebben door het nieuws op hun voorpagina’s te plaatsen. Of ik dat erg vind? Het volk heeft helden nodig. En dan heb ik véél liever dat ze de dode schrijver als held kiezen dan een nog levende politicus…”

09:43 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

18-02-08

Stik (niet)!

Meestal ben ik zo zen als een rietstengel in de maartse ochtenddauw. Maar deze voormiddag ben ik een paar keer mijn stoïcijnse rust verloren en het was – alweer – de schuld van de anderen.

 

Het is de laatste dagen nogal windstil en dat is niet goed. Als het een beetje waait, dan wordt de rotzooi die we met zijn allen de lucht injagen, keurig verdeeld. Elkeen krijgt zijn portie rommel, of hij nu in een maagdelijk Bretoens dorpje woont dan wel in het zwaar geïndustrialiseerde Kallo. Waait het niet, dan blijft al die prut hangen waar hij geproduceerd wordt: boven mijn geliefkoosde Wemmel, langs de iets minder geliefkoosde maar toch nuttige Brusselse ring, langs de A12… Als dat een poosje zo aanhoudt, wordt er van overheidswege een smogalarm afgekondigd. Het gaat hier om een draconische maatregel die de burgers verbiedt snelheden hoger dan 90 kilometer te ontwikkelen. (Er is, geloof ik, een uitzondering gemaakt voor vliegend materieel en voor treinen.)

 

Bij een smog-alarm komt heel wat kijken: mannetjes die bij nacht en ontij de baan opgestuurd worden om overal ‘smog-borden’ te gaan omdraaien; nieuwslezers en -lezeressen die ons dagen op voorhand op de hoogte stellen van het feit dat we onze snelheid zullen moeten matigen; deskundologen in luchtprut die op de radio en de televisie komen uitleggen hoe het zo ver is kunnen komen; ordehandhavers die van onder hun kepi affirmatief komen bevestigen dat er weliswaar geen extra snelheidscontroles voorzien worden, maar dat de geplande controles op de naleving van de snelheidsbeperking gericht zullen worden; verkeersinfo die er ons elk half uur moet aan herinneren dat 120 vandaag 30 te veel is, vliegende reporters die van op een brug over de snelweg kond doen van de situatie…

 

Deze morgen zette ik mij om half acht motorisch in beweging. Ik was al sinds zaterdagmiddag murw geslagen door de berichten over het smogalarm en had besloten me vandaag keurig aan de regels te houden. Nog nooit ben ik op zo korte tijd door zoveel medeweggebruikers ingehaald. Pompeuze berlines, kleine schijthuisjes, bestelwagens, autobussen, kleine en grote vrachtwagens, sleephutten en campers…allemaal fietsten ze me vrolijk voorbij. Ik voelde me volslagen voor lul zitten, met die 2.100 toeren per minuut en die 90 km/u op het dashboard. Hoe verder mijn 15 kilometer lange rit vorderde, hoe kwader ik werd.

 “Stik!”, had ik willen schreeuwen naar iedereen die ongegeneerd langs me heen reed. “Stik in die vieze prut die jullie zelf produceren. Of neen, nog beter: stik niét! Blijf leven en word elke dag wakker met een rochelen van heb ik je daar. Blijf onder de levenden en krijg een pijnlijk, rasperig gevoel in je keel telkens wanneer je in een auto stapt. Leef, wees vruchtbaar en werp een nageslacht met paarse pukkels over hun hele lijf. Word oud en verlies elke dag een stukje van uw beoordelingsvermogen en uw helderheid. Trek het nog een paar jaar, maar voel hoe u stilaan veranderd in een plant door alle rommel in uw lijf. Droog uit! Verschrompel!

17:04 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

09-02-08

Radiologie

peterpodcast“Wil je eens luisteren?”, vroeg hij en hij wachtte mijn antwoord niet af om alvast zijn i-pod en de bijhorende oortjes uit het doosje te vissen. Het was geleden van mijn autoloze tijd dat ik nog oortjes had ingehad. Bij mij blijven die krengen om een of andere reden niet zitten. Bij de wat duurdere oortjes krijg je een set opzetstukjes waarmee je naar hartelust kan experimenteren, tot de oortjes muurvast zitten. Maar ik kan experimenteren wat ik wil, al na enkele seconden willen die dingen weer naar buiten. Het zal wel aan mijn oren liggen. Misschien luister ik te veel en zijn ze daardoor wat vergroeid...

 

Met zijn rechterduim schuift hij over de knoppen, tot hij gevonden heeft wat hij zocht. “Hier, nog even muziek en dan begint het.” Met een bijna sacraal gebaar overhandigt hij mij de oortjes. Ik luister ’s morgens altijd naar de foute zenders en daarom heeft hij voor mij de Grote Peter Van de Veire Show gepodcast. Ik breng de oortjes in en hou ze met beide handen tegen mijn oren. Ik hoor een onderonsje tussen een mannenstem en een vrouwenstem. Hij toont voor hoe je met je wijsvinger je onderlip naar beneden kan trekken om ze daarna tegen de bovenlip te laten klappen. Zij probeert het na te doen. Eerst komen er doffe plofgeluidjes, maar na een beetje oefenen kan ook zij klak-geluidjes maken. Hij : “Je kan het ook met de bovenlip tegen de onderlip. Dan hoor je dit.”

 

Ik kijk even op. Zijn blik houdt het midden tussen verwachtingvolle spanning en plaatsvervangende pret. Ik glimlach even en probeer me opnieuw op de podcast te concentreren. Het gaat, zo vermoed ik, over manieren om ’s ochtends je gelaatsspieren los te werken. “Je kan ook zingen”, zegt hij en hij brult iets dat Beotiërs wel eens als opera durven bestempelen. Zij probeert mee te doen en maakt de karikatuur nog wat grotesker. Aan de toog wordt nog een rondje glazen neergepoot. Ik loop achter, want ik ben volop bezig met het beluisteren van een podcast en daar heb ik beide handen bij nodig. Het studiogesprek tussen de mannenstem en de vrouwenstem deint eindeloos uit. Nu gaat het over lichaamsoefeningen die je ’s morgens kan doen om fit aan de dag te beginnen. Ze beleven allebei de lol van hun leven. Ik iets minder...

 

Na tien minuten hou ik het geluidsfragment voor...euh...bekeken. “En?” vraagt hij. Ik voel me een beetje als een oude tante die bij een kersvers ouderpaar over de wieg hangt en een schreeuwlelijke boorling ziet liggen. “Ik...euh....ik denk dat ik toch een heel ander ochtendtemperament heb. Het zal wel een leeftijdskwestie zijn.” Hij glimlacht even. “Ja, dat zal het zijn...”

 

Hij borg de i-pod en de oortjes op. We hadden de handen vol met pilsjes drinken en dus had ik niet meer de gelegenheid om hem te vertellen dat ik een gruwelijke hekel heb aan praatjes en babbeltjes op de radio. Ik krijg het lichtjes op mijn heupen wanneer Lisbeth Imbo ’s morgens even na half acht aan Frank Deboosere vraagt: “En, Frank, moeten we deze morgen een extra trui aantrekken om uit werken te gaan?” En dat hij dan antwoordt: “Wel ja, Lisbeth, die trui zal zeker van pas komen, want omdat de anticyclonale wig boven de Atlantische oceaan stilaan onze kant uitkomt...” Vertel gewoon of het gaat regenen of waaien, aap! Ik ben oud genoeg om te weten wat mij te doen staat.

 

Als je iets in een microfoon zegt, dan richt je je tot toehoorders die verderop zijn, niet tot degene die aan de overzijde van de tafel zit. Je moet toch geen Wittgenstein zijn om dat in te zien. Er is iets goed fout met al die gezellig, knusse, kom-er-even-bij-zitten babbeltjes. Radio 2 en Donna zijn er al jaren door verziekt, nu is blijkbaar Studio Brussel aan de beurt en stilaan wordt ook Radio 1 ervoor klaar gemasseerd. De hele FM-band is verworden tot een langgerekt, radiofonisch koffiekransje. Een tsunami van getater. Een kakofonie van gekwebbel.

11:11 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

31-01-08

Portrait of thieves - juridische overwegingen

figfan05fWat mij betreft, schijnt de zon voor iedereen. Tegelijk haast ik me om erbij te vertellen dat mijn respect voor mensen die geen onderscheid maken tussen mijn en dijn nogal aan de geringe kant is. Wat zeg ik? Het is eigenlijk zo goed als nihil. Je zal mij nooit horen vertellen dat we ze ‘allemaal tegen de muur moeten zetten’, - dat laat ik aan de vox populi ter rechterzijde over. Maar ik kan me evenmin voorstellen dat ik met een dief een normaal gesprek voer, laat staan dat ik ermee aan tafel zou gaan zitten. Die afkeer is uiteraard ingegeven door het feit dat ik al een paar keer van dieven last heb gehad. Dat dringt zomaar ongevraagd je wagen binnen, dat neemt zonder toelating spullen mee die je de volgende dag nodig hebt, dat gooit alles wat niet bruikbaar is op een hoop en dat laat een hoop troep achter. Bovendien is het elke een hoop gedoe: naar de politie, heen en weer bellen met de verzekeringsmaatschappij, wachten op Carglass… Dieven verstoren mijn planning en dat vind ik echt niet leuk.

 

Er is natuurlijk meer aan de hand. Ik probeer als burger en individu een klein beetje weerwerk te bieden tegen een tomeloos consumentisme dat ons op alle mogelijke manieren opgedrongen wordt. De regel lijkt te zijn: telkens je iets hebt, moet dat de aanleiding zijn om smachtend uit te kijken naar iets dat nog groter of net kleiner, nog dunner of net dikker, nog nieuwer of net ouder is. Wie een commode in Empirestijl heeft, moet uitkijken naar een commode in Louis XVI-stijl. Wie een kleurentelevisie en een kabelaansluiting heeft, moet uitkijken naar een kamerbrede flatscreen met HD digitale aansluiting. Wie een gsm heeft om te bellen en gebeld te worden, moet uitkijken naar een toestel waarmee je ook foto’s kan maken en surfen en radio luisteren en e-mailen. Wie dit jaar naar Spanje op vakantie geweest is, moet volgend jaar naar Cuba of Jamaica. Ik word daar godverdomme zo moe van, van al dat moeten! Het is een juk dat we onszelf opleggen, een juk dat we ons als tamme lammetjes gewillig laten influisteren. We hebben er zelfs een acceptabel werkwoord voor verzonnen: vervangen. ‘Ik heb mijn 3510 vervangen door een 7710.’ ‘Ik heb mijn mp3-speler vervangen door een iPod.’ ‘Ik heb mijn vrouw vervangen door Carla Bruni.’

 

De dief is de ultieme verpersoonlijking van een soort materialisme dat ik met hart en ziel verafschuw: je wil iets dat je niet hebben kan en dus ontvreemd je het. Zonder verder vragen te stellen. In de hele geschiedenis kan je het aantal Robin Hoods op de vingers van een hand tellen. Al de rest zijn schurken, gangsters en rabauwen die zich zonder enige rancune en zonder een sikkepitje ruggengraat  overgeven aan een neurotische consumptiedwang. Mensen die, zonder al te veel inspanningen te leveren, poenerig willen doen met het geld van anderen. Ik vind het moeilijk om voor dat soort volk zelfs maar een greintje sympathie te ontwikkelen.

 

Dit gezegd zijnde: ik ben op het politiecommissariaat van Laken wat spullen gaan afhalen die begin november uit mijn wagen verdwenen waren. De speurders hebben de spullen teruggevonden na een tip die het ontbrekende stukje van de puzzel bleek te zijn. Een vijftal dagen na de inbraak in mijn auto vond ik op e-bay een aanbod van een nieuwe, anonieme verkoper in Sint-Joost-ten-Node. Aan het aanbod ‘klopten een paar dingen niet’. Geen batterijlader (want die stond op mijn kamer), geen docking poort (want die lag op kantoor) en als afbeelding een foto die van het net geplukt was. Inspecteur X. ging er achter aan en vond na enige tijd een rovershol waarmee je een kleine electrozaak kan beginnen. “Puik werk!”, zei hij, alsof ik zelf de zaak had opgelost en hij gaf me een stevige mep op de schouders.    

De batterijen van de fototoestellen zijn ondertussen helemaal opgeladen. Op de kleine Sony is het menu nu in het Frans. Dat moet ik straks even veranderen. En natuurlijk geef ik het toestelletje ook een schoonmaakbeurt. Op de Nikon staan 6 foto’s die er niet op stonden toen het toestel gestolen werd. Ik zie een fout geschminkte jongedame van pakweg 25 met een buikje en in haar handen de bedieningsconsole van een Sony Playstation. Ze ligt op bed. Naast haar ligt een jongeman van dezelfde leeftijd die zo te zien aan het bellen is. Ook in de andere hand houdt hij een gsm vast. Hij heeft een trui aan met horizontale wit-blauwe strepen. Een bajesplunje, hoop ik heel even. Het zou hem niet eens misstaan.

Is er een jurist in de zaal? Ik heb 6 foto’s van mensen die anderen bestelen. Vijf ervan zijn haarscherp, - ’t is niet voor niets een Nikon. Ik zou ze dolgraag onderaan deze post plakken, maar ik aarzel een beetje. Hoe zit het met het auteursrecht wanneer iemand met mijn fototoestel een foto maakt? Hoe zit het met het portretrecht? Ik mag aannemen dat de foto’s ‘ten behoeve’ van de geportretteerden gemaakt zijn en niet in opdracht? En maakt het een verschil of de daders/verdachten ja dan nee veroordeeld zijn? Het kan nog een hele poos duren alvorens ze voor de rechtbank moeten verschijnen.

 

Vragen. Dilemma’s. Twijfels. En een lichte neiging tot wreken…

11:28 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Tamelijk goed nieuws

Toen ik gisteren thuiskwam, hing er een kattenbelletje aan mijn voordeur : « Bonjour ou bonsoir, La police nous a téléphoné pour vous. L’inspecteur XXX vous demande de le rappeler au N° 02/XXX.XX.XX.  C’est au sujet du matériel qu’on vous a volé. Bien à vous, le premier étage. »

De buurvrouw van de eerste verdieping had dus een telefoontje van de politie gekregen met het verzoek mij te vragen of ik hen wou opbellen. Deze morgen kreeg ik de inspecteur in kwestie aan de lijn.

‘U bent Stof?’

‘Jawel!’

‘In de nacht van 6 op 7 november werd in uw wagen ingebroken?’ (Wie het gemist heeft, kan het hier nog even nalezen.)

‘Inderdaad!’

‘Vanaf 16u.30 kunt u een deel van de gestolen spullen komen ophalen in het commissariaat op de Houba-Destrooperlaan. Weet u dat te vinden?’

‘Euh..ja, geen probleem.’

‘Prettige dag verder, mijnheer!’

 

Het telefoongesprek heeft nog geen halve minuut geduurd en liet mij enigszins bedremmeld achter. Ik had er helemaal niet meer op gerekend dat ik ooit zo’n telefoontje zou krijgen en dus heb ik mij eind november eens goed laten gaan bij Foto Konijnberg in Turnhout: een Nikon D80 met 18-135 lens, een Nikon Speedlight SB600, een Lowepro fototas… Kwestie van weer net zo goed geëquipeerd te zijn als voor de inbraak. Een gps heb ik nog niet opnieuw gekocht, een klein digitaal fototoestelletje om steels foto’s te maken evenemin.

 

Even nuanceren. Ik heb voor de volledigheid even geïnformeerd wat er teruggevonden was en wat (nog) niet. De kleine Sony DSC-T70? Present! De Nikon D80 (met lens)? Present! De flitser? Present! De Tomtom Europe V3? Nog niet gemeld! Een paar zwarte lederen handschoenen? Present! Ome agent wist er nog bij te vertellen dat het half opgebruikte flesje Aqua de Gio helaas ook nog niet teruggevonden kon worden. Maar dat is het laatste van mij zorgen.

 

Straks zit ik dus opgescheept met twee identieke toestellen en ik weet nog niet goed wat ik ga doen: allebei houden of er ééntje verpatsen. Als ik ze allebei houd, ga ik ze dan ook allebei gebruiken? Op welke manier? Met twee identieke toestellen rondzeulen, is er misschien een heel klein beetje over. Of laat ik een klein beetje paranoia toe en bewaar ik één van beide toestellen achter slot en grendel voor het geval ik op straat overvallen word en van gave en goed word beroofd?

08:14 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

30-01-08

Kak, - een mnemotechnisch spelletje

Ik ga naar de rechtbank en ik neem mee:

09:48 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

22-01-08

Salonbespiegelingen

autosalonGisteren ben ik naar het Autosalon geweest. Beroepshalve uiteraard, - het was van moetens. Er moesten een paar dingen gebeuren – een paar op en een paar in de marge van het salon – en de hemel zij geprezen dat al die opdrachten in één moeite door afgehandeld konden worden: foto’s nemen van typische situaties op de stand, een interview(tje) met een autobons, een auditorium (laten) klaarmaken, gastsprekers opvangen en begeleiden, een presentatie in- en uitleiden, society foto’s maken van onze branche en het glas heffen op 2008. Je begint eraan om half één en je weet dat het om negen uur allemaal achter de rug is.   

Omdat je altijd ruim moet programmeren, zat er hier en daar een leemte in mijn planning. Die heb ik onledig gemaakt door hier en daar wat op het salon rond te slenteren en de andere bezoekers te observeren. Ik had bijna gezegd dat het een hobby is, maar eigenlijk is het (een deel van) mijn werk. Ik vertel allicht niks nieuws als ik zeg dat ik een vrij onderkoelde relatie heb met automobielen. Ik vind automobielen ambetante dingen die altijd in de weg staan, die nooit doen wat je zeggen, die je bedriegen door anderen in je spullen te laten graaien zonder een kik te geven en door niet te starten als ze dat wél moeten doen. En ik vind ze ook bijna altijd lelijk. Automobielen van 10.000 euro? Lelijk! Automobielen van 25.000 euro? Lelijk! Automobielen van 50.000 euro? Lelijk! Daarom koop ik geen automobielen meer. En dus doet mijn baas dat in mijn plaats. Hij vindt het handig dat ik mij met zo’n lelijke doos verplaats.

Op het Autosalon komen een paar honderdduizend Belgen naar al die lelijke dozen kijken. Nou ja, kijken… Het begint met kijken. Eerst kijken ze naar de voorkant van zo’n automobiel. (Kenners noemen dat de neus, maar ik kan het niet over mijn hart krijgen aan een stom stuk ijzer menselijke kenmerken toe te dichten. Dat laat ik aan Bob de Bouwer over.) En daarna naar de achterkant. Daarna begint het bepotelen. Alle onderdelen moeten eraan geloven: het kofferdeksel, de achterlichten, de antenne, de ramen, de deurhendels en de deuren zelf, de motorkap, de voorlichten, het verluchtingsrooster, de banden… Voortdurend is het wrijf-wrijf en knijp-knijp. Tussen de bezoekers door zwermen rond die automobielen ook jongens en meisjes die toegerust zijn met een plumeau en een spuitbus Glassex. Die moeten alle vingerafdrukken van de glanzende lak halen en de achtergelaten bacteriën doden. (Maar ondanks de noeste arbeid van deze poetsbrigades blijven het lelijke dozen.)

Wie dacht dat het bij veelvuldig bepotelen blijft, moet beslist zelf eens een kijkje gaan nemen op het Autosalon. Na de fase van het onschuldig voelen volgt immers de fase van het hardhandig verkrachten. Bijna alle wagens worden eerst vanachter gepakt. Het kofferdeksel moet open. En weer dicht. En weer open. En weer dicht. En weer open. En weer dicht. Het deed mij denken aan een fascinerend schouwspel dat ik als kind ooit in een Zweedse meubelketen heb kunnen gadeslaan: een stoel genaamd Bjørn stond in een vitrine en kreeg er van langs door een stalen slagpin die twee keer per seconde uit een metalen doos schoot. De opstelling moest aanschouwelijk maken hoe goed en degelijk en onverslijtbaar die Bjørn wel was. Het tokketokketok van de slagpin kon je al van ver horen. Ook op het Autosalon gaat het zo toe: al van ver hoor je het klappen van kofferdeksels en portieren. Boenk-boenk-boenk, - de hele dag door. Tien dagen lang.

Wanneer het molesteren van kofferdeksels en portieren achter de rug is, volgt fase 3: alle bezoekers willen plaats nemen achter het stuur van zo’n lelijke doos. En het eerste wat ze doen, is een forse draai aan het stuurwiel geven. De eerste paar keer wou ik tussenkomen: “Hallo, mijnheer! Hij rijdt niet hoor, dus dat sturen hoeft eigenlijk niet. De automobiel blijft lekker staan waar ie staat!” Ik begon me bovendien enigszins zorgen te maken over de volksgezondheid in het algemeen: je wil niet weten wat voor rotzooi er allemaal hangt aan een stuurwiel dat door een paar duizend mensen bepoteld werd. Een paar duizend mensen waarvan nota bene 85 procent de handen niet wast na een bezoek aan het toilet.

Hebben we het nu zo’n beetje gehad qua molesteren van lelijke dozen? Neen! Laten we vooral fase 4 niet uit het oog verliezen: ook de motorkap moeten open. Ze zijn boekhouder in Eksaarde, postbode in Kachtem of bakker in Poederlee, maar ze willen wel zien wat er onder die motorkap zit. Dat begrijp ik niet. Ik ken zelf geen jota van motortechniek, maar daar hebben de autoconstructeurs iets op gevonden. Je krijgt een sleutel. Die moet je in een sleutelblok steken, een keer draaien en daarna kan je rijden. Wat mij betreft, steken ze onder die motorkap een baal stro en een Shetlandpony. Kan me geen zak schelen, zolang die lelijke doos maar rijdt. Wat weet zo’n boekhouder, postbode of bakker méér van autotechniek dan ik? Waarom willen ze kijken naar iets waar ze geen knijt van begrijpen? ‘Jamaar, ’t is om te zien hoe of ie blinkt’, zeggen ze dan. Hallo? Die automobiel is uit de fabriekshal naar buiten geduwd, op een vrachtwagen getakeld, naar het Autosalon gebracht en hier naar binnen geduwd. Die lelijke doos heeft nog nooit gereden. Waarschijnlijk is dat geeneens een motor waar je nu staat naar te kijken!

Ik hou aan zo’n Autosalon een vreemd en erg dubbel gevoel over. Aan de ene kant gaat het over mijn toko – live 1-to-1 communicatie, belevenismarketing en hoe je het verder ook wil noemen – dus zou ik eigenlijk moeten zeggen: ‘Driewerf hoera voor het Autosalon en doe er nog maar 200.000 bezoekers bij!’ Anderzijds vind ik het Autosalon een nogal vulgaire kramp van consumentitis en – vooral – van ‘Möchtegerne’: je zou verplicht moeten worden om een automobiel die je bepotelt en molesteert, ook daadwerkelijk te kopen, anders blijven we bezig. De scènes op het salon deden mij een beetje denken aan het gruwelbeeld ‘Solden in de Sarma’, dat ergens diep in mijn geheugen gegrift staat: grijpgrage, hebberige handen die gretig in hoge bakken graaien.

Overigens aan alle West-Vlamingen mijn excuses voor bovenstaande tongue twister

10:50 Gepost door Stof in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |